Stijlfiguren
1. Tautologie
Je zegt twee keer hetzelfde met verschillende woorden. De woorden betekenen ongeveer
hetzelfde en behoren tot dezelfde woordsoort.
Dat weet hij wis en waarachtig wel.
Zij kenden daar heg noch steg.
Hij werd met veel pracht en praal begraven.
Tautologieën komen voor als stijlfout.
2. Pleonasme
Je zegt twee keer ongeveer hetzelfde met verschillende woorden en de woorden behoren tot
verschillende woordsoorten. Je gebruikt het om een eigenschap van iets te benadrukken.
De gele zonnebloemen maken de kamer veel gezelliger.
In deze witte sneeuw heb ik een zonnebril nodig.
De grijze mist maakt de straat nog troostelozer.
3. Hyperbool
Bij een hyperbool wordt iets op een overdreven manier uitgedrukt. Je gebruikt een hyperbool
om iets te laten opvallen.
In Nederland regent het 29 van de 30 dagen.
Je wordt doodgegooid met informatie over de verkiezingen.
Ik heb wel een eeuw op je staan wachten.
1
, D. Nijdam Stijlfiguren HAVO Nederlands
4. Enumeratie (opsomming)
Een enumeratie gebruik je om iets te benadrukken. Meestal zit er in de opsomming
een climax (een in kracht toenemende rij) of een anticlimax (een in kracht afnemende rij).
Twee, zes, twintig, honderd mensen kwamen naar het feest toe.
Zij was eerst Miss Almelo, toen Miss Holland en uiteindelijk Miss World.
Multatuli schreef in de ‘Max Havelaar':
Want aan U draag ik mijn boek op, Willem de Derde, Koning, Groothertog, Prins… meer
dan Prins, Groothertog en Koning… Keizer van het prachtige rijk van Insulinde dat zich
slingert om de evenaar, als een gordel van smaragd…
Hij is wereldberoemd, nou ja… in Nederland, eh in Zaltbommel dan. Ik bedoel: daar
hebben ze van hem gehoord.
5. Tegenstelling (antithese)
Bij een tegenstelling worden tegengestelde dingen gecombineerd zodat ze meer opvallen.
Ik heb voor goed geld slechte spullen gekocht.
In het stille dal knettert het overal.
‘s Lands grootste kruidenier gaat op de kleintjes letten.
2