Sociologie F. Stevens
Sociologie
Inleiding + Deel 1: De sociologische kijk
------------------------------------------------------------------------------------------------------
--------------------
Een inleiding op sociologie:
Verhaal vd Gruffalo?
• Beeld dat anderen h over jou manipuleren
• Bepaalde positie id SL (maken we zelf?)
Sociologie = wetenschap die maatschappij (moderne SL) bestudeert.
“We zijn allemaal opgenomen in een gemeenschap + geven vorm aan ruimere verbanden (je
omgeving). Verband tss sociale systemen die je handelen beïnvloeden.”
Soorten maatschappijen:
• Industriële
• Moderne
• Gesloten (communisme, dictator)
• Democratische …
Ideale maatschappij = een UTOPIE (bestaat nt), tegengestelde is DESTOPIE (een nachtmerrie)
Indeling vd maatschappij:
• Jager-verzamelaarsmaatschappij
o Aboriginals (AUS), Bosjesmannen (Afrika), indianen (Brazilië)
• Landbouwmaatschappij
o Vaste plaats, want ze h grond nodig om reserves op te bouwen
o Eerste steden (vb: Damascus)
• Moderne maatschappij
o 1789: Franse Revolutie, beginpunt?
▪ Begin v sociale klassen + spreiding vd macht
o 1600: begin kapitalisme
▪ Vooral Amsterdam en Antwerpen
Sociologie = tweedelig woord
• Societas = de gemeenschap
• Socius = sociaal handelen
Figuur pg. 26
Sociologie bestudeert sociale verbanden (twee soorten):
• ‘Sociaal’ als morele kwaliteit (NT sociologie)
• ‘Sociaal’ als feit (WEL sociologie)
1
, Sociologie F. Stevens
1.1 Sociaal als morele kwaliteit
Een betrokkenheid op medemensen en/of solidariteit met een gemeenschap bedoeld worden.
Twee soorten niveaus:
• Horizontale niveau: (= sociaal handelen)
o Eigen gedrag invloed op onze directe omgeving
o Empathie, caritas, humanitas
• Verticale niveau: (= het systeem)
o Nt alleen directe omgeving, gemeenschapsgevoel (solidariteit)
o Gevoel v sociale rechtvaardigheid
▪ Sociale zekerheid: eerst bijdrage leveren, dan pas ‘beloning’ (vb: werken
voor je pensioen op latere leeftijd)
▪ Sociale bijstand: iedereen recht op in BE, voor iedereen (vb: onderwijs ook al
ben je illegaal in BE)
1.2 Sociale als studieobject
Sociaal als ‘feit’ = Emile Durkheim
• Staat los vd individu
• Patroon v denken en handelen (vb: 3 kussen ipv 2/4)
Sociale constructie
= Vanuit het handelen gaan kijken nr grotere sociale verbanden (vb: familie, vriendengroep...).
Mensen h contact met kleine groep mensen. Nieuwe interacties zorgen dus voor nieuwe
groepen/verbanden.
• Agency: handelsvrijheid om daden te stellen
= Actor-perspectief of Microsociologie!
Sociale bepaaldheid
= Iedereen is in een gezin/land/familie geboren (vb: vettige vrijdag, gn school voor meisjes...). Jouw
omgeving bepaald dus jouw gedrag.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Circulaire causaliteit:
= Hoe bepaalt het handelen v individuen grotere verbanden en hoe beïnvloeden die weer het handelen
tss individuen?
• Ideaal id sociologie
• Oog voor drie dimensies: sociaal handelen, het systeem en de tssruimte
o Opgedeeld in drie analyseniveaus: micro, meso en macro
Lineaire causaliteit:
= Als A gebeurt, dan volgt B automatisch (vb: hond van Pavlov, Newton en de zwaartekracht...)
In Sociologie: gn lineair, maar actie na actie (constant vernieuwingen). De mens is onvoorspelbaar
(dier is dit wel).
