Hoorcollege 1 – inleiding en geschiedenis van de psychologie
Boek: pioneers of psychology
Hoofdstuk 1 – Ideeën uit de oudheid (founational Ideas from Antiquity)
Plato: - leermeester van Aristoteles
- voorstander nativisme(kennis is aangeboren) en rationalisme(denken door beredeneren)
- wetenschapsmethode is deductie leren door af te leiden
- waar komt kennis vandaan?
- bekend om idealisme: je hebt 1 idee in je hoofd, kan in het echt nooit zo precies zijn (tafel)
- psyche: lust, moed, rede wagen rede moet lust en moed in de hand houden
eigenlijk studeren, maar lekker weer, ijsje eten? Rede moet
dan tegenhouden
- binnenwereld is echt
Aristoteles: - geïnteresseerd hoe je kennis kunt halen uit de wereld empirisme
- wetenschapsmethode is inductie leren door middel van testen en toetsen
- taxonomie; ordenen van dieren, soorten etc.
zielen; vegetatief(planten, kan niet zo veel), sensitief(dieren, bewegen),
rationeel(mens, geheugen)
- categorieën van ervaring; substantie, kwantiteit, kwaliteit, plaats, tijd, relatie,
activiteit.
- buitenwereld is echt
- inductie: redeneren via wetenschap!
rest van bekenden Grieken; Pythagoras, Heraclitus, Zeno, Protagoras, niet belangrijk voor de
psychologie.
Socrates: - een van de stichters van westerse filosofie
- stelde communicatie centraal
- socratische methode; het doorvragen en testen van een gesprekspartner.
- nativisme: iets dat is aangeboren
Hippocrates: - leer van Humores; lichaamssappen; hieruit zou fysieke en psychisch toestand
worden bepaald.
- werd beschouwd als grondleggen van de westelijk geneeskunde.
- op basis van lichamelijke symptomen kon hij een diagnosestellen en daarbij een
bepaalde therapie voorschreef.
Arabische en vroeg islamitische philosofen arestoteles komt terug in westen later
Al-Kindi: - grondlegger van algebra
- bedacht getal 0
- veranderde de romeinse cijfers
Alhazen: - wat is zien?
- camera obscura klein gaat in donkere kamer,
persoon wordt onderste boven afgebeeld.
bijna zelfde in oog
- liet kennis van Aristoteles terug komen in het westen
Avicenna: - bekende geneeskunde filosofen
- maakte onderscheid tussen externe(horen en zien iemand) en interne
zintuigen(eigen emoties, gedachtes).
- estimations and appetites
, - nog nooit gedachtes heeft gehad? Is die persoon zich bewust van iets? Ja, hij is
bewust van zichzelf, zelfbewustzijn.
- externe en interne zintuigen
Hoorcollege 2 – inleiding en geschiedenis van de psychologie
Boek: pioneers of psychology
Hoofdstuk 2 – Descartes, Locke, Leibniz
Descartes: - methode van kennis vergaring lijkt op methode van Plato
hoe weet je wat waar is? zelf nadenken, rationalisme
twijfel aan alles; methode van hem
- methode: twijfel aan alles
1. Beter alleen dan samen, anders incorrecte antwoorden
2. Deductie vanuit axioma’s
3. axioma’s (simple natures) boven iedere twijfel verheven
- idee over fysica; wereld is niet leeg, kleine deeltjes
alle dingen staan continu met elkaar in verbinding, hier kan weer mee verder
zien is domino van lichtdeeltjes, dat creert het zien, zien is een beetje als tast.
- mechanistische fysiologie lichaam als machine.
mensen doen andere dingen dan dieren laptop
er is maar 1 ziel rationele ziel (vd mens)
ziel kan niet bij stenen, planten, dieren. mechanistische ziel.
arm aantikken, stroompje naar hersenen, verandering in hersenvocht,
eerste die reflex beschreef; verbrand weg trekken.
automatische reflex: automatisch wegtrekken.
aangeleerde reflex: kan dit dacht Descartes?, ja dat kan, verandering in
hersenvocht. (denk aan chocolade ding).
je kunt jou menselijke geest verklaren als machine.
geen automatische machines, wilde Descartes niet.
beïnvloed door floating man ding.
alles kan nep zijn,
ik denk dus ik besta dat is dus zeker je ziel is denken, staat los van
het lichaam
we zijn dus eigenlijk 2 dingen: de geest in de machine.
