Endodontologie, de wortelkanaalbehandeling
Werklengte
De werklengte is de lengte waarover het kanaal geprepareerd, gedesinfecteerd en gevuld moet
worden.
Het eindpunt van de werklengte is afhankelijk van de diagnose;
- Niet geïnfecteerd kanaal, dus irreversibele pulpitis; in ieder geval 3mm voor de apicale
constrictie;
- Wel geïnfecteerd kanaal, dus parodontitis apicalis; 0,5mm voor de apicale constrictie.
Apicale constrictie = vernauwing aan de wortelpunt,
onderaan het kanaal.
- Type A; enkele constrictie;
- Type B; taps toelopende constrictie;
- Type C; meerdere constricties;
- Type D; parallelle constrictie.
Bepaling van de plaats van een constrictie
De constrictie is niet zichtbaar op een x-foto.
Bepaling gaat met een elektronische lengtebepaler. Dit is een gesloten stroomkring. Op een
display zie je met akoestische signalen wat de positie vh instrument is tov de apicale
constrictie. Als je een continu akoestisch signaal hoort en een rood vlak op het beeldscherm
ziet, heeft de vijn het PDL bereikt.
Het apparaat geeft de relatieve afstand tot het nauwste deel van het kanaal aan in cijfer
onderaan, dus is NIET IN MM.
Juiste positie wordt alleen aangegeven als de punt van de vijl in de constrictie zit.
Bij apicale resorptie is dat het meest smalle deel vh kanaal.
Stappen in de praktijk BIJ PARODONTITIS APICALIS
1. Adhv beginfoto schatting van werklengte maken;
2. Kanaalingang lokaliseren en toegankelijk maken;
3. Vijl in het kanaal plaatsen en voorzichtig richting apicaal (wortelpunt) bewegen;
4. Zodra je ong halverwege geschatte werklengte bent; elektronische lengtebepaler
aansluiten en zo doorgaan richting apicaal totdat het apparaat aangeeft dat de
constrictie bereikt is;
5. Referentiepunt bepalen en siliconenstop instellen;
6. Mbv lengtebepaler nagaan of de vijl niet verplaatst is door het verschuiven an de
siliconenstop; als dit het geval is moet deze opnieuw ingesteld en gecontroleerd
worden;
7. Lengtemeting goed; verwijder de vijl;
8. Voorgebogen vijlen weer recht buigen; door een kromming in de vijl kan je
lengteverschil krijgen;
9. Meet de afstand vd punt vd vijl tot aan de siliconenstop;
10. Gemeten lengte als elektronisch gemeten lengte én referentiepunt noteren in
endoscherm;
11. Werklengte bepalen door 0,5mm vd elektronisch gemeten lengte af te trekken.
Werklengte
De werklengte is de lengte waarover het kanaal geprepareerd, gedesinfecteerd en gevuld moet
worden.
Het eindpunt van de werklengte is afhankelijk van de diagnose;
- Niet geïnfecteerd kanaal, dus irreversibele pulpitis; in ieder geval 3mm voor de apicale
constrictie;
- Wel geïnfecteerd kanaal, dus parodontitis apicalis; 0,5mm voor de apicale constrictie.
Apicale constrictie = vernauwing aan de wortelpunt,
onderaan het kanaal.
- Type A; enkele constrictie;
- Type B; taps toelopende constrictie;
- Type C; meerdere constricties;
- Type D; parallelle constrictie.
Bepaling van de plaats van een constrictie
De constrictie is niet zichtbaar op een x-foto.
Bepaling gaat met een elektronische lengtebepaler. Dit is een gesloten stroomkring. Op een
display zie je met akoestische signalen wat de positie vh instrument is tov de apicale
constrictie. Als je een continu akoestisch signaal hoort en een rood vlak op het beeldscherm
ziet, heeft de vijn het PDL bereikt.
Het apparaat geeft de relatieve afstand tot het nauwste deel van het kanaal aan in cijfer
onderaan, dus is NIET IN MM.
Juiste positie wordt alleen aangegeven als de punt van de vijl in de constrictie zit.
Bij apicale resorptie is dat het meest smalle deel vh kanaal.
Stappen in de praktijk BIJ PARODONTITIS APICALIS
1. Adhv beginfoto schatting van werklengte maken;
2. Kanaalingang lokaliseren en toegankelijk maken;
3. Vijl in het kanaal plaatsen en voorzichtig richting apicaal (wortelpunt) bewegen;
4. Zodra je ong halverwege geschatte werklengte bent; elektronische lengtebepaler
aansluiten en zo doorgaan richting apicaal totdat het apparaat aangeeft dat de
constrictie bereikt is;
5. Referentiepunt bepalen en siliconenstop instellen;
6. Mbv lengtebepaler nagaan of de vijl niet verplaatst is door het verschuiven an de
siliconenstop; als dit het geval is moet deze opnieuw ingesteld en gecontroleerd
worden;
7. Lengtemeting goed; verwijder de vijl;
8. Voorgebogen vijlen weer recht buigen; door een kromming in de vijl kan je
lengteverschil krijgen;
9. Meet de afstand vd punt vd vijl tot aan de siliconenstop;
10. Gemeten lengte als elektronisch gemeten lengte én referentiepunt noteren in
endoscherm;
11. Werklengte bepalen door 0,5mm vd elektronisch gemeten lengte af te trekken.