2
Sociologie
Inleiding + Deel 1: De sociologische kijk
------------------------------------------------------------------------------------------------------
--------------------
Een inleiding op sociologie:
Verhaal vd Gruffalo?
• Beeld dat anderen h over jou manipuleren
• Bepaalde positie id SL (maken we zelf?)
Sociologie = wetenschap die maatschappij (moderne SL) bestudeert.
“We zijn allemaal opgenomen in een gemeenschap + geven vorm aan ruimere verbanden (je
omgeving). Verband tss sociale systemen die je handelen beïnvloeden.”
Soorten maatschappijen:
• Industriële
• Moderne
• Gesloten (communisme, dictator)
• Democratische …
Ideale maatschappij = een UTOPIE (bestaat nt), tegengestelde is DESTOPIE (een nachtmerrie)
Indeling vd maatschappij:
• Jager-verzamelaarsmaatschappij
o Aboriginals (AUS), Bosjesmannen (Afrika), indianen (Brazilië)
• Landbouwmaatschappij
o Vaste plaats, want ze h grond nodig om reserves op te bouwen
o Eerste steden (vb: Damascus)
• Moderne maatschappij
o 1789: Franse Revolutie, beginpunt?
▪ Begin v sociale klassen + spreiding vd macht
o 1600: begin kapitalisme
▪ Vooral Amsterdam en Antwerpen
Sociologie = tweedelig woord
• Societas = de gemeenschap
• Socius = sociaal handelen
Figuur pg. 26
Sociologie bestudeert sociale verbanden (twee soorten):
• ‘Sociaal’ als morele kwaliteit (NT sociologie)
• ‘Sociaal’ als feit (WEL sociologie)
1
, Sociologie F. Stevens
1.1 Sociaal als morele kwaliteit
Een betrokkenheid op medemensen en/of solidariteit met een gemeenschap bedoeld worden.
Twee soorten niveaus:
• Horizontale niveau: (= sociaal handelen)
o Eigen gedrag invloed op onze directe omgeving
o Empathie, caritas, humanitas
• Verticale niveau: (= het systeem)
o Nt alleen directe omgeving, gemeenschapsgevoel (solidariteit)
o Gevoel v sociale rechtvaardigheid
▪ Sociale zekerheid: eerst bijdrage leveren, dan pas ‘beloning’ (vb: werken
voor je pensioen op latere leeftijd)
▪ Sociale bijstand: iedereen recht op in BE, voor iedereen (vb: onderwijs ook al
ben je illegaal in BE)
1.2 Sociale als studieobject
Sociaal als ‘feit’ = Emile Durkheim
• Staat los vd individu
• Patroon v denken en handelen (vb: 3 kussen ipv 2/4)
Sociale constructie
= Vanuit het handelen gaan kijken nr grotere sociale verbanden (vb: familie, vriendengroep...).
Mensen h contact met kleine groep mensen. Nieuwe interacties zorgen dus voor nieuwe
groepen/verbanden.
• Agency: handelsvrijheid om daden te stellen
= Actor-perspectief of Microsociologie!
Sociale bepaaldheid
= Iedereen is in een gezin/land/familie geboren (vb: vettige vrijdag, gn school voor meisjes...). Jouw
omgeving bepaald dus jouw gedrag.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Circulaire causaliteit:
= Hoe bepaalt het handelen v individuen grotere verbanden en hoe beïnvloeden die weer het handelen
tss individuen?
• Ideaal id sociologie
• Oog voor drie dimensies: sociaal handelen, het systeem en de tssruimte
o Opgedeeld in drie analyseniveaus: micro, meso en macro
Lineaire causaliteit:
= Als A gebeurt, dan volgt B automatisch (vb: hond van Pavlov, Newton en de zwaartekracht...)
In Sociologie: gn lineair, maar actie na actie (constant vernieuwingen). De mens is onvoorspelbaar
(dier is dit wel).
2