FYLO week 1
Hoe passen dieren zich aan aan de omgeving?
natuurlijke selectie
Hoe komt de diversiteit tussen dieren?
omgeving - klimaat - voeding
Hoe is de uitwisseling van voedingsstoffen/afvalstoffen in complexe dieren geregeld?
Bloedvaten zorgen voor verbinding tussen organen en extern milieu
darmcellen staan indirect in verbinding met omgeving
Hoe communiceren lichaamscellen met elkaar?
Zenuwen en hormonen
Uit welke cellen bestaan wij?
cellen - weefsels - organen - orgaanstelsels
Weefsel: een groep cellen met dezelfde structuur en functie.
Soorten weefsels:
Epitheel
Spier
Steun
Zenuw
Hoe wordt onze lichaamstemperatuur geregeld?
Door middel van chemische energie
Is er een verband tussen de vorm en energie/activiteit van een dier?
Metabolische rate : de som van alle nodige energie voor biochemische reacties over
een bepaalde tijdsinterval.
Endothermisch: lichaamswarmte wordt opgewekt door reactie in het lichaam en moet
op een bepaalde temperatuur blijven om te kunnen blijven leven.
Exothermisch: hebben geen eigen lichaamswarmte, hierdoor kan er geen langdurige
intensieve activiteiten plaats vinden.
, Leerdoelen
1. De begrippen anatomie en fysiologie kunnen omschrijven!
Anatomie: studie van de structuur van organismen
Fysiologie: studie van de functie van de organismen
2. Verklaren hoe fysische wetten de vorm van een dier beïnvloeden?
convergentie treedt op doordat de natuurlijke selectie soortgelijke aanpassingen bij
diverse organismen vormt, die geconfronteerd worden met dezelfde milieu- uitdaging.
Een grote cel heeft minder oppervlak in verhouding met volume als een kleinere cel.
Dit is belangrijk bij eencellige organismen die voornamelijk werken met diffusie.
Wanneer bij grotere meercellige organismen de oppervlak-volume ratio groot is, kan
dit gecompenseerd worden met plooien, zodat alle cellen in contact staan met water.
3. Hoe worden cellen bereikt die niet in direct contact staan met externe
milieu?
Door plooien
4. Welke grondweefsels zijn er? Hoe zien deze eruit (microscopisch)? Wat is
hun functie?
Epitheel: bedekt de buitenkant van het lichaam en organen en holtes in het lichaam.
Epitheel cellen zijn strak aan elkaar gebonden met kleine materialen ertussen.
Doordat de cellen strak gebonden zijn beschermd dit tegen mechanische ongelukken,
aanvallende micro-organismen en vochtverlies. De buitenkant van deze cellen staan in
contact met de open lucht of vocht. De binnenkant van de epitheelcellen zijn
verbonden met het basaalmembraan. Dit membraan is een dichte mat van
extracellulaire matrix, dit biedt stevigheid en structuur aan weefsels.
Een simpele epitheelweefsel heeft maar een laag. Een gelaagde epitheelweefsel heeft
meerdere lagen. Pseudo gelaagd is een maar een laag maar de cellen variëren van
lengte.
Cellen die aan de vrije kant zitten kunnen een kubus-, balk-, platte vorm hebben.
Sommige epitheelweefsels absorberen chemische oplossingen (glandulair).
Spier/gelaagde spierweefsel: bestaan uit lange cellen, genaamd spiervezels. Deze zijn
instaat om samen te trekken wanneer er een zenuw impuls is. er zijn 3 soorten:
skelet, hart en gladspierweefsel.
Skeletspierweefsel: is verantwoordelijk voor vrijwillige bewegingen van het lichaam.
volwassenen hebben een vast aantal skeletspierweefsel. Gewichtheffen verhoogd dit
aantal niet maar vergroten de cellen die aanwezig zijn. Dit spierweefsel wordt ook
gelaagd genoemd door de overlappende filamenten, dit geeft een gelaagd effect
onder de microscoop.
Hartspierweefsel: vormt de samentrekkende muur van het hart. Het is wederom
gelaagd, maar hartspierweefsel is vertakt. Het einde van de cel zijn bij elkaar gevoegd
door structuren genaamd geïntercaleerde schijven. Deze geven signalen door van cel
naar cel gedurende een hartklopping.
Gladspierweefsel: bestaat niet uit lagen en bevindt zich in organen. Ze hebben een
spoel-vorm. Ze trekken zich langzamer samen als skelet spierweefsel, maar houden dit
langer vol. Ze worden gecontroleerd door andere zenuwen. Glad spierweefsel is
verantwoordelijk voor ongecontroleerde lichaamsactiviteiten.
