Scheidingstechnieken
HOOFDSTUK 1: Algemene principes in chromatografie
INLEIDING
- Fysische + chemische eigenschappen waarop analytische procedures zijn gebaseerd -> zelden
specifiek
- Uitschakelen van interfererende stoffen -> noodzaak in kwantitatieve analyse
- 2 methoden om interfererende stoffen uit te schakelen:
1) Immobiliseren van interferentie
Maskeren: toevoegen van reagens dat interferentie uitschakelt -> zonder met
onbekende te reageren
2) Fysische scheiding van interferentie
Verschillende methodes: filtratie / extractie / destillatie / chromatografie
- Bij scheidingsprocedures schreven naar:
Snelle scheiding + analyse
Scherpe scheiding + nauwkeurige analyse
Lage concentraties: micro- en ultramicrohoeveelheden
Automatisering
- Componenten zullen zich verdelen over 2 fasen -> daarna van elkaar gescheiden
- Scheiding efficiënter als:
Een evenwichtsinstelling gebeurt (hoe trager het laten lopen -> hoe betere
evenwichtsinstelling)
Aantal evenwichtsinstellingen groter is
- Manier waarop bepaalde component zich verdeeld over 2 fasen -> uitgedrukt door
verdelingscoëfficiënt
Wanneer coëfficiënt niet sterk genoeg verschilt -> scheidingsproces moeilijk verlopen
Dus overstappen op fractioneertechnieken -> gebaseerd op verdeling tussen 2 fasen
MAAR aantal keer dat verdeling gebeurt is groter + gebeurt over nieuwe porties van de 2
fasen
- 2 factoren om mee rekening te houde:
1) Recovery van de onbekende zo volledig mogelijk zijn -> hoeveel je van de stof terugvindt
2) Scheiding van interfererende substanties zo goed mogelijk uitgevoerd zijn
- Recovery (Q) uitgedrukt als:
Qx = x / x 0
Qy = y / y 0
X0 : onbekende x in originele monster
x : onbekende x teruggevonden na scheiding
y0 : ongewenste y in originele monster
y : ongewenste y nog aanwezig na scheiding
, Qx: moet de eenheid benaderen (ongeveer 1)
Qy: zo klein mogelijk zijn (ongeveer 0)
Hoeveelheid onbekende gaat verloren -> aanleiding tot: negatieve fout
Scheiding nooit volledig -> aanleiding tot: positieve fout ALS y meetwaarde vermeerdert
& negatieve fout ALS y meetwaarde vermindert
- M= grootheid die gemeten wordt
M x = kx ∙ x
M y = ky ∙ y
kx en ky : gevoeligheid van de meting voor bepaald componenten
kx: hoe groter -> hoe gevoeliger -> hoe beter
ky : zo klein mogelijk
- X en Y aanwezig -> totale grootheid M die gemeten wordt:
M = Mx + My
- Stel monster bevat geen Y:
M 0 = kx ∙ k0
- Beide aanwezig -> relatieve onzekerheid (RO) geassocieerd met scheidingsproces:
𝑀− 𝑀0
R.O. =
𝑀0
Relatieve onzekerheid: (Qx – 1) + [(ky ∙ y0) / (kx ∙ y0)] ∙ Qy
- Gevoeligheid= concentratie tot hoe laag je nog goed kunt meten
- Detectielimiet: hoe laag je nog een piek kan zien -> lagere concentratie dan de gevoeligheid
DESLTILLATIE EN H.E.T.P.
Destillatie
- Scheidingstechniek voor componenten in mengsel waarvan verdelingscoëfficiënten tussen
vloeistof-en dampfase voldoende verschillen
- Enkelvoudige destillatie + meervoudige destillatie (-> wanneer verdelingscoëfficiënten
onvoldoende verschillen)
- Opstelling meervoudige destillatie:
Rectificeerkolom tussen de kolf en condensor
Kolom: groot inwendig oppervlak
Terugstromende vloeistof -> door condensatie
Hoe groter het oppervlak -> hoe beter het contact tussen terugstromende vloeistof +
opstijgende damp => dus betere scheiding
- Het aantal schotels/schotelgetal:
Aantal evenwichtsinstellingen
Geeft het scheidend vermogen van de kolom aan
Op elke schotel gebeurt er een uitwisselingsproces, vergelijken met
een elementaire destillatiestap
, - Verlenging van de kolom -> hold-up (totale vloeistof op de schotels) aanzienlijk groter ->
betere scheiding
- Praktijk: deze hoeveelheid niet meer dat 10% van de te destilleren hoeveelheid zijn
Daarom: maximum van 100 schotels
- Tijd nodig voor evenwichtsinstelling -> neemt toe naar mater er meer schotels zijn
- Chromatografie
Evenwicht nooit bereikt door: continue verloop
Theoretische plaat:
→ Voor iedere stap waarin een evenwichtsinstelling zou kunnen optreden (als er meer
tijd was)
→ Gelijkwaardig met die van de destillatiekolom, hetzelfde evenwicht zou kunnen
ontstaan
H.E.T.P.
- Hoogte tussen de theoretische platen
- Hoogte equivalent met een theoretische plaat
- Hoe kleiner HETP/hoogte tussen de platen van de kolom -> hoe groter het aantal platen per
eenheid kolomlengte/hoe meer platen -> hoe beter de scheiding
- Grote n = veel platen -> goede scheiding
INLEIDING CHROMATOGRAFIE
Chromatografie
- = methode waarbij bestanddelen zich herhaaldelijk verdelen over twee fasen
- Ingewikkeld mengsel: gescheiden in verschillende bestanddelen
- Vervolgens: bestandsdelen geïsoleerd en geïdentificeerd
- Mengsel: aangebracht op stationaire fase (vloeibaar of vast) + meegenomen door mobiele
fase (vloeibaar of gas)
- Mobiele fase: loopt over de stationaire fase -> door de zwaartekracht / pompen / capillaire
werking
Stationaire fase
- Vaste stof: aangebracht in smalle glas-of metaaltube
- Vloeibaar: vloeistoffilm ter plaatse gehouden (stationair) door bv een vaste stof
(draagmiddel) OF vloeistof kan ook ingesloten zitten in tussenruimten (zoals bij papiervezels
of polymeren)
Verdeling bestandsdelen
- O.b.v. affiniteit voor het eluens (= mobiele fase) + voor de stationaire fase
- Bepaald door: de oplosbaarheid in het eluens / door de vluchtigheid (als eluens = gas)
Affiniteit stationaire fase: bepaald door:
- Absorbantievermogen van de vaste stof
- Oplosbaarheid van de vloeistof
- Stof goed oplosbaar in het eluens -> hierdoor meegenomen
- Sterke absorptie -> ze worden tegen gehouden