Minor complexe zorg High Care
Inhoud
High care.................................................................................................................................................. 2
Werkles ................................................................................................................................................ 2
Les 1 ................................................................................................................................................. 2
Les 2 ................................................................................................................................................. 8
Les 3 ............................................................................................................................................... 17
Les 4 ............................................................................................................................................... 26
Les 5 ............................................................................................................................................... 35
Les 6 ............................................................................................................................................... 43
Les 7 ............................................................................................................................................... 51
Les 8 ............................................................................................................................................... 56
Communicatie ................................................................................................................................... 62
Les 1 ............................................................................................................................................... 62
VPR .................................................................................................................................................... 62
Les 1 ............................................................................................................................................... 62
Les 2 ............................................................................................................................................... 64
Colleges ............................................................................................................................................. 65
College 1 diffusie en pre load ........................................................................................................ 65
College 2 Pre-hospitale zorg .......................................................................................................... 65
College 3 Klinisch redeneren ......................................................................................................... 67
College 4 SEH & Fracturen ............................................................................................................. 69
College 5 ACLS ............................................................................................................................... 72
College 6 Multi-infusie................................................................................................................... 73
College 7 ECG................................................................................................................................. 74
College 7 Antibiotica...................................................................................................................... 80
Klinisch redeneren ............................................................................................................................. 81
Les 1 ............................................................................................................................................... 81
Les 2 ............................................................................................................................................... 85
Les 3 ............................................................................................................................................... 95
Les 4 ............................................................................................................................................. 101
,High care
Toets:
• 50 Vragen (meerkeuze, aanwijs, sleep, invul)
• 15 fouten
• 1,5 uur
• Zie toets matrijs
Werkles
Les 1
Opdracht 1
Beschrijf het proces van 112-melding tot het arriveren van de
hulpverleningsdiensten?
1. Ontvangen van een melding: meldkamer
2. Winnen van informatie: de medewerker van de centrale meldkamer vraagt wat er precies
aan de hand is
3. Inzet bepalen en alarmeren: de medewerker bepaalt of er een ambulance naar u toe komt
4. De beller ondersteunen: de centrale meldkamer indiceert en instrueert de eerste
handelingen. De medewerker kan aan de telefoon instructies geven terwijl de ambulance
onderweg is.
5. Opvolgen en inzetbaarheid garanderen
6. Coördineren
7. Incident gegevens registreren en systemen beheren
,Lukt het in de volgende gevallen om 112 te bereiken?
• Provider heeft geen bereik= Ja
• Toetsenbord is geblokkeerd= ja
• Beltegoed is op/ Simkaart is niet meer geldig/ Geen simkaart in telefoon= Ja
• Sms/app sturen= Nee (vanaf 2022 wel)
Wat zijn de kosten van verschillende ambulanceritten? En wie betaald deze kosten?
1. Spoedinzetten met A-urgentie
2. Planbare ambulancezorg met B-urgentie
De tarieven voor zowel de spoedeisende als de planbare ambulance-inzetten kennen zogenaamde
‘basisaanslagen’. Dit zijn vaste bedragen. Naast de basisaanslag wordt ook het aantal kilometers dat
de ambulance rijdt (met patiënt) in rekening gebracht. (NZa)
Als de patiënt ter plaatse onderzocht en/of behandeld wordt, maar niet wordt vervoerd, spreken we
van een zogenaamde Eerste Hulp Geen Vervoer (EHGV) inzet. Voor EHGV inzetten worden geen
kosten in rekening gebracht. Ambulancevervoer wordt betaald door de zorgverzekeraar. De
zorgverzekeraar kan een eigen risico in rekening brengen afhankelijk van het door u betaalde bedrag.
Binnen welke gestelde termijnen moet een ambulance ter plaatse zijn?
• A1 urgentie: 15 minuten
• A2 normale spoed: 30 minuten
Opdracht 2
Voor welk transport is een ambulance inzetbaar?
