Algemene psychologie: Hoofdstuk 3 – (Visuele) waarneming
BIOLOGISCH DEEL V WAARNEMING
OCCIPITALE CORTEX
= is verantwoordelijk voor het verwerken v visuele informatie
die via de retina binnenkomt.
APPERCEPTIEVE AGNOSIE
Mensen met een letsel in de occipitale cortex vertonen een
apperceptieve agnosie. Agnosie houdt in dat ze geen objecten
kunnen herkennen en het is apperceptief van aard wat inhoudt
dat ze niet goed zien wat er wordt aangeboden. Als je vraagt of
ze het willen natekenen zullen ze iets tekenen wat er een klein
beetje op gelijkt maar zeker niet juist genoeg om te kunnen
herkennen wat er wordt aangeboden.
TEMPORALE CORTEX
Een ander gebied dat belangrijk is wanneer we objecten willen herkennen. In
deze cortex ga je het herkennen & verwerken v objecten.
ASSOCIATIEVE AGNOSIE
Mensen met een letsel in de temporale cortex vertonen een
associatieve agnosie. Mensen met dit letsel kunnen wel met veel
details natekenen wat er wordt afgebeeld, maar kunnen het niet
zeggen wat het is, kunnen het niet herkennen. Er is geen
associatie met wat getekend is/ wat afgebeeld is en de
semantische betekenis (= “bibliotheek”)
HERSENLATERALISATIE
Mensen waarvan de hersenhelften van elkaar worden gescheiden. Maar voor de
BEWUSTE HERKENNING v wat je ziet heb je de taalhemisfeer nodig die bij de
meeste mensen links zit.
1
, Algemene psychologie: Hoofdstuk 3 – (Visuele) waarneming
Visuele agnosie = het onvermogen tot het herkennen v bepaalde afbeeldingen
en kleuren
GEWAARWORDING EN WAARNEMING
Gewaarwording = opnemen v sensorische informatie, de opname vd stimulatie
uit de omgeving d.m.v. de zintuigen & de vertaling v deze stimulatie in
zenuwimpulsen die door de hersenen verwerkt kunnen worden in beelden,
klanken, smaken, enz.
Waarneming = verwerken tot betekenisvol geheel, is een actief proces. Het
interpreteren en begrijpen v/d gewaarwording/ retinale beeld.
Het is een interpretatie, het kan soms ver weg staan vd realiteit. Het is welke
interpretatie wij eraan geven.
1. WAARNEMING IS EEN ACTIEF PROCES GEEN PASSIEF PROCES
De sensorische/ echte informatie is:
1. Signaal dat aankomt in de hersenen is onvolledig
- Onze input is NIET volledig, is onvolledig op
verschillende niveaus
- Blinde vlek = het punt waar onze oogzenuw
vertrekt, op die plaats zien we niets
- Knipperen = we vullen knipperende momenten aan
met informatie v voor het knipperen
- Oogbewegingen = hierbij zijn we ook virtueel blind,
onze input is ook niet volledig, ook dit wordt constant
aangevuld
2. Onscherp
- Foveaal zicht = we zien veel waziger dan we denken, we
zien enkel scherp met kegeltjes
2
, Algemene psychologie: Hoofdstuk 3 – (Visuele) waarneming
- Het grootste deel v ons visueel beeld
- Wanneer je fixeert op een auto, is al de rest onscherp
- Dit wordt ook aangevuld, doordat je hele tijd ergens anders heen kijkt;
hierdoor denken we dat we het beeld links zien
3. Beelden op de retina zijn plat (2D) & wij maken er 3D
van
4. Signaal dat in de hersenen aankomt verandert
voortdurend, het is onstabiel
- De input is onstabiel
- Vorm instabiliteit = de deur verandert weldegelijk
v vorm & toch zien wij het als dezelfde deur
- Kleur = we zien bijvoorbeeld altijd blauw, in onze interpretatie is dit dan ook
gewoon blauw
3
BIOLOGISCH DEEL V WAARNEMING
OCCIPITALE CORTEX
= is verantwoordelijk voor het verwerken v visuele informatie
die via de retina binnenkomt.
