100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Inleiding Bedrijfseconomie, BEC10306 , ISBN: 9789001867232

Rating
-
Sold
2
Pages
37
Uploaded on
19-10-2022
Written in
2021/2022

Volledige samenvatting Inleiding Bedrijfseconomie (Introduction to Business Economics) BEC10306 met definities, berekeningen, tabellen e.d.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
October 19, 2022
Number of pages
37
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

Bedrijfseconomie samenvatting:

Hoofdstuk 1
Wat is bedrijfseconomie?

Een specialisatie binnen micro-economie die verschijnselen in en rondom bedrijven probeert te
verklaren (soms normatief karakter).

Welvaart= de mate waarin behoeften bevredigd kunnen worden.

Bedrijfseconomie kan niet zonder:

- Boekhouden: financiële gegevensverwerking en informatievoorziening (expost)
- Administreren: verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens voor het besturen van de
organisatie (expost)
- Accounting: gebruik van (financiële) gegevens voor verslaglegging en planning en beheersing
van bedrijfsprocessen (kijken terug en vooruit in de tijd) à maakt gebruik van boekhouden.
(ex- en inpost)
- Psychologie
- Sociologie

Economie is het bestuderen van keuzes die mensen maken bij de productie van consumptie en
verdeling van schaarse goederen en diensten.

Macro-economie: kan ook op gezinnen focussen, kijkt van een afstand. Gaat om de bij elkaar
opgetelde effecten van producten, consumptie en goederen

Micro-economie: beschrijvend, modellerend. Indi producten, cons en goederen centraal

Bedrijfseconomie: praktisch van aard. Probeert verschijnselen in en rondom bedrijven te verklaren of
zelfs voorspellen à binnen micro-economie

Binnen een bedrijf worden inputs omgezet in outputs waarbij er een waardevermeerdering optreedt.
Binnen en buiten een bedrijf zijn er een groot aantal stakeholders die allemaal verschillende
belangen hebben.

Soorten van organisaties:

Organisatie = samenwerkingsverband (mens, middel, doel)

Bedrijfshuishouding= financieel-economisch zelfstandige productieorganisatie

Produceren à het combineren van productiemiddelen tot hogere waarde

Productie-org = het samenwerkingsverband van personen die met productiemiddelen een bepaald
doel nastreven door deelname aan het maatschappelijke productieproces.

Huishouding= org waarin het economische principe als leidraad voor de ontplooide activiteiten
fungeert. à zoveel mogelijk realiseren met de beschikbare middelen.

Drie soorten bedrijfshuishouden:

1. Onderneming of profitorganisatie: gaat voor maximale winst
2. Maatschappelijke onderneming: moeten wel goed uit kosten komen, maar hebben geen
winstoogmerk. Willen op maatschappelijk vlak een doel bereiken.

, 3. Non-profit: puur bezig met maatschappelijk doeleinde. Financieel gesteund door andere org.

Management verantwoordelijk voor het resultaat

Consumptiehouding: gezinnen à kopen goederen en leveren arbeidskracht à economische
kringloop.

Doelstellingen, effectiviteit en efficiëntie

Productiefactoren zetten input om in een bepaald doel. Deze doelstellingen zijn van belang

- Effectief heeft te maken met de relatie doelstelling output. Doelstelling gehaald dan ben je
effectief geweest.
- Efficiency heeft te maken met de relatie input output
- Economie heeft te maken met de relatie input en doelstellingen

Aspiratieniveau = minimale wenselijke niveaus van variabelen als klanttevredenheid of veiligheid
etc. à waar streven we naar

Economische principe = zo min mogelijk input voor zoveel mogelijk output.

Bedrijven niet puur gericht op het maken van zoveel mogelijk winst er wordt van ze verwacht dat ze
nog een ander doel hebben

- Doel onderneming of profitorganisatie = continuïteit door winst
- Doel non-profit organisatie = maatschappelijk doel (bedrijfseconomisch doel als
nevenvoorwaarden)
- Doel maatschappelijke onderneming = maatschappelijk doel met bedrijfseconomische
doelen

à binnen een organisatie zijn er vaak uiteenlopende doelen of belangen. Aandeelhouders hebben
vaak de meeste macht. Zij geven andere stakeholders een vergoeding, zodat ze dezelfde richting op
gaan denken.

Holistic concept of firm = het gedrag van het geheel. De belangrijkste belanghebbende neemt alle
beslissingen.