Elisabeth: geïnteresseerd in Descartes; lichaam zonder geest.
- lichaam zonder geest: automaat
- geest zonder lichaam: aangeboren ideeën
als denken niet materieel is, hoe kunnen gedachten dan een materieel lichaam
aansturen? dualisme vond Descartes een lastige vraag
lichaam is imperfect
HOE WERKT T OOG
linkerkant van lichaam reageert in rechterkant van hersenen
epifyse werkt niet met het oog, dat dacht Descartes wel
uiteindelijke antwoord niet belangrijk; Je kunt op 2 manieren de psychologie
beschrijven: - lijf beschrijven als een machine, dromen, emoties horen daarbij.
- denken is apart
Descartes heeft een invloed gehad op Locke en Leibniz waar komt kennis vandaan?
,Locke: tijd in veel veranderingen: politiek en wetenschappelijk.
na die oorlogen; iedereen eigen kennis; wat is nou kennis?
gebruikt inductie als kennis je gedachten afspeelt; is mechanistisch te beschrijven
je geest is Tabula Rasa ; een leeg veld zaken in je geest; aangeleerd, niks is aangeboren.
je begint met simpele ideeën worden complexe ideeën.
Molyneux: eens met Locke onderzoek blinde persoon, door tast bol en vierkant
onderscheiden; weer zien; dan niet.
3 soorten kennis: - intuïtief: directe waarneming
- demonstratief: redeneren
- sensitief: observatie, zintuigelijke kennis, veranderd; horen zien.
kennis in je hoofd is afhankelijk van combinaties. fout met heks associëren. bijgeloof
is zo te verklaren rode auto slechte dag
Hume: heeft het idee van associatie uitgewerkt op 2 manieren: continguity en similarity
kijk ook even naar de anderen
Leibniz: deed heel veel, niet alles lukte
binominale getallen, calculus
beïnvloed door Spinoza; Pantheïsme: god is niet een figuur; god is alles, god is de wereld.
beïnvloed door van Leeuwenhoek: (eerste die bezig was met microscopen) wij zijn
gebouwd uit cellen, werken allemaal samen. L dacht het hele universum is opgebouwd
uit heel veel kleine deeltjes.
Monaden: Leibniz zag de wereld als bestaande uit een hiërarchie van doelgerichte,
energetische entiteiten genaamd monaden. Wij, de mens bestaat ook uit
monaden, wij zijn er uit opgebouwd.
entiteiten: vormen van leven
in verschillende maten: *bare monads: meest simpele, alleen waarnemen
*sentient monads: kunnen percipiëren, dieren
*rational monads: kunnen appreciëren, mensen
*supreme monad: god
- perceptie: is waarnemen
- apperceptie: actief waarnemen, gedachten hebben en ermee aan de gang gaan.
verschil tussen die twee; erg belangrijk voor de ideeën van Wilhelm Wundt.
Simpele monaden ook perceptie: je zit bv, niet bewust van de druk van de stoel minute
perceptions(onbewust)
tegen Tabula rasa
Fysiologie: het lichaam beïnvloed de psyche (neuronen en het brein)
Evolutie: waarom we zijn zoals we zijn, de psyche heeft een functie
Statistiek: psychologische wetten zijn af te leiden uit observaties van groepen mensen
Grote thema’s
dualisme – materialisme: wat? (Descartes)
aangeboren – aangeleerd: hoe? (Locke tegen Leibniz)
individu – groep: waar?
Hoe is geest gerelateerd aan lichaam?
dualisme: 2 onafhankelijke entiteiten
materialisme: geest is bijproduct van brein
, - Voordeel dualisme, sluit aan bij; ervaring, lekentheorieën, religie, notie van vrije wil
er is meer tussen hemel en aarde.
- Nadeel dualisme; interactieprobleem, bestaan van onbewuste processen niet nodig, hersenschade
beïnvloed de geest
Hoorcollege 3 – inleiding en geschiedenis van de psychologie
Boek: pioneers of psychology
Materialisme;
- monisme
- alleen de fysieke wereld bestaat
- reductief materialisme; hersenen zijn geest
- MAAR; hoe kan het dat we toch bewustzijn ervaren?
