Gedrag in organisaties hoofdstuk
10
De hoofdstukken 1, 3, 4 en 6 staan in het samenvatti ngen schrift .
10.1 Groepen definiëren en classificeren
Groep en groepsidentiteit
Groep= twee of meer personen die contact met elkaar hebben en wederzijds afhankelijk zijn, en die
zijn samengekomen om bepaalde doelstellingen te realiseren. Dit kan formeel en informeel.
Theorie van de sociale identiteit= onze neiging om persoonlijk te investeren in de prestatie van de
groep.
In-group= wij-groep
Out-group= zij-groep
10.2 Groepsdynamica: fasen en
groepsontwikkeling
Groepsdynamica= het verschijnsel dat groepen op een min of meer vergelijkbare wijze een
verandering doormaken.
Fasen van groepsontwikkeling
Taakgroepen projectgroepen en teams
Vijf fasen model
1. Forming fasen groep wordt samengesteld
2. Storming fase leden accepteren de groep, maar bieden weerstand tegen beperkingen
3. Norming fase de groep begint samenhang te vertonen en er vormen relaties
4. Peforming fase er is nu groepsstructuur en de taak in kwestie wordt uitgevoerd
5. Adjouring fase (deze fase is er niet altijd) de taak wordt geëvalueerd en de groep gaat uit
elkaar.
Het onderbroken evenwichtsmodel
= tijdelijke groepen met een deadline kennen hun eigen unieke opeenvolging van activiteiten.
Het proces stelt voor: het onderbroken evenwichtsmodel dat groepen worden gekenmerkt door
lange perioden van inertie. Die perioden worden onderbroken door korte revolutionaire
veranderingen.
10.3 Zes algemene groepseigenschappen
1. Rollen een verzameling van gedragspatronen die van iemand met een bepaalde positie in
een sociale eenheid wordt verwacht. Bij het vormen van een rol spelen rolperceptie en
rolverwachtingen een belangrijke rol.
Rolconflict= de eisen van de ene rol botsen met de eisen van de andere rol.
Interolconflict= de verwachtingen van de verschillende groepen waartoe we behoren zijn
strijdig met elkaar.
10
De hoofdstukken 1, 3, 4 en 6 staan in het samenvatti ngen schrift .
10.1 Groepen definiëren en classificeren
Groep en groepsidentiteit
Groep= twee of meer personen die contact met elkaar hebben en wederzijds afhankelijk zijn, en die
zijn samengekomen om bepaalde doelstellingen te realiseren. Dit kan formeel en informeel.
Theorie van de sociale identiteit= onze neiging om persoonlijk te investeren in de prestatie van de
groep.
In-group= wij-groep
Out-group= zij-groep
10.2 Groepsdynamica: fasen en
groepsontwikkeling
Groepsdynamica= het verschijnsel dat groepen op een min of meer vergelijkbare wijze een
verandering doormaken.
Fasen van groepsontwikkeling
Taakgroepen projectgroepen en teams
Vijf fasen model
1. Forming fasen groep wordt samengesteld
2. Storming fase leden accepteren de groep, maar bieden weerstand tegen beperkingen
3. Norming fase de groep begint samenhang te vertonen en er vormen relaties
4. Peforming fase er is nu groepsstructuur en de taak in kwestie wordt uitgevoerd
5. Adjouring fase (deze fase is er niet altijd) de taak wordt geëvalueerd en de groep gaat uit
elkaar.
Het onderbroken evenwichtsmodel
= tijdelijke groepen met een deadline kennen hun eigen unieke opeenvolging van activiteiten.
Het proces stelt voor: het onderbroken evenwichtsmodel dat groepen worden gekenmerkt door
lange perioden van inertie. Die perioden worden onderbroken door korte revolutionaire
veranderingen.
10.3 Zes algemene groepseigenschappen
1. Rollen een verzameling van gedragspatronen die van iemand met een bepaalde positie in
een sociale eenheid wordt verwacht. Bij het vormen van een rol spelen rolperceptie en
rolverwachtingen een belangrijke rol.
Rolconflict= de eisen van de ene rol botsen met de eisen van de andere rol.
Interolconflict= de verwachtingen van de verschillende groepen waartoe we behoren zijn
strijdig met elkaar.