Inleiding – water en biomoleculen - hoe dit instuderen ?
Onderstaande vragen moeten beantwoord kunnen worden : (theorie)
1. Wat is de betekenis van biochemie ?
= Studie vd chemische processen die leiden tot biologisch leven & die dat leven kunnen in stand houden.
= Studie vd complexe processen die zich afspelen in en rond levende cel & vd chemische reacties die daarbij
plaatsvinden.
= biologie x scheikunde
2. Waar bevindt water zich in een plantaardig organisme/dierlijk organisme ?
Plantaardig organisme:
Intracellulair: cytoplasma, vacuolen
Intercellulair: transportweefsel (floëem, xyleem)
Dierlijk organisme:
Intracellulair: 75% (bv. in cytoplasma)
Intercellulair: 25% (bv. bloedplasma)
3. Bespreek de functies van water bij plant en dier ?
💧als oplosmiddel
💧als deel ve chemische reactie
💧als transportmiddel
💧als warmteregulator
💧als smeer – en lichaamsvloeistof
Water als oplosmiddel:
- 💧= dipoolmolecule
- 💧= belangrijk oplosmiddel
Water als deel van een chemische reactie:
- Hydrolyse: opname v💧
A + H2O B + C
- Condensatie: afgeven v💧
A + B C + H2O
Water als transportmiddel:
- Planten: hout- en zeefvaten
- Dieren: transport v mineralen in bloed
Water als warmteregulator:
- Behoud v lichaamsT° (cte waarde)
- Zweten bij verhoogde lichaamsT°
= water doet lichaamsT° weer dalen
Water als smeer – en lichaamsvloeistof:
- Smeermiddel in gewrichten
- hersenvocht
4. Wat zijn biomoleculen ? Welke bestaan er ? Uit welke chemische elementen zijn ze opgebouwd ?
1
Onderstaande vragen moeten beantwoord kunnen worden : (theorie)
1. Wat is de betekenis van biochemie ?
= Studie vd chemische processen die leiden tot biologisch leven & die dat leven kunnen in stand houden.
= Studie vd complexe processen die zich afspelen in en rond levende cel & vd chemische reacties die daarbij
plaatsvinden.
= biologie x scheikunde
2. Waar bevindt water zich in een plantaardig organisme/dierlijk organisme ?
Plantaardig organisme:
Intracellulair: cytoplasma, vacuolen
Intercellulair: transportweefsel (floëem, xyleem)
Dierlijk organisme:
Intracellulair: 75% (bv. in cytoplasma)
Intercellulair: 25% (bv. bloedplasma)
3. Bespreek de functies van water bij plant en dier ?
💧als oplosmiddel
💧als deel ve chemische reactie
💧als transportmiddel
💧als warmteregulator
💧als smeer – en lichaamsvloeistof
Water als oplosmiddel:
- 💧= dipoolmolecule
- 💧= belangrijk oplosmiddel
Water als deel van een chemische reactie:
- Hydrolyse: opname v💧
A + H2O B + C
- Condensatie: afgeven v💧
A + B C + H2O
Water als transportmiddel:
- Planten: hout- en zeefvaten
- Dieren: transport v mineralen in bloed
Water als warmteregulator:
- Behoud v lichaamsT° (cte waarde)
- Zweten bij verhoogde lichaamsT°
= water doet lichaamsT° weer dalen
Water als smeer – en lichaamsvloeistof:
- Smeermiddel in gewrichten
- hersenvocht
4. Wat zijn biomoleculen ? Welke bestaan er ? Uit welke chemische elementen zijn ze opgebouwd ?
1