1
, Parasitologie
1. Inleidende begrippen
1.1 Verschillende vormen van samenleving
1.1.1 Parasitisme
Grieks: ‘para sitos’ = ‘bij het voedsel’
Voordeel voor de ene, nadeel voor de andere
Kenmerken:
- Bij twee verschillende organismen
- Parasiet en gastheer
- Parasiet zal weinig schade aanbrengen zieke mensen: geen
gunstige omgeving
evenwicht vinden tussen de schade die er wordt aangebracht en
de mechanismen die gastheer beschermen.
1.1.2 Predatisme
= doorgedreven vorm van parasitisme waarbij de gastheer sterft.
Voordeel voor de ene, de dood voor de andere
Vb.: bodemschimmels op wormen
1.1.3 Commensalisme
Voordeel voor de ene, geen voor- of nadeel voor de andere.
Vb.: Bacteriën in de darmen van de mens
1.1.4 Mutualisme
Voordeel voor beide
Vb.: lipvissen bij haaien
1.1.5 Symbiose
= de samenleving is zo uitgesproken dat beide soorten tot één eenheid worden
versmolten.
Voordeel voor de ene, obligaat voor de andere ( verplicht voor de
andere)
Vb.: Bacteriën in de eerste maag van de koe.
1.2 Parasitologie
= bestudeer het parasitisme
Protozoölogie: studie van de parasitaire protozoa
Helminthologie: studie van de parasitaire wormen
Entomologie: studie van de parasitaire insecten
1.3 Indeling van de parasieten
2
, 1.3.1 Plaats van voorkomen
Ectoparasieten
= leven op een uitwendig oppervlak van de gastheer.
Vb. luizen
Endoparasieten
= leven binnenin de gastheer
- Orgaanparasieten: vb. Entamoeba histolytica
- Weefselparasieten: vb. Trichinella spiralis
- Celparasieten: vb. Leishmania donovani
1.3.2 Noodzakelijkheid van parasitisme
Obligate parasieten
= ontwikkelen ten koste van een ander levend organisme
= gastheer is absoluut nodig
Facultatieve parasieten
= gastheer is niet absoluut nodig
1.3.3 Ontwikkelingscyclus
Monoxene of homoxene parasieten
= gaat van de ene gastheer rechtstreeks over naar een andere gastheer
van dezelfde soort.
Heteroxene parasieten
= Kan pas van de ene gastheer naar de andere gastheer van dezelfde
soort overgaan na inlassen van een tussengastheer.
Eindgastheer
= herberg de volwassen parasiet.
geslachtelijke gastheer vindt hier plaats (indien aanwezig)
Tussengastheer
= noodzakelijke gastheer waarin zich het infectieuze stadium voor een
volgende gastheer ontwikkeld
hier enkel ongeslachtelijke voorplanting
Vector
= wanneer de gastheer de parasiet/infectie op afstand verspreid (kan
zowel eindgastheer als tussengastheer zijn).
1.3.4 Gastheerspecificiteit
Sterk gastheerspecifiek:
= gebonden aan één of zeer beperkt aantal mogelijke gastheren.
Ruime gastheerspecificiteit:
= komen bij meerdere gastheren voor.
1.3.5 Zoönosen
= een infectie of ziekte van zoogdieren waarbij de mens als gastheer kan
optreden.
3
, Parasitologie
1. Inleidende begrippen
1.1 Verschillende vormen van samenleving
1.1.1 Parasitisme
Grieks: ‘para sitos’ = ‘bij het voedsel’
Voordeel voor de ene, nadeel voor de andere
Kenmerken:
- Bij twee verschillende organismen
- Parasiet en gastheer
- Parasiet zal weinig schade aanbrengen zieke mensen: geen
gunstige omgeving
evenwicht vinden tussen de schade die er wordt aangebracht en
de mechanismen die gastheer beschermen.
1.1.2 Predatisme
= doorgedreven vorm van parasitisme waarbij de gastheer sterft.
Voordeel voor de ene, de dood voor de andere
Vb.: bodemschimmels op wormen
1.1.3 Commensalisme
Voordeel voor de ene, geen voor- of nadeel voor de andere.
Vb.: Bacteriën in de darmen van de mens
1.1.4 Mutualisme
Voordeel voor beide
Vb.: lipvissen bij haaien
1.1.5 Symbiose
= de samenleving is zo uitgesproken dat beide soorten tot één eenheid worden
versmolten.
Voordeel voor de ene, obligaat voor de andere ( verplicht voor de
andere)
Vb.: Bacteriën in de eerste maag van de koe.
1.2 Parasitologie
= bestudeer het parasitisme
Protozoölogie: studie van de parasitaire protozoa
Helminthologie: studie van de parasitaire wormen
Entomologie: studie van de parasitaire insecten
1.3 Indeling van de parasieten
2
, 1.3.1 Plaats van voorkomen
Ectoparasieten
= leven op een uitwendig oppervlak van de gastheer.
Vb. luizen
Endoparasieten
= leven binnenin de gastheer
- Orgaanparasieten: vb. Entamoeba histolytica
- Weefselparasieten: vb. Trichinella spiralis
- Celparasieten: vb. Leishmania donovani
1.3.2 Noodzakelijkheid van parasitisme
Obligate parasieten
= ontwikkelen ten koste van een ander levend organisme
= gastheer is absoluut nodig
Facultatieve parasieten
= gastheer is niet absoluut nodig
1.3.3 Ontwikkelingscyclus
Monoxene of homoxene parasieten
= gaat van de ene gastheer rechtstreeks over naar een andere gastheer
van dezelfde soort.
Heteroxene parasieten
= Kan pas van de ene gastheer naar de andere gastheer van dezelfde
soort overgaan na inlassen van een tussengastheer.
Eindgastheer
= herberg de volwassen parasiet.
geslachtelijke gastheer vindt hier plaats (indien aanwezig)
Tussengastheer
= noodzakelijke gastheer waarin zich het infectieuze stadium voor een
volgende gastheer ontwikkeld
hier enkel ongeslachtelijke voorplanting
Vector
= wanneer de gastheer de parasiet/infectie op afstand verspreid (kan
zowel eindgastheer als tussengastheer zijn).
1.3.4 Gastheerspecificiteit
Sterk gastheerspecifiek:
= gebonden aan één of zeer beperkt aantal mogelijke gastheren.
Ruime gastheerspecificiteit:
= komen bij meerdere gastheren voor.
1.3.5 Zoönosen
= een infectie of ziekte van zoogdieren waarbij de mens als gastheer kan
optreden.
3