- probleem van identiteitstheorie lichaam verandert, geest verandert (na voetbal iemand
anders, na eten iemand anders, moleculen veranderen, ander persoon?)
andere varianten van materialisme en dualisme; eigenschapsdualisme, epifenomenalisme,
anomalous monism (interactionisme), funtionalisme.
Pragmatisme: wat doet de geest, niet wat is, wat doet …
James; geen gedrag; niet interessant
Nature – nurture: aangeleerd of aangeboren
Locke: nature, aangeleerd
Leibniz: nurture, aangeboren
Molyneux probleem; blind bol voelen herkennen; zien niet herkennen Locke gelijk
- gedachte experiment; niet zeker dus
- oliver stacks; Virgil echte voorbeeld; dus werkt echt
zien is iets wat je leert Locke
filmpje met blokjes en driehoekjes; voorkeur helpende aangeboren Leibniz gelijk
Hoofdstuk 3 – Fysiologie van de geest
Hoe is het lichaam (specifiek de hersenen) gerelateerd aan de geest.
hersenen waren lang saai onderdeel; doet niks; Aristoteles’
onderzoek hersenen; renaissance; 2 delen hersenen
witte en grijze stof; Willis
2 delen; zijn verbonden door hersencellen
mensen dood; hersenen; linkerbeen verlamd; rechter hersen schade; gekruiste werking;
zenuwen kruisen in je nek.
fysiologische problemen; gerelateerd aan de hersenen.
fout in de geschiedenis; fout van Gall(hersen onderzoeker)
- ging hersenen vergelijken; dier en mens
- hersenen worden steeds complexer (extra slides) (vissen-reptielen-zoogdieren)
- meer hersens ten opzichte van gewicht; complexer gedrag.
afzetten tegen gewicht grafiek lijn (extra slides)
- gall vergelijk verschillende diersoorten; geldt ook binnen soorten; mensen met kleine
hersens zijn dommer dan mensen met grote hersens.
verschillen tussen groepen is niet hetzelfde als verschillen binnen groepen.
- fysiognomie; het geloof dat uiterlijk iets zegt over persoonlijkheid of intelligentie
Boek: pioneers of psychology
Hoofdstuk 1 – Ideeën uit de oudheid (founational Ideas from Antiquity)
Plato: - leermeester van Aristoteles
- voorstander nativisme(kennis is aangeboren) en rationalisme(denken door beredeneren)
- wetenschapsmethode is deductie leren door af te leiden
- waar komt kennis vandaan?
- bekend om idealisme: je hebt 1 idee in je hoofd, kan in het echt nooit zo precies zijn (tafel)
- psyche: lust, moed, rede wagen rede moet lust en moed in de hand houden
eigenlijk studeren, maar lekker weer, ijsje eten? Rede moet
dan tegenhouden
- binnenwereld is echt
Aristoteles: - geïnteresseerd hoe je kennis kunt halen uit de wereld empirisme
- wetenschapsmethode is inductie leren door middel van testen en toetsen
- taxonomie; ordenen van dieren, soorten etc.
zielen; vegetatief(planten, kan niet zo veel), sensitief(dieren, bewegen),
rationeel(mens, geheugen)
- categorieën van ervaring; substantie, kwantiteit, kwaliteit, plaats, tijd, relatie,
activiteit.
- buitenwereld is echt
- inductie: redeneren via wetenschap!
rest van bekenden Grieken; Pythagoras, Heraclitus, Zeno, Protagoras, niet belangrijk voor de
psychologie.
Socrates: - een van de stichters van westerse filosofie
- stelde communicatie centraal
- socratische methode; het doorvragen en testen van een gesprekspartner.
- nativisme: iets dat is aangeboren
Hippocrates: - leer van Humores; lichaamssappen; hieruit zou fysieke en psychisch toestand
worden bepaald.
- werd beschouwd als grondleggen van de westelijk geneeskunde.
- op basis van lichamelijke symptomen kon hij een diagnosestellen en daarbij een
bepaalde therapie voorschreef.
Arabische en vroeg islamitische philosofen arestoteles komt terug in westen later
Al-Kindi: - grondlegger van algebra
- bedacht getal 0
- veranderde de romeinse cijfers
Alhazen: - wat is zien?