• A1: Er is gevaar voor leven of blijvende invaliditeit. De ambulance moet binnen 15 minuten
aanwezig zijn (met sirene en zwaailicht). Er mag afgeweken worden van de verkeersregels
• A2: Er is geen direct levensgevaar maar het slachtoffer moet wel snel naar een ziekenhuis. De
urgentie is minder, maar zwaailicht en sirene kan gebruikt worden (hoeft niet).
• B-vervoer (besteld vervoer): Hier is er geen sprake van urgentie en moet iemand vervoerd
worden met een ambulance omdat ander vorm van vervoer niet mogelijk is. Een voorbeeld:
bedlegerige mensen die voor onderzoek naar het ziekenhuis moeten, wensambulance,
ontslagen patiënten in het ziekenhuis, maar die niet in een auto kunnen zitten. B-vervoer kan
direct worden uitgesteld als er A1 of A2 ritten zijn.
, • MICU: Mobiele intensieve care unit: Transport van IC-patiënten. Tijdens het transport is er
een IC-arts, IC-verpleegkundige, ambulanceverpleegkundige en een chauffeur aanwezig.
•
Benoem 4 situaties waarbij de ambulance wél uitrukt maar géén patiënt vervoerd
• De patiënt is overleden
• Traumahelikopter nodig
• Patiënt gaat met eigen vervoer naar het ziekenhuis
• Niet nodig om naar het ziekenhuis te gaan, geen verdere behandeling nodig
Waaruit bestaat de ambulance bemanning en wat is hun achtergrond?
1. Ambulancechauffeur: verantwoordelijk voor technische staat van ambulance, communicatie
met de meldkamer, assistent van de verpleegkundige. Opleiding: rijbewijs C, opleiding SOSA
(stichting opleidingen scholing ambulancehulpverlening), na elke vijf jaar word je getest.
2. Ambulanceverpleegkundige: Zorg voor het slachtoffer. Opleiding: MBO/HBO verpleegkunde,
BIG registratie, 1 jaar werkervaring in het ziekenhuis op SEH, IC, anesthesie. Vervolgens
SOSA-opleiding.
Begrippen
• MKA: meldkamer ambulancezorg
• Riturgentie van A1 (OGS): Urgentievervoer binnen 15 minuten met optische en
geluidssignalen.
• Code AANR LETSEL: Aanrijding met letsel
• Revised Trauma Score (RTS): Vooraf vindt de ABCDE plaats. De
RTS is een graderingsysteem voor het beoordelen van de ernst
van een ongeval bij het eerste contact van de verpleegkundige
en de arts. Drie parameters staan centraal: de ademfrequentie,
de systolische bloedruk en de Glscow coma scale. Elke van de
drie parameters wordt weergegeven door een getal (hoog voor
een normale en laag voor een gestoorde functie). De ernst van
het ongeval wordt geschat door de verkregen getallen op te
tellen. De slechtste score is 1, de beste score is 12. Later wordt
de RTS opnieuw uitgevoerd.
• Extractie: bevrijden van een (bekneld) slachtoffer
• Iatrogeen SCI (spinal cord injury): medisch veroorzaakt
ruggengraat letsel
• Corpus alienum: die duidt op een voorwerp dat zich in een
lichaam bevindt, maar daar oorspronkelijk niet thuishoort.