APPERCEPTIEVE AGNOSIE
Mensen met een letsel in de occipitale cortex vertonen een
apperceptieve agnosie. Agnosie houdt in dat ze geen objecten
kunnen herkennen en het is apperceptief van aard wat inhoudt
dat ze niet goed zien wat er wordt aangeboden. Als je vraagt of
ze het willen natekenen zullen ze iets tekenen wat er een klein
beetje op gelijkt maar zeker niet juist genoeg om te kunnen
herkennen wat er wordt aangeboden.
TEMPORALE CORTEX
Een ander gebied dat belangrijk is wanneer we objecten willen herkennen. In
deze cortex ga je het herkennen & verwerken v objecten.
ASSOCIATIEVE AGNOSIE
Mensen met een letsel in de temporale cortex vertonen een
associatieve agnosie. Mensen met dit letsel kunnen wel met veel
details natekenen wat er wordt afgebeeld, maar kunnen het niet
zeggen wat het is, kunnen het niet herkennen. Er is geen
associatie met wat getekend is/ wat afgebeeld is en de
semantische betekenis (= “bibliotheek”)
HERSENLATERALISATIE
Mensen waarvan de hersenhelften van elkaar worden gescheiden. Maar voor de
BEWUSTE HERKENNING v wat je ziet heb je de taalhemisfeer nodig die bij de
meeste mensen links zit.
1
, Algemene psychologie: Hoofdstuk 3 – (Visuele) waarneming
Visuele agnosie = het onvermogen tot het herkennen v bepaalde afbeeldingen
en kleuren
GEWAARWORDING EN WAARNEMING
Gewaarwording = opnemen v sensorische informatie, de opname vd stimulatie
uit de omgeving d.m.v. de zintuigen & de vertaling v deze stimulatie in
zenuwimpulsen die door de hersenen verwerkt kunnen worden in beelden,
klanken, smaken, enz.
Waarneming = verwerken tot betekenisvol geheel, is een actief proces. Het
interpreteren en begrijpen v/d gewaarwording/ retinale beeld.
Het is een interpretatie, het kan soms ver weg staan vd realiteit. Het is welke
interpretatie wij eraan geven.
1. WAARNEMING IS EEN ACTIEF PROCES GEEN PASSIEF PROCES
De sensorische/ echte informatie is:
1. Signaal dat aankomt in de hersenen is onvolledig
- Onze input is NIET volledig, is onvolledig op
verschillende niveaus
- Blinde vlek = het punt waar onze oogzenuw
vertrekt, op die plaats zien we niets
- Knipperen = we vullen knipperende momenten aan
met informatie v voor het knipperen
- Oogbewegingen = hierbij zijn we ook virtueel blind,
onze input is ook niet volledig, ook dit wordt constant
aangevuld
2. Onscherp
- Foveaal zicht = we zien veel waziger dan we denken, we
zien enkel scherp met kegeltjes
2
, Algemene psychologie: Hoofdstuk 3 – (Visuele) waarneming
- Het grootste deel v ons visueel beeld
- Wanneer je fixeert op een auto, is al de rest onscherp
- Dit wordt ook aangevuld, doordat je hele tijd ergens anders heen kijkt;
hierdoor denken we dat we het beeld links zien
3. Beelden op de retina zijn plat (2D) & wij maken er 3D
van
4. Signaal dat in de hersenen aankomt verandert
voortdurend, het is onstabiel
- De input is onstabiel
- Vorm instabiliteit = de deur verandert weldegelijk
v vorm & toch zien wij het als dezelfde deur
- Kleur = we zien bijvoorbeeld altijd blauw, in onze interpretatie is dit dan ook
gewoon blauw
3