- camera obscura klein gaat in donkere kamer,
persoon wordt onderste boven afgebeeld.
bijna zelfde in oog
- liet kennis van Aristoteles terug komen in het westen
Avicenna: - bekende geneeskunde filosofen
- maakte onderscheid tussen externe(horen en zien iemand) en interne
zintuigen(eigen emoties, gedachtes).
- estimations and appetites
, - nog nooit gedachtes heeft gehad? Is die persoon zich bewust van iets? Ja, hij is
bewust van zichzelf, zelfbewustzijn.
- externe en interne zintuigen
Hoorcollege 2 – inleiding en geschiedenis van de psychologie
Boek: pioneers of psychology
Hoofdstuk 2 – Descartes, Locke, Leibniz
Descartes: - methode van kennis vergaring lijkt op methode van Plato
hoe weet je wat waar is? zelf nadenken, rationalisme
twijfel aan alles; methode van hem
- methode: twijfel aan alles
1. Beter alleen dan samen, anders incorrecte antwoorden
2. Deductie vanuit axioma’s
3. axioma’s (simple natures) boven iedere twijfel verheven
- idee over fysica; wereld is niet leeg, kleine deeltjes
alle dingen staan continu met elkaar in verbinding, hier kan weer mee verder
zien is domino van lichtdeeltjes, dat creert het zien, zien is een beetje als tast.
- mechanistische fysiologie lichaam als machine.
mensen doen andere dingen dan dieren laptop
er is maar 1 ziel rationele ziel (vd mens)
ziel kan niet bij stenen, planten, dieren. mechanistische ziel.
arm aantikken, stroompje naar hersenen, verandering in hersenvocht,
eerste die reflex beschreef; verbrand weg trekken.
automatische reflex: automatisch wegtrekken.
aangeleerde reflex: kan dit dacht Descartes?, ja dat kan, verandering in
hersenvocht. (denk aan chocolade ding).
je kunt jou menselijke geest verklaren als machine.
geen automatische machines, wilde Descartes niet.
beïnvloed door floating man ding.
alles kan nep zijn,
ik denk dus ik besta dat is dus zeker je ziel is denken, staat los van
het lichaam
we zijn dus eigenlijk 2 dingen: de geest in de machine.
Elisabeth: geïnteresseerd in Descartes; lichaam zonder geest.
- lichaam zonder geest: automaat
- geest zonder lichaam: aangeboren ideeën
als denken niet materieel is, hoe kunnen gedachten dan een materieel lichaam
aansturen? dualisme vond Descartes een lastige vraag
lichaam is imperfect
HOE WERKT T OOG
linkerkant van lichaam reageert in rechterkant van hersenen
epifyse werkt niet met het oog, dat dacht Descartes wel
uiteindelijke antwoord niet belangrijk; Je kunt op 2 manieren de psychologie
beschrijven: - lijf beschrijven als een machine, dromen, emoties horen daarbij.
- denken is apart
Descartes heeft een invloed gehad op Locke en Leibniz waar komt kennis vandaan?
,Locke: tijd in veel veranderingen: politiek en wetenschappelijk.
na die oorlogen; iedereen eigen kennis; wat is nou kennis?
gebruikt inductie als kennis je gedachten afspeelt; is mechanistisch te beschrijven
je geest is Tabula Rasa ; een leeg veld zaken in je geest; aangeleerd, niks is aangeboren.
je begint met simpele ideeën worden complexe ideeën.
Molyneux: eens met Locke onderzoek blinde persoon, door tast bol en vierkant
onderscheiden; weer zien; dan niet.
3 soorten kennis: - intuïtief: directe waarneming
- demonstratief: redeneren
- sensitief: observatie, zintuigelijke kennis, veranderd; horen zien.
kennis in je hoofd is afhankelijk van combinaties. fout met heks associëren. bijgeloof
is zo te verklaren rode auto slechte dag
Hume: heeft het idee van associatie uitgewerkt op 2 manieren: continguity en similarity
kijk ook even naar de anderen
Leibniz: deed heel veel, niet alles lukte
binominale getallen, calculus
beïnvloed door Spinoza; Pantheïsme: god is niet een figuur; god is alles, god is de wereld.
beïnvloed door van Leeuwenhoek: (eerste die bezig was met microscopen) wij zijn
gebouwd uit cellen, werken allemaal samen. L dacht het hele universum is opgebouwd
uit heel veel kleine deeltjes.
