Hoorcollege motivatie GIO 2
Motivatie = De processen die de intensiteit, richting en volharding van iemands
inspanning bepalen t.o.v het behalen van een doel.
Intensiteit = hoe hard iemand z’n best doet
Richting = ten opzichte van het behalen van een bepaald doel (andere
kant op is gedemotiveerd)
Volharding = hoe lang iemand de inspanning volhoudt
Oude motivatietheorieën
1. Maslow’s hierarchy of needs (pyramid van maslows)
We hebben allemaal behoeftes maar die zijn hiërarchisch gesorteerd
Fysiek: eten, drinken en onderdak
Veiligheid
Sociaal: vriendschap, liefde
Erkenning: zelf trots, omgeving erkenning
Zelfontplooiing: het beste worden van je zelf
De behoeftes moeten via deze volgorde
Weinig ondersteuning voor deze theorie
2. Herzberg’s Two-Factor Theory
Tevredenheid en ontevredenheid zijn geen tegen polen maar twee
verschillende dingen
De dingen die je nodig hebt om tevreden te worden anders zijn dan de
dingen die je ontevreden maken
Ontevreden: hygiëne factoren < extern
Werkomstandigheden, salaris, organisatiebeleid
Tevreden: motivatoren < intern
Gevoel van prestatie, groei, verantwoordelijkheid
Dus om mensen tevreden te maken moet je eerst ontevreden dingen
wegnemen.
Ook niet ondersteund: nooit gelinkt aan betere prestaties, vervelende dingen
liggen hier allemaal aan een ander.
, 3. McClelland’s Three Needs theorie
3 basisbehoefte
1.Need of achievement
Drijfveer om te excelleren, presteren, succesvol zijn
2.Need for power
Behoefte om te zorgen dat andere zich anders gedragen wat ze anders
niet hadden gedaan < beïnvloeden
3. Need for affiliation
Behoefte aan vriendelijke en diepgaande interpersoonlijke relaties
Mensen verschillen in hoe sterk deze behoeftes zijn
Mensen zijn zich niet bewust van deze behoefte, dus het is niet meetbaar. Hij
deed dit via plaatjes, met een zelfverzonnen verhaal. < Het is onpraktisch
Hedendaagse motivatietheorieën
1. Cognitive evaluation theory
Dit gaat uit van het verschil tussen:
Intrinsieke motivatie: omdat je iets leuk vindt
Extrinsieke motivatie: je haalt plezier uit de uitkomst
Mensen vinden intrinsieke dingen minder leuk als je ze ergens voor gaat
belonen > omdat je minder controle hebt + mening wordt deels bepaald door
perceptie
Zorg ervoor dat het gevoel van controle hoog blijft bij beloningen als ze
intrinsiek gemotiveerd zijn
Self concordance
Als je je doelen niet behaald ben je dan alsnog gelukkig? (Zijn de redenen
waarom je je doelen nastreeft om overeenstemming met je intresses?)
2. Locke’s goal-setting theory
Specifieke en moeilijke doelen, met zelfgemaakte feedback leiden tot betere
prestaties
Waarom? Moeilijke doelen:
Krijgen eerder aandacht
Hoger doorzettingsvermogen
Geven energie
Zorgen ervoor om nieuwe methodes te ontdekken
Motivatie = De processen die de intensiteit, richting en volharding van iemands
inspanning bepalen t.o.v het behalen van een doel.
Intensiteit = hoe hard iemand z’n best doet
Richting = ten opzichte van het behalen van een bepaald doel (andere
kant op is gedemotiveerd)
Volharding = hoe lang iemand de inspanning volhoudt
Oude motivatietheorieën
1. Maslow’s hierarchy of needs (pyramid van maslows)
We hebben allemaal behoeftes maar die zijn hiërarchisch gesorteerd
Fysiek: eten, drinken en onderdak
Veiligheid
Sociaal: vriendschap, liefde
Erkenning: zelf trots, omgeving erkenning
Zelfontplooiing: het beste worden van je zelf
De behoeftes moeten via deze volgorde
Weinig ondersteuning voor deze theorie
2. Herzberg’s Two-Factor Theory
Tevredenheid en ontevredenheid zijn geen tegen polen maar twee
verschillende dingen
De dingen die je nodig hebt om tevreden te worden anders zijn dan de
dingen die je ontevreden maken
Ontevreden: hygiëne factoren < extern
Werkomstandigheden, salaris, organisatiebeleid
Tevreden: motivatoren < intern
Gevoel van prestatie, groei, verantwoordelijkheid
Dus om mensen tevreden te maken moet je eerst ontevreden dingen
wegnemen.
Ook niet ondersteund: nooit gelinkt aan betere prestaties, vervelende dingen
liggen hier allemaal aan een ander.
, 3. McClelland’s Three Needs theorie
3 basisbehoefte
1.Need of achievement
Drijfveer om te excelleren, presteren, succesvol zijn
2.Need for power
Behoefte om te zorgen dat andere zich anders gedragen wat ze anders
niet hadden gedaan < beïnvloeden
3. Need for affiliation
Behoefte aan vriendelijke en diepgaande interpersoonlijke relaties
Mensen verschillen in hoe sterk deze behoeftes zijn
Mensen zijn zich niet bewust van deze behoefte, dus het is niet meetbaar. Hij
deed dit via plaatjes, met een zelfverzonnen verhaal. < Het is onpraktisch
Hedendaagse motivatietheorieën
1. Cognitive evaluation theory
Dit gaat uit van het verschil tussen:
Intrinsieke motivatie: omdat je iets leuk vindt
Extrinsieke motivatie: je haalt plezier uit de uitkomst
Mensen vinden intrinsieke dingen minder leuk als je ze ergens voor gaat
belonen > omdat je minder controle hebt + mening wordt deels bepaald door
perceptie
Zorg ervoor dat het gevoel van controle hoog blijft bij beloningen als ze
intrinsiek gemotiveerd zijn
Self concordance
Als je je doelen niet behaald ben je dan alsnog gelukkig? (Zijn de redenen
waarom je je doelen nastreeft om overeenstemming met je intresses?)
2. Locke’s goal-setting theory
Specifieke en moeilijke doelen, met zelfgemaakte feedback leiden tot betere
prestaties
Waarom? Moeilijke doelen:
Krijgen eerder aandacht
Hoger doorzettingsvermogen
Geven energie
Zorgen ervoor om nieuwe methodes te ontdekken