Toegepaste plantkunde: plantenfamilies
1. Algemeen:
1. Voorbeelden → planten herkennen (Nederlandse naam kennen)
2. Einde van het filmpje, voorbeelden belangrijke gewassen → Nederlandse en Latijnse namen
vanbuiten kennen
3. Indeling op basis van kenmerken bladeren/stengels/vruchten → kenmerken zijn te kennen
(geen productiecijfers etc, dat is bijzaak…)
2. Asteraceae:
Asteraceae = composietenfamilie
➢ Madeliefje
➢ Paardenbloem
➢ Paarse morgenster
2.1 Bloeiwijze:
- Hoofdjes met vele bloemetjes
- Omwindselblaadjes
- Stroschubben
2.2 Type bloemen:
- Buisbloemen
- Lintbloemen [5]
→ tweeslachtig
- Straalbloemen [3] & vrouwelijk
= (combinatie van buisbloemen en lintbloemen)
2.3 Kenmerken bloem:
- 5 meeldraden
➔ Helmdraden vrij
➔ Helmknoppen verkleefd
- Stamper
➔ Éénhokkig vruchtbeginsel (= onderstandig)
➔ 1 stijl
➔ 2 stempels
2.4 Kenmerken vrucht:
- Klein, éénzadig nootje
- Omringd door pappus (gereduceerde kelk)
➔ Verbonden via snavel
2.5 Kenmerken blad & stengel:
- Bladstand
➔ Alternerend
➔ Tegenovergesteld
➔ Krans
1
, - Bladrand
➔ Gaaf
➔ Getand
- Stengel
➔ Kruidachtig
➔ Vertakt
➔ Klierharen
2.6 Belangrijke voorbeelden:
- Zonnebloem [Helianthus annuus]
- Witlof [Cichorium intybus var. Foliosum]
- Ijsbergsla [lactuca sativa]
- Goudsbloem [Calendula officinalis]
3. Fabaceae:
Fabaceae = vlinderbloemenfamilie
➢ Witte klaver
➢ Vaste lupine
➢ Gewone brem
3.1 Kenmerken bloem:
- Vijfdelige bloemen
➔ Kroon met 1 vlag & 2 zwaarden
➔ 1 kiel (= 2 vergroeide kroonblaadjes)
➔ Kelk
- 10 meeldraden
Zaadhuid
➔ 9 of 10 vergroeid Embryo
➔ Soms maar 1
- Stamper
➔ Eenhokkig vruchtbeginsel = bovenstandig
Cotyledon
3.2 Kenmerken vrucht:
- Peulen
2
1. Algemeen:
1. Voorbeelden → planten herkennen (Nederlandse naam kennen)
2. Einde van het filmpje, voorbeelden belangrijke gewassen → Nederlandse en Latijnse namen
vanbuiten kennen
3. Indeling op basis van kenmerken bladeren/stengels/vruchten → kenmerken zijn te kennen
(geen productiecijfers etc, dat is bijzaak…)
2. Asteraceae:
Asteraceae = composietenfamilie
➢ Madeliefje
➢ Paardenbloem
➢ Paarse morgenster
2.1 Bloeiwijze:
- Hoofdjes met vele bloemetjes
- Omwindselblaadjes
- Stroschubben
2.2 Type bloemen:
- Buisbloemen
- Lintbloemen [5]
→ tweeslachtig
- Straalbloemen [3] & vrouwelijk
= (combinatie van buisbloemen en lintbloemen)
2.3 Kenmerken bloem:
- 5 meeldraden
➔ Helmdraden vrij
➔ Helmknoppen verkleefd
- Stamper
➔ Éénhokkig vruchtbeginsel (= onderstandig)
➔ 1 stijl
➔ 2 stempels
2.4 Kenmerken vrucht:
- Klein, éénzadig nootje
- Omringd door pappus (gereduceerde kelk)
➔ Verbonden via snavel
2.5 Kenmerken blad & stengel:
- Bladstand
➔ Alternerend
➔ Tegenovergesteld
➔ Krans
1
, - Bladrand
➔ Gaaf
➔ Getand
- Stengel
➔ Kruidachtig
➔ Vertakt
➔ Klierharen
2.6 Belangrijke voorbeelden:
- Zonnebloem [Helianthus annuus]
- Witlof [Cichorium intybus var. Foliosum]
- Ijsbergsla [lactuca sativa]
- Goudsbloem [Calendula officinalis]
3. Fabaceae:
Fabaceae = vlinderbloemenfamilie
➢ Witte klaver
➢ Vaste lupine
➢ Gewone brem
3.1 Kenmerken bloem:
- Vijfdelige bloemen
➔ Kroon met 1 vlag & 2 zwaarden
➔ 1 kiel (= 2 vergroeide kroonblaadjes)
➔ Kelk
- 10 meeldraden
Zaadhuid
➔ 9 of 10 vergroeid Embryo
➔ Soms maar 1
- Stamper
➔ Eenhokkig vruchtbeginsel = bovenstandig
Cotyledon
3.2 Kenmerken vrucht:
- Peulen
2