Marktvormen
Monopolie
Er is één aanbieder.
Het product is homogeen want de consument kan geen onderscheid maken omdat er maar
één product is.
Als enige aanbieder kan een monopolist zelf de prijs bepalen en bepaalt hij ook de
hoeveelheid die hij wil afzetten.
De markt is niet transparant
Vrije toetreding is niet mogelijk
GO en MO dalen voortdurend want, extra afzet kan alleen tot stand komen wanneer de prijs
daalt
Het welvaartsverlies wordt veroorzaakt doordat de prijs hoger ligt dan de maatschappelijke
kosten. De monopolist kan het consumentensurplus verder terugdringen door tot
prijsdiscriminatie over te gaan, hij vraagt op een aantal deelmarkten verschillende prijzen.
Monopolistische concurrentie
Er zijn veel aanbieders.
Het product is heterogeen omdat er veel verschillende aanbieders zijn.
De winst gaat altijd richting 0.
Er is sprake van vrije toetreding.
Doordat een aanbieder winst maakt, komen er nieuwe aanbieders op de markt en is er dus
concurrentie. Doordat er concurrentie is kunnen prijzen verschillen en klanten dus kiezen
voor een meerdere opties.
Volledige mededinging
Er zijn veel aanbieders.
Het product is homogeen omdat de producten verschillen in geen opzicht van elkaar.
De markt is transparant, zowel vragers als aanbieders kunnen de gehele markt overzien.
Er is vrije toetreding.
Er is geen invloed op de prijs.
Oligopolie
Er zijn weinig aanbieders.
Het product is heterogeen omdat er altijd wordt gestreefd naar productdifferentiatie.
Als één marktleider zijn prijs veranderd, volgen de andere vaak ook. Dit kan leiden tot
prijsstarheid, geen verandering in de verkoopprijzen.
Monopolie
Er is één aanbieder.
Het product is homogeen want de consument kan geen onderscheid maken omdat er maar
één product is.
Als enige aanbieder kan een monopolist zelf de prijs bepalen en bepaalt hij ook de
hoeveelheid die hij wil afzetten.
De markt is niet transparant
Vrije toetreding is niet mogelijk
GO en MO dalen voortdurend want, extra afzet kan alleen tot stand komen wanneer de prijs
daalt
Het welvaartsverlies wordt veroorzaakt doordat de prijs hoger ligt dan de maatschappelijke
kosten. De monopolist kan het consumentensurplus verder terugdringen door tot
prijsdiscriminatie over te gaan, hij vraagt op een aantal deelmarkten verschillende prijzen.
Monopolistische concurrentie
Er zijn veel aanbieders.
Het product is heterogeen omdat er veel verschillende aanbieders zijn.
De winst gaat altijd richting 0.
Er is sprake van vrije toetreding.
Doordat een aanbieder winst maakt, komen er nieuwe aanbieders op de markt en is er dus
concurrentie. Doordat er concurrentie is kunnen prijzen verschillen en klanten dus kiezen
voor een meerdere opties.
Volledige mededinging
Er zijn veel aanbieders.
Het product is homogeen omdat de producten verschillen in geen opzicht van elkaar.
De markt is transparant, zowel vragers als aanbieders kunnen de gehele markt overzien.
Er is vrije toetreding.
Er is geen invloed op de prijs.
Oligopolie
Er zijn weinig aanbieders.
Het product is heterogeen omdat er altijd wordt gestreefd naar productdifferentiatie.
Als één marktleider zijn prijs veranderd, volgen de andere vaak ook. Dit kan leiden tot
prijsstarheid, geen verandering in de verkoopprijzen.