Steunweefsel: Bindt en steunt andere weefsels. Het weefsels bestaat uit weinig cellen
en is een losse extracellulaire matrix. De matrix bestaat meestal uit een web van
Hoe passen dieren zich aan aan de omgeving?
natuurlijke selectie
Hoe komt de diversiteit tussen dieren?
omgeving - klimaat - voeding
Hoe is de uitwisseling van voedingsstoffen/afvalstoffen in complexe dieren geregeld?
Bloedvaten zorgen voor verbinding tussen organen en extern milieu
darmcellen staan indirect in verbinding met omgeving
Hoe communiceren lichaamscellen met elkaar?
Zenuwen en hormonen
Uit welke cellen bestaan wij?
cellen - weefsels - organen - orgaanstelsels
Weefsel: een groep cellen met dezelfde structuur en functie.
Soorten weefsels:
Epitheel
Spier
Steun
Zenuw
Hoe wordt onze lichaamstemperatuur geregeld?
Door middel van chemische energie
Is er een verband tussen de vorm en energie/activiteit van een dier?
Metabolische rate : de som van alle nodige energie voor biochemische reacties over
een bepaalde tijdsinterval.
Endothermisch: lichaamswarmte wordt opgewekt door reactie in het lichaam en moet
op een bepaalde temperatuur blijven om te kunnen blijven leven.
Exothermisch: hebben geen eigen lichaamswarmte, hierdoor kan er geen langdurige
intensieve activiteiten plaats vinden.
, Leerdoelen
1. De begrippen anatomie en fysiologie kunnen omschrijven!
Anatomie: studie van de structuur van organismen
Fysiologie: studie van de functie van de organismen
2. Verklaren hoe fysische wetten de vorm van een dier beïnvloeden?
convergentie treedt op doordat de natuurlijke selectie soortgelijke aanpassingen bij
diverse organismen vormt, die geconfronteerd worden met dezelfde milieu- uitdaging.
Een grote cel heeft minder oppervlak in verhouding met volume als een kleinere cel.
Dit is belangrijk bij eencellige organismen die voornamelijk werken met diffusie.
Wanneer bij grotere meercellige organismen de oppervlak-volume ratio groot is, kan
dit gecompenseerd worden met plooien, zodat alle cellen in contact staan met water.
3. Hoe worden cellen bereikt die niet in direct contact staan met externe
milieu?
Door plooien
4. Welke grondweefsels zijn er? Hoe zien deze eruit (microscopisch)? Wat is
hun functie?
Epitheel: bedekt de buitenkant van het lichaam en organen en holtes in het lichaam.
Epitheel cellen zijn strak aan elkaar gebonden met kleine materialen ertussen.
Doordat de cellen strak gebonden zijn beschermd dit tegen mechanische ongelukken,
aanvallende micro-organismen en vochtverlies. De buitenkant van deze cellen staan in
contact met de open lucht of vocht. De binnenkant van de epitheelcellen zijn
verbonden met het basaalmembraan. Dit membraan is een dichte mat van
extracellulaire matrix, dit biedt stevigheid en structuur aan weefsels.
Een simpele epitheelweefsel heeft maar een laag. Een gelaagde epitheelweefsel heeft
meerdere lagen. Pseudo gelaagd is een maar een laag maar de cellen variëren van
lengte.
Cellen die aan de vrije kant zitten kunnen een kubus-, balk-, platte vorm hebben.
Sommige epitheelweefsels absorberen chemische oplossingen (glandulair).
Spier/gelaagde spierweefsel: bestaan uit lange cellen, genaamd spiervezels. Deze zijn
instaat om samen te trekken wanneer er een zenuw impuls is. er zijn 3 soorten:
skelet, hart en gladspierweefsel.
Skeletspierweefsel: is verantwoordelijk voor vrijwillige bewegingen van het lichaam.
volwassenen hebben een vast aantal skeletspierweefsel. Gewichtheffen verhoogd dit
aantal niet maar vergroten de cellen die aanwezig zijn. Dit spierweefsel wordt ook
gelaagd genoemd door de overlappende filamenten, dit geeft een gelaagd effect
onder de microscoop.
Hartspierweefsel: vormt de samentrekkende muur van het hart. Het is wederom
gelaagd, maar hartspierweefsel is vertakt. Het einde van de cel zijn bij elkaar gevoegd
door structuren genaamd geïntercaleerde schijven. Deze geven signalen door van cel
naar cel gedurende een hartklopping.
Gladspierweefsel: bestaat niet uit lagen en bevindt zich in organen. Ze hebben een
spoel-vorm. Ze trekken zich langzamer samen als skelet spierweefsel, maar houden dit
langer vol. Ze worden gecontroleerd door andere zenuwen. Glad spierweefsel is
verantwoordelijk voor ongecontroleerde lichaamsactiviteiten.
Steunweefsel: Bindt en steunt andere weefsels. Het weefsels bestaat uit weinig cellen
en is een losse extracellulaire matrix. De matrix bestaat meestal uit een web van