Vaak zijn dit voorwerpen van buiten het lichaam die (per
ongeluk of expres) zijn ingeslikt of in het lichaam worden
gestoken/geschoten. Observatie van de luchtweg: Losse
tanden of kiezen, Kauwgum, Bloed, Braaksel, Obstructie
• Hemodynamisch instabiel: Hemodynamische stabiliteit is de
medische term die wordt gebruikt om een stabiele bloedstroom aan te duiden. Als een
persoon hemodynamisch stabiel is, betekent dit dat hij/zij een stabiel pompend hart heeft en
een goede bloedcirculatie. Anderzijds wordt hemodynamische instabiliteit gedefinieerd als
Inhoud
High care.................................................................................................................................................. 2
Werkles ................................................................................................................................................ 2
Les 1 ................................................................................................................................................. 2
Les 2 ................................................................................................................................................. 8
Les 3 ............................................................................................................................................... 17
Les 4 ............................................................................................................................................... 26
Les 5 ............................................................................................................................................... 35
Les 6 ............................................................................................................................................... 43
Les 7 ............................................................................................................................................... 51
Les 8 ............................................................................................................................................... 56
Communicatie ................................................................................................................................... 62
Les 1 ............................................................................................................................................... 62
VPR .................................................................................................................................................... 62
Les 1 ............................................................................................................................................... 62
Les 2 ............................................................................................................................................... 64
Colleges ............................................................................................................................................. 65
College 1 diffusie en pre load ........................................................................................................ 65
College 2 Pre-hospitale zorg .......................................................................................................... 65
College 3 Klinisch redeneren ......................................................................................................... 67
College 4 SEH & Fracturen ............................................................................................................. 69
College 5 ACLS ............................................................................................................................... 72
College 6 Multi-infusie................................................................................................................... 73
College 7 ECG................................................................................................................................. 74
College 7 Antibiotica...................................................................................................................... 80
Klinisch redeneren ............................................................................................................................. 81
Les 1 ............................................................................................................................................... 81
Les 2 ............................................................................................................................................... 85
Les 3 ............................................................................................................................................... 95
Les 4 ............................................................................................................................................. 101
,High care
Toets:
• 50 Vragen (meerkeuze, aanwijs, sleep, invul)
• 15 fouten
• 1,5 uur
• Zie toets matrijs
Werkles
Les 1
Opdracht 1
Beschrijf het proces van 112-melding tot het arriveren van de
hulpverleningsdiensten?
1. Ontvangen van een melding: meldkamer
2. Winnen van informatie: de medewerker van de centrale meldkamer vraagt wat er precies
aan de hand is
3. Inzet bepalen en alarmeren: de medewerker bepaalt of er een ambulance naar u toe komt
4. De beller ondersteunen: de centrale meldkamer indiceert en instrueert de eerste
handelingen. De medewerker kan aan de telefoon instructies geven terwijl de ambulance
onderweg is.
5. Opvolgen en inzetbaarheid garanderen
6. Coördineren
7. Incident gegevens registreren en systemen beheren
,Lukt het in de volgende gevallen om 112 te bereiken?
• Provider heeft geen bereik= Ja
• Toetsenbord is geblokkeerd= ja
• Beltegoed is op/ Simkaart is niet meer geldig/ Geen simkaart in telefoon= Ja
• Sms/app sturen= Nee (vanaf 2022 wel)
Wat zijn de kosten van verschillende ambulanceritten? En wie betaald deze kosten?
1. Spoedinzetten met A-urgentie
2. Planbare ambulancezorg met B-urgentie
De tarieven voor zowel de spoedeisende als de planbare ambulance-inzetten kennen zogenaamde
‘basisaanslagen’. Dit zijn vaste bedragen. Naast de basisaanslag wordt ook het aantal kilometers dat
de ambulance rijdt (met patiënt) in rekening gebracht. (NZa)
Als de patiënt ter plaatse onderzocht en/of behandeld wordt, maar niet wordt vervoerd, spreken we
van een zogenaamde Eerste Hulp Geen Vervoer (EHGV) inzet. Voor EHGV inzetten worden geen
kosten in rekening gebracht. Ambulancevervoer wordt betaald door de zorgverzekeraar. De
zorgverzekeraar kan een eigen risico in rekening brengen afhankelijk van het door u betaalde bedrag.
Binnen welke gestelde termijnen moet een ambulance ter plaatse zijn?
• A1 urgentie: 15 minuten
• A2 normale spoed: 30 minuten
Opdracht 2
Voor welk transport is een ambulance inzetbaar?