Monaden: Leibniz zag de wereld als bestaande uit een hiërarchie van doelgerichte,
energetische entiteiten genaamd monaden. Wij, de mens bestaat ook uit
monaden, wij zijn er uit opgebouwd.
entiteiten: vormen van leven
in verschillende maten: *bare monads: meest simpele, alleen waarnemen
*sentient monads: kunnen percipiëren, dieren
*rational monads: kunnen appreciëren, mensen
*supreme monad: god
- perceptie: is waarnemen
- apperceptie: actief waarnemen, gedachten hebben en ermee aan de gang gaan.
verschil tussen die twee; erg belangrijk voor de ideeën van Wilhelm Wundt.
Simpele monaden ook perceptie: je zit bv, niet bewust van de druk van de stoel minute
perceptions(onbewust)
tegen Tabula rasa
Fysiologie: het lichaam beïnvloed de psyche (neuronen en het brein)
Evolutie: waarom we zijn zoals we zijn, de psyche heeft een functie
Statistiek: psychologische wetten zijn af te leiden uit observaties van groepen mensen
Grote thema’s
dualisme – materialisme: wat? (Descartes)
aangeboren – aangeleerd: hoe? (Locke tegen Leibniz)
individu – groep: waar?
Hoe is geest gerelateerd aan lichaam?
dualisme: 2 onafhankelijke entiteiten
materialisme: geest is bijproduct van brein
, - Voordeel dualisme, sluit aan bij; ervaring, lekentheorieën, religie, notie van vrije wil
er is meer tussen hemel en aarde.
- Nadeel dualisme; interactieprobleem, bestaan van onbewuste processen niet nodig, hersenschade
beïnvloed de geest
Hoorcollege 3 – inleiding en geschiedenis van de psychologie
Boek: pioneers of psychology
Materialisme;
- monisme
- alleen de fysieke wereld bestaat
- reductief materialisme; hersenen zijn geest
- MAAR; hoe kan het dat we toch bewustzijn ervaren?
- probleem van identiteitstheorie lichaam verandert, geest verandert (na voetbal iemand
anders, na eten iemand anders, moleculen veranderen, ander persoon?)
andere varianten van materialisme en dualisme; eigenschapsdualisme, epifenomenalisme,
anomalous monism (interactionisme), funtionalisme.
Pragmatisme: wat doet de geest, niet wat is, wat doet …
James; geen gedrag; niet interessant
Nature – nurture: aangeleerd of aangeboren
Locke: nature, aangeleerd
Leibniz: nurture, aangeboren
Molyneux probleem; blind bol voelen herkennen; zien niet herkennen Locke gelijk
- gedachte experiment; niet zeker dus
- oliver stacks; Virgil echte voorbeeld; dus werkt echt
zien is iets wat je leert Locke
filmpje met blokjes en driehoekjes; voorkeur helpende aangeboren Leibniz gelijk
Hoofdstuk 3 – Fysiologie van de geest
Hoe is het lichaam (specifiek de hersenen) gerelateerd aan de geest.
hersenen waren lang saai onderdeel; doet niks; Aristoteles’
onderzoek hersenen; renaissance; 2 delen hersenen
witte en grijze stof; Willis
2 delen; zijn verbonden door hersencellen
mensen dood; hersenen; linkerbeen verlamd; rechter hersen schade; gekruiste werking;
zenuwen kruisen in je nek.
fysiologische problemen; gerelateerd aan de hersenen.
fout in de geschiedenis; fout van Gall(hersen onderzoeker)
- ging hersenen vergelijken; dier en mens
- hersenen worden steeds complexer (extra slides) (vissen-reptielen-zoogdieren)
- meer hersens ten opzichte van gewicht; complexer gedrag.
afzetten tegen gewicht grafiek lijn (extra slides)
- gall vergelijk verschillende diersoorten; geldt ook binnen soorten; mensen met kleine
hersens zijn dommer dan mensen met grote hersens.
verschillen tussen groepen is niet hetzelfde als verschillen binnen groepen.
- fysiognomie; het geloof dat uiterlijk iets zegt over persoonlijkheid of intelligentie