Endodontologie, vitale pulpatherapie
In welke toestand kan de pulpa zich bevinden?
- Gezond Deze toestanden zijn niet altijd strak
- Reversibel ontstoken gescheiden, maar kunnen gecombineerd
- Irreversibel ontstoken voorkomen en daardoor de diagnostiek
- Necrotisch en geïnfecteerd bemoeilijken.
Gezonde pulpa, reageert Reversibel onstoken pulpa,
normaal sensibel. reageert verhoogd op de
sensibiliteitstesten. De
pulpa kan hertellen als de
oorzaak en daarmee de
prikkel wordt weggenomen.
Irreversibel ontstoken pulpa, reageert verhoogd en verlengd (in vergelijking tot een vitaal
element bij eenzelfde persoon) op de sensibiliteitstesten. In sommige gevallen is er ook
sprake van percussiegevoeligheid. De percussiepijn komt door het vrijkomen van
ontstekingsmediateren uit de irreversibel onstoken pulpa en door de verandering van de
pijndrempel in het parodontium. Er vindt geen botafbraak plaats, dus geen infectieuze
parodontitis apicalis.
Necrotische pulpa die geïnfecteerd is. Reageert niet op de
sensibiliteitstesten. Kan percussie- en/of palpatiepijn. Door
infectieuze ontsteking vindt botafbraak plaats. Mogelijk op
een peri-apicale x-foto zichtbaar als radiolucentie. Door het
ontbinden vh dode pulpaweefsel en de uitstroom v
bacteriële producten uit het wortelkanaalstelsel in peri-
apicale gebied verschuift de afweerreactie zich naar dit
gebied en ontstaat er parodontitis apicalis.
Verschillende toestanden.
Nadat je de oorzaak van de pathologie en de diagnose hebt, ga je de behandeling bepalen.
Diagnose en oorzaak met patiënt bespreken, daarna de behandelopties;
- Voor- en nadelen;
- Mogelijke risico’s en complicaties;
- De prognose;
- De kosten.
De behandeling moet binnen het behandelplan passen en moet een voorspelbare uitkomst
hebben met een prognose van 5 tot 10 jaar.
, De diagnose is betrouwbaar als de diagnostiek goed en volgens protocol is uitgevoerd. De
diagnose en dus de status vd pulpa wordt bepaald adhv de symptomen en de uitkomst vh
klinische onderzoek. De uitkomsten worden genoteerd in S10 en S11, de diagnose in S12.
Aanvullende bevindingen zoals fistel ook altijd noteren.
Diagnose
In welke toestand kan de pulpa zich bevinden?
- Gezond Deze toestanden zijn niet altijd strak
- Reversibel ontstoken gescheiden, maar kunnen gecombineerd
- Irreversibel ontstoken voorkomen en daardoor de diagnostiek
- Necrotisch en geïnfecteerd bemoeilijken.
Gezonde pulpa, reageert Reversibel onstoken pulpa,
normaal sensibel. reageert verhoogd op de
sensibiliteitstesten. De
pulpa kan hertellen als de
oorzaak en daarmee de
prikkel wordt weggenomen.
Irreversibel ontstoken pulpa, reageert verhoogd en verlengd (in vergelijking tot een vitaal
element bij eenzelfde persoon) op de sensibiliteitstesten. In sommige gevallen is er ook
sprake van percussiegevoeligheid. De percussiepijn komt door het vrijkomen van
ontstekingsmediateren uit de irreversibel onstoken pulpa en door de verandering van de
pijndrempel in het parodontium. Er vindt geen botafbraak plaats, dus geen infectieuze
parodontitis apicalis.
Necrotische pulpa die geïnfecteerd is. Reageert niet op de
sensibiliteitstesten. Kan percussie- en/of palpatiepijn. Door
infectieuze ontsteking vindt botafbraak plaats. Mogelijk op
een peri-apicale x-foto zichtbaar als radiolucentie. Door het
ontbinden vh dode pulpaweefsel en de uitstroom v
bacteriële producten uit het wortelkanaalstelsel in peri-
apicale gebied verschuift de afweerreactie zich naar dit
gebied en ontstaat er parodontitis apicalis.
Verschillende toestanden.
Nadat je de oorzaak van de pathologie en de diagnose hebt, ga je de behandeling bepalen.
Diagnose en oorzaak met patiënt bespreken, daarna de behandelopties;
- Voor- en nadelen;
- Mogelijke risico’s en complicaties;
- De prognose;
- De kosten.
De behandeling moet binnen het behandelplan passen en moet een voorspelbare uitkomst
hebben met een prognose van 5 tot 10 jaar.
, De diagnose is betrouwbaar als de diagnostiek goed en volgens protocol is uitgevoerd. De
diagnose en dus de status vd pulpa wordt bepaald adhv de symptomen en de uitkomst vh
klinische onderzoek. De uitkomsten worden genoteerd in S10 en S11, de diagnose in S12.
Aanvullende bevindingen zoals fistel ook altijd noteren.
Diagnose