• A1: Er is gevaar voor leven of blijvende invaliditeit. De ambulance moet binnen 15 minuten
aanwezig zijn (met sirene en zwaailicht). Er mag afgeweken worden van de verkeersregels
• A2: Er is geen direct levensgevaar maar het slachtoffer moet wel snel naar een ziekenhuis. De
urgentie is minder, maar zwaailicht en sirene kan gebruikt worden (hoeft niet).
• B-vervoer (besteld vervoer): Hier is er geen sprake van urgentie en moet iemand vervoerd
worden met een ambulance omdat ander vorm van vervoer niet mogelijk is. Een voorbeeld:
bedlegerige mensen die voor onderzoek naar het ziekenhuis moeten, wensambulance,
ontslagen patiënten in het ziekenhuis, maar die niet in een auto kunnen zitten. B-vervoer kan
direct worden uitgesteld als er A1 of A2 ritten zijn.
, • MICU: Mobiele intensieve care unit: Transport van IC-patiënten. Tijdens het transport is er
een IC-arts, IC-verpleegkundige, ambulanceverpleegkundige en een chauffeur aanwezig.
•
Benoem 4 situaties waarbij de ambulance wél uitrukt maar géén patiënt vervoerd
• De patiënt is overleden
• Traumahelikopter nodig
• Patiënt gaat met eigen vervoer naar het ziekenhuis
• Niet nodig om naar het ziekenhuis te gaan, geen verdere behandeling nodig
Waaruit bestaat de ambulance bemanning en wat is hun achtergrond?
1. Ambulancechauffeur: verantwoordelijk voor technische staat van ambulance, communicatie
met de meldkamer, assistent van de verpleegkundige. Opleiding: rijbewijs C, opleiding SOSA
(stichting opleidingen scholing ambulancehulpverlening), na elke vijf jaar word je getest.
2. Ambulanceverpleegkundige: Zorg voor het slachtoffer. Opleiding: MBO/HBO verpleegkunde,
BIG registratie, 1 jaar werkervaring in het ziekenhuis op SEH, IC, anesthesie. Vervolgens
SOSA-opleiding.
Begrippen
• MKA: meldkamer ambulancezorg
• Riturgentie van A1 (OGS): Urgentievervoer binnen 15 minuten met optische en
geluidssignalen.
• Code AANR LETSEL: Aanrijding met letsel
• Revised Trauma Score (RTS): Vooraf vindt de ABCDE plaats. De
RTS is een graderingsysteem voor het beoordelen van de ernst
van een ongeval bij het eerste contact van de verpleegkundige
en de arts. Drie parameters staan centraal: de ademfrequentie,
de systolische bloedruk en de Glscow coma scale. Elke van de
drie parameters wordt weergegeven door een getal (hoog voor
een normale en laag voor een gestoorde functie). De ernst van
het ongeval wordt geschat door de verkregen getallen op te
tellen. De slechtste score is 1, de beste score is 12. Later wordt
de RTS opnieuw uitgevoerd.
• Extractie: bevrijden van een (bekneld) slachtoffer
• Iatrogeen SCI (spinal cord injury): medisch veroorzaakt
ruggengraat letsel
• Corpus alienum: die duidt op een voorwerp dat zich in een
lichaam bevindt, maar daar oorspronkelijk niet thuishoort.
Vaak zijn dit voorwerpen van buiten het lichaam die (per
ongeluk of expres) zijn ingeslikt of in het lichaam worden
gestoken/geschoten. Observatie van de luchtweg: Losse
tanden of kiezen, Kauwgum, Bloed, Braaksel, Obstructie
• Hemodynamisch instabiel: Hemodynamische stabiliteit is de
medische term die wordt gebruikt om een stabiele bloedstroom aan te duiden. Als een
persoon hemodynamisch stabiel is, betekent dit dat hij/zij een stabiel pompend hart heeft en
een goede bloedcirculatie. Anderzijds wordt hemodynamische instabiliteit gedefinieerd als