De bestuurlijke kaart van Nederland
H2: De Nederlandse staat
Vier kenmerken van een staat:
- Specifiek grondgebied (territorium)
- Bevolking
- Wettelijke ordening en bestuurlijke organisatie.
- Erkend door andere staten
Nederland maakt deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden, dat ook de Nederlandse
Antillen en Aruba omvat. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelt momenteel
het bijzondere samenwerkingsverband van Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba.
Het Statuut is van hogere orde dan de Grondwet (leesvraag). De koninkrijksregering bestaat
uit de koning, de Nederlandse ministers en één minister voor de Nederlandse Antillen en één
voor Aruba. De Koninkrijksregering vormt samen met de Staten-Generaal het wetgevend
orgaan.
Nederland heeft een parlementair stelsel, waarvan de kern is het hoogste besluitvormende
orgaan (de Tweede Kamer) gekozen wordt. Het stelsel kent 2 principes:
1. Ministeriële verantwoordelijkheid: De koning is onschendbaar en de ministers zijn
verantwoordelijk.
2. Vertrouwensregel: Een kabinet moet het vertrouwen van een meerderheid in de
Tweede Kamer hebben. Dit vertrouwen wordt verondersteld tot het tegendeel blijkt.
Nederland is een rechtsstaat, met de volgende kenmerken:
- Al het overheidshandelen dient te zijn gebaseerd op bevoegdheden die zijn
vastgelegd in wetten.
- Er dient sprake te zijn van een trias politica: staatsmacht wordt verdeeld over de
wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.
- Het bestaan van vrije en geheime verkiezingen.
- Het bestaan van grondrechten.
- Het bestaan van vrije en onafhankelijke media.
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat (het ‘Huis van Thorbecke’, 1848).
Provincies en gemeenten hebben autonomie: eigen bevoegdheden met betrekking tot de
taken op hun grondgebied. Ook komt het veel voor dat provincies en gemeenten regels
opstellen in opdracht van een hogere regeling: medebewind. Het principe van eenheid is
uitgewerkt in het toezicht. De nationale overheid kan alle besluiten van lagere overheden
vernietigen wanneer die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang (leesvraag).
Overheden en verschillende bestuurslagen zijn van elkaar afhankelijk en moeten met elkaar
samenwerken. Daar zijn een groot aantal redenen voor, dit zijn er 3 (leesvraag):
1. Samenwerking in de vorm van een duidelijke taakverdeling levert belangrijke
voordelen op. Sommige dingen zijn daarom voorbehouden aan de rijksoverheid, dat
is doelmatiger en rechtvaardiger.
, 2. Lagere bestuurslagen weten vaak beter wat er speelt. Algemeen beleid wordt op
rijksniveau geformuleerd, en gemeenten werken dit verder uit en krijgen er financiële
middelen voor.
3. Veel problemen waarmee overheden te maken hebben beperken zich niet tot het
eigen grondgebied.
De drie bestuurslagen mogen op verschillende terreinen initiatieven uitvoeren, als het maar
hun eigen grondgebied is. Dit heet territoriaal bestuur. Daarnaast zijn er bestuursorganen
met een vastgelegd takenpakket; dit heet functioneel bestuur (leesvraag).
H2: De Nederlandse staat
Vier kenmerken van een staat:
- Specifiek grondgebied (territorium)
- Bevolking
- Wettelijke ordening en bestuurlijke organisatie.
- Erkend door andere staten
Nederland maakt deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden, dat ook de Nederlandse
Antillen en Aruba omvat. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelt momenteel
het bijzondere samenwerkingsverband van Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba.
Het Statuut is van hogere orde dan de Grondwet (leesvraag). De koninkrijksregering bestaat
uit de koning, de Nederlandse ministers en één minister voor de Nederlandse Antillen en één
voor Aruba. De Koninkrijksregering vormt samen met de Staten-Generaal het wetgevend
orgaan.
Nederland heeft een parlementair stelsel, waarvan de kern is het hoogste besluitvormende
orgaan (de Tweede Kamer) gekozen wordt. Het stelsel kent 2 principes:
1. Ministeriële verantwoordelijkheid: De koning is onschendbaar en de ministers zijn
verantwoordelijk.
2. Vertrouwensregel: Een kabinet moet het vertrouwen van een meerderheid in de
Tweede Kamer hebben. Dit vertrouwen wordt verondersteld tot het tegendeel blijkt.
Nederland is een rechtsstaat, met de volgende kenmerken:
- Al het overheidshandelen dient te zijn gebaseerd op bevoegdheden die zijn
vastgelegd in wetten.
- Er dient sprake te zijn van een trias politica: staatsmacht wordt verdeeld over de
wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.
- Het bestaan van vrije en geheime verkiezingen.
- Het bestaan van grondrechten.
- Het bestaan van vrije en onafhankelijke media.
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat (het ‘Huis van Thorbecke’, 1848).
Provincies en gemeenten hebben autonomie: eigen bevoegdheden met betrekking tot de
taken op hun grondgebied. Ook komt het veel voor dat provincies en gemeenten regels
opstellen in opdracht van een hogere regeling: medebewind. Het principe van eenheid is
uitgewerkt in het toezicht. De nationale overheid kan alle besluiten van lagere overheden
vernietigen wanneer die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang (leesvraag).
Overheden en verschillende bestuurslagen zijn van elkaar afhankelijk en moeten met elkaar
samenwerken. Daar zijn een groot aantal redenen voor, dit zijn er 3 (leesvraag):
1. Samenwerking in de vorm van een duidelijke taakverdeling levert belangrijke
voordelen op. Sommige dingen zijn daarom voorbehouden aan de rijksoverheid, dat
is doelmatiger en rechtvaardiger.
, 2. Lagere bestuurslagen weten vaak beter wat er speelt. Algemeen beleid wordt op
rijksniveau geformuleerd, en gemeenten werken dit verder uit en krijgen er financiële
middelen voor.
3. Veel problemen waarmee overheden te maken hebben beperken zich niet tot het
eigen grondgebied.
De drie bestuurslagen mogen op verschillende terreinen initiatieven uitvoeren, als het maar
hun eigen grondgebied is. Dit heet territoriaal bestuur. Daarnaast zijn er bestuursorganen
met een vastgelegd takenpakket; dit heet functioneel bestuur (leesvraag).