Behavioural concept of firm= het gedrag van het geheel kan anders zijn dan het gedrag van de som
der delen, en omgekeerd. Geheel opgebouwd uit groepen

Verschillende soorten onderneming




Lagen van management

,Strategisch management: over de strategie, investeringsbeslissingen, lange termijn beslissingen

Tactisch management: beslissingen binnen het jaar

Operationeel management: over dagelijkse bezigheden

Voedselproductieketen

Binnen de voedselproductieketen zijn alle actoren afhankelijk van elkaar

Krachten in de keten

- Verticale integratie= fusie, overname, samenwerking
Boer neemt winkel aan huis (overname leverancier)

- Differentiatie= verticale specialisatie ( schakels gaan uit elkaar)
Boer laat verkopen aan een ander over

- Parallellisatie= diversificatie: een actor gaat zich op meerdere ketens focussen.
Boer richt zich op groenten, melk en vlees

- Horizontale specialisatie: een bepaald actor gaat zich specialiseren
Winkelier die groenten, melk en vlees verkocht gaat zich alleen nog maar op groenten
richten.

Balans en resultatenrekening

Balans: overzicht van kapitaal en vermogen op een bepaald moment

- Activa: alles wat voor een bedrijf van waarde is
- Passiva: hoe is de activa gefinancierd

Met een balans kun je de toename van de winst bepalen

Resultatenrekening: overzicht van kosten en opbrengsten over een bepaalde periode.

Jaarrekening: balans, resultatenrekening en toelichting

Wordt er winst gemaakt à financieel-economisch zelfstandig

Winst zichtbaar in toename van eigen vermogen (bedrag wat voor eigenaar bestemd is na verkoop

Van winst is sprake als de toename van het eigen vermogen kan worden onttrokken zonder dat dit de
continuïteit van de onderneming op de lange termijn schaadt.

Eigen vermogen= bedrag wat voor eigenaar bestemd is na verkoop activa à intrinsieke waarde

Goodwill= als er verkoop van het bedrijf meer geld wordt gevraagd dan de intrinsieke waarde.

Bestuurlijke informatievoorzieningen = totale infovoorzieningen



Methodologische opmerkingen

- Empirische methode: de regelmaat vinden in waargenomen verschijnselen, tot een algemeen
geldende uitspraak komen.

, - Deductieve methode: op basis van veronderstellingen tot een conclusie komen. Conclusie
kan worden weerlegd door een aanval op de veronderstellingen
- Behavioural accounting: organisatie als netwerk van principe-agent relatie. Belangconflict
tussen opdrachtgever en uitvoerder.

Hoofdstuk 2
Kosten: def, functies en begrippen

Er bestaan constante en variabele kosten

Meer producten à lagere gemiddelde constante kosten

Meer investering zorgt niet voor een daling in de winst à investering = uitgaven à je hebt de machine
gekocht, je hebt er geld aan uitgegeven, maar dezelfde hoeveelheid waarde is in het bedrijf gebleven
à gaf geld kreeg een machine terug.

Kosten reflecteren de geldwaarde van de voor het produceren van goederen of diensten
noodzakelijkerwijze opgeofferde productiemiddelen. à geldwaarde van productiemiddelen in een
bepaalde periode.

- Ruim kostenbegrip = verspilling en kosten
- Eng kostenbegrip = kosten

Marktverhouding bepalen de waarde van een product, maar productiekosten zijn ook van invloed.

! Alleen de kosten van wat je echt hebt gebruikt mag je meenemen in de berekening van de kostprijs
(dus geen verspilling meenemen in kosten).

Leereffect: ervaring zorgt voor minder verspillingen

- Productie in technische zin: Productieproces: input à productieproces à output
- Productie in economische zin: In het productieproces wordt waardevermeerdering
opgebouwd

Kosten in het productieproces: van elk opgeofferd productiemiddel de hoeveelheid en de prijs
bepaald.

Vermogenskosten (rentekosten): vergoeding voor het gebruik van kapitaal à voor vreemd vermogen
= rente = geïnvesteerd vermogen x rentevoet, voor eigen vermogen opportunity cost = wat is het
alternatief voor het gebruik van jouw vermogen à e.g. je had het ergens anders kunnen investeren.
Moet je dus ook extra kosten voor berekenen.

Ook voor eigen vermogen moeten kosten berekend worden. Het vermogen zit namelijk vast (in de
investering)

Kosten en uitgaven

Verschil is alleen te bepalen op korte termijn.

- Kosten: opoffering van productiemiddelen
- Uitgaven: betalingen van liquide middelen (overdracht van geld)
- Vaak is iets beide een uitgaven en een kost

Afschrijvingen à kost, geen uitgaven (je betaalt het niet)
$7.28
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
lizettevst
4.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
lizettevst Wageningen University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
3 year
Number of followers
4
Documents
8
Last sold
9 months ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions