NEDERLANDS – theorie kerstmis 2021
DEEL 1 – literatuur
Periode 1 – 12e en 13e eeuw
- literaire centrum: eerst Limburg -> daarna Vlaanderen en Brabant
- Limburg + gebied tussen Maas en Rijn vormen doorgangsgebied tussen Frankrijk en Duitsland
- het Graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant stonden politiek en economisch sterk
- onderwerpen: in de wereld van de burcht en het klooster (over 3 e stand weinig geweten)
Periode 2 – 14e en 15e eeuw
- groeiende macht gemeenten => eist ook aandacht burgers, er wordt een nieuwe stand gevormd
- HUN aandeel neemt toe in literatuur in Bourgondische rijk => rederijkerskamers
- Holland begint stilaan mee te tellen
-BREUKLIJN -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Antwerpen 1585 = de val van Antwerpen
- De Nederlanden oorlog met Spanje => literaire leven tijdelijk stil
- Noord- en Zuid-Nederland definitief gescheiden
Zuiden => gedomineerd door Spanje, literatuur stelt niks meer voor
Noorden => onafhankelijke staat, domineert de literatuur volgende twee periodes
- Rijke en slimme mensen vluchten weg uit Antwerpen via Schelden => Gouden Eeuw, weg met Belgische lit.
Periode 3 – 17e en 18e eeuw
- Gouden Eeuw in Holland
- Europa => politieke en economische macht met koloniaal rijk
- literatuur vaart er wel bij: bloei van Renaissance en barok
- 18e eeuw = literair verval -> aanzet romantiek
Periode 4 – 19e en 20ste eeuw
- romantiek = heropleving in literaire leven
- 20e eeuw zorgt voor aansluiting bij Europese literatuur
3 STANDEN:
Qui pugnat = 2 à 3% ADEL/ RIDDERSTAND
-> 10% van lit. niet zelf geschreven maar betaalt (ridderverhalen)
Qui orat = 6 à 7% CLERUS
-> 90% van lit.
Qui laborat = 90% ARMEN
-> geen lit. alles geschreven door ogen van clerus en adel
NIEUWE STAND – eind ME, begin Nieuwe tijd
= Burgerij
- steden worden belangrijker
- i.p.v. ridderstand, maar blijft er wel voor de ADEL
1
,De Oudnederlandse literatuur - voor 12e eeuw
- op paar versregels na NIKS van overgebleven
- Veel literatuur: want orale literatuur
- sagen, legenden, liederen en verhalen
De Middelnederlandse literatuur – 12e tot helft 16e eeuw
Epiek
= verhalen (wereldlijke, geestelijke en zelfs dierenverhalen)
- internationaal WANT: leven op de burcht of in het klooster is overal hetzelfde en er is maar één geloof, dat
van de rooms-katholieke Kerk
- normaal verhalen over te nemen = imitatio en aan te dikken = aemulatio
- grotendeels Franse vertalingen, soms meesterlijk herwerkt.
- gewoonlijk gepaard rijm ( = aabb)
Schrijver worden:
1. translatio ( = vertalen)
2. imitatio ( = namaken) = MIDDELEEUWEN
3. aemulatio (= iets aandikken + mooier maken)
4. creatio ( = iets nieuw creëren)
-> bij romantiek erbij gekomen want daarvoor werd het beschouwd
als ketterij ( je mocht niks creëren wat God zogezegd vergeten was)
I Ridderepiek
1 Frankische of Karelromans (= voorhoofse ridderromans)
-> gaan terug tot de 8ste eeuw
KENMERKEN
- een beeld van de nog vrij ruwe Frankische beschaving
- verhalen de lotgevallen van Karel de Grote en zijn paladijnen ( = ridders uit zijn gevolg)
- thema is trouw of ontrouw
- rotsvast geloof én bijgeloof
- de vrouw heeft nog een inferieure positie
- de man moet dapper en strijdlustig zijn
- verhalen steunen op oudere Franse ‘chansons de geste’ (= helden liederen)
- auteurs zijn onbekend, datering is onmogelijk ( door mondelingen overdracht)
VOORBEELDEN
Het Roelantslied verhaalt hoe de achterhoede van Karels leger bijna volledig door de Saracenen wordt
uitgeroeid, omdat Roeland uit misplaatst eergevoel steeds maar uitstelt om op zijn hoorn te blazen en de
keizer om hulp te roepen.
Renout van Montalbaen is het verhaal van de Vier Heemskinderen en hun ros Beyaert. Het behandelt de
oorsprong en de gevolgen van een vete tussen Karel en zijn zwager Haymijn van Dordoene, wiens vier
kinderen bij een verzoeningspoging door Lodewijk, de zoon van de keizer, zwaar worden beledigd. Uit
wraak doodt Renout Lodewijk. Uiteindelijk verzoenen ze zich met elkaar, maar Beyaert moet als zoenoffer
2
, met een molensteen aan de voorpoten in de Maas verdronken worden.
2 Arthurromans of Brits-Keltische romans
- ze geven een geïdealiseerd beeld over het hof en hofleven.
- hoofsheid dorperheid ( gebrek aan beschaving, ‘hij is een dorper’ = zware belediging)
- moraal: Je hoeft niet van hooggeboren afkomst te zijn om een (goede) ridder te worden
De ‘hoofse’ ridderromans (= punt 2,3 en 4) leggen getuigenis af van eleganter, verfijnder gedrag en meer
gevoeligheid.
De hoofse ridder wil vnl. :
- zijn geliefde vrouw dienen, voor wie hij het leven waagt
- ‘queeste’ voor vrouw (= tocht die hij ondergaat om iets optelossen en geweldige avonturen beleeft)
- zich inzetten voor de zwakkeren, naar het goede streven
De Arthurromans steunen om de legendarische Keltische koning Arthur, zijn gemalin (= echtgenote)
Genovere en zijn ridders van de Ronde Tafel ( Beste en hoogst onderscheidden ridders van koning Arthur,
de ronde tafel stond in zijn kasteel).
De Franse troubadour Chrétien de Troyes (woonde in Brittannië) maakten met deze stof romans, die een
model stonden voor onze middeleeuwse schrijvers.
VOORBEELDEN
Walewein Dit is een oorspronkelijke, niet-vertaalde Arthurroman (een epos van meer dan elfduizend
verzen), omstreeks 1260 in Vlaanderen geschreven door twee, niet nader bekende dichters : de
initiatiefnemer Penninc (die meer dan 2/3de van het werk voor zijn rekening nam, nl. tot ca. vers 7835) en
Pieter Vostaert, die het werk naar de plannen van zijn voorganger voltooide. Het tempo ligt in dat tweede
deel heel wat hoger.
Waarom Penninc er op een bepaald ogenblik mee ophield blijft een open vraag. (Was hij de avonturen van
Walewein beu? Had hij ander werk onder handen gekregen? Was hij misschien gestorven?)
De dichters hebben zich op een mondeling sprookje (denk bv. aan het happy end, aan de fantastische
elementen, aan de structuur,...), op een aantal Franse ridderromans en op één Vlaamse Arthurroman
gebaseerd om hun werk te schrijven.
De auteurs ontkennen echter uitdrukkelijk dat hun werk op een Franse bron zou steunen. Een Franse
tegenhanger van het verhaal werd inderdaad niet teruggevonden. De roman is dus oorspronkelijk Diets, de
taal is West-Vlaams.
Het werk laat zien hoe een ridder zich hoofs dient te gedragen tegenover de vrouw, hulpbehoevenden, zijn
leenheer; in die zin is het een “spiegel van hoofsheid”. Het werk heeft op zijn beurt grote invloed
uitgeoefend op een aantal oorspronkelijke Arthurromans uit onze streken.
Ferguut is het verhaal van een jonge niet-adellijke man die wil opgenomen worden bij de ridders van de
Ronde tafel. Door een van hen Keye, wordt hij beledigd, maar die komt dat duur te staan. Na talloze
avonturen wint hij de hand van jonkvrouwe Galiene.
De historie van de graal (Jacob van Maerlant) verhaalt dat Jozef van Arimathea een ridderorde heeft
gesticht om de Graal, d.i. de schotel van het laatste avondmaal, te bewaken. De ridders vergaderen om
een ronde tafel, waar één plaats vrij blijft voor de toekomstige Graalkoning.
Merlijn (Jacob van Maerlant) gaat over de tovenaar die in de Keltische sagen een belangrijke rol speelt
3
DEEL 1 – literatuur
Periode 1 – 12e en 13e eeuw
- literaire centrum: eerst Limburg -> daarna Vlaanderen en Brabant
- Limburg + gebied tussen Maas en Rijn vormen doorgangsgebied tussen Frankrijk en Duitsland
- het Graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant stonden politiek en economisch sterk
- onderwerpen: in de wereld van de burcht en het klooster (over 3 e stand weinig geweten)
Periode 2 – 14e en 15e eeuw
- groeiende macht gemeenten => eist ook aandacht burgers, er wordt een nieuwe stand gevormd
- HUN aandeel neemt toe in literatuur in Bourgondische rijk => rederijkerskamers
- Holland begint stilaan mee te tellen
-BREUKLIJN -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Antwerpen 1585 = de val van Antwerpen
- De Nederlanden oorlog met Spanje => literaire leven tijdelijk stil
- Noord- en Zuid-Nederland definitief gescheiden
Zuiden => gedomineerd door Spanje, literatuur stelt niks meer voor
Noorden => onafhankelijke staat, domineert de literatuur volgende twee periodes
- Rijke en slimme mensen vluchten weg uit Antwerpen via Schelden => Gouden Eeuw, weg met Belgische lit.
Periode 3 – 17e en 18e eeuw
- Gouden Eeuw in Holland
- Europa => politieke en economische macht met koloniaal rijk
- literatuur vaart er wel bij: bloei van Renaissance en barok
- 18e eeuw = literair verval -> aanzet romantiek
Periode 4 – 19e en 20ste eeuw
- romantiek = heropleving in literaire leven
- 20e eeuw zorgt voor aansluiting bij Europese literatuur
3 STANDEN:
Qui pugnat = 2 à 3% ADEL/ RIDDERSTAND
-> 10% van lit. niet zelf geschreven maar betaalt (ridderverhalen)
Qui orat = 6 à 7% CLERUS
-> 90% van lit.
Qui laborat = 90% ARMEN
-> geen lit. alles geschreven door ogen van clerus en adel
NIEUWE STAND – eind ME, begin Nieuwe tijd
= Burgerij
- steden worden belangrijker
- i.p.v. ridderstand, maar blijft er wel voor de ADEL
1
,De Oudnederlandse literatuur - voor 12e eeuw
- op paar versregels na NIKS van overgebleven
- Veel literatuur: want orale literatuur
- sagen, legenden, liederen en verhalen
De Middelnederlandse literatuur – 12e tot helft 16e eeuw
Epiek
= verhalen (wereldlijke, geestelijke en zelfs dierenverhalen)
- internationaal WANT: leven op de burcht of in het klooster is overal hetzelfde en er is maar één geloof, dat
van de rooms-katholieke Kerk
- normaal verhalen over te nemen = imitatio en aan te dikken = aemulatio
- grotendeels Franse vertalingen, soms meesterlijk herwerkt.
- gewoonlijk gepaard rijm ( = aabb)
Schrijver worden:
1. translatio ( = vertalen)
2. imitatio ( = namaken) = MIDDELEEUWEN
3. aemulatio (= iets aandikken + mooier maken)
4. creatio ( = iets nieuw creëren)
-> bij romantiek erbij gekomen want daarvoor werd het beschouwd
als ketterij ( je mocht niks creëren wat God zogezegd vergeten was)
I Ridderepiek
1 Frankische of Karelromans (= voorhoofse ridderromans)
-> gaan terug tot de 8ste eeuw
KENMERKEN
- een beeld van de nog vrij ruwe Frankische beschaving
- verhalen de lotgevallen van Karel de Grote en zijn paladijnen ( = ridders uit zijn gevolg)
- thema is trouw of ontrouw
- rotsvast geloof én bijgeloof
- de vrouw heeft nog een inferieure positie
- de man moet dapper en strijdlustig zijn
- verhalen steunen op oudere Franse ‘chansons de geste’ (= helden liederen)
- auteurs zijn onbekend, datering is onmogelijk ( door mondelingen overdracht)
VOORBEELDEN
Het Roelantslied verhaalt hoe de achterhoede van Karels leger bijna volledig door de Saracenen wordt
uitgeroeid, omdat Roeland uit misplaatst eergevoel steeds maar uitstelt om op zijn hoorn te blazen en de
keizer om hulp te roepen.
Renout van Montalbaen is het verhaal van de Vier Heemskinderen en hun ros Beyaert. Het behandelt de
oorsprong en de gevolgen van een vete tussen Karel en zijn zwager Haymijn van Dordoene, wiens vier
kinderen bij een verzoeningspoging door Lodewijk, de zoon van de keizer, zwaar worden beledigd. Uit
wraak doodt Renout Lodewijk. Uiteindelijk verzoenen ze zich met elkaar, maar Beyaert moet als zoenoffer
2
, met een molensteen aan de voorpoten in de Maas verdronken worden.
2 Arthurromans of Brits-Keltische romans
- ze geven een geïdealiseerd beeld over het hof en hofleven.
- hoofsheid dorperheid ( gebrek aan beschaving, ‘hij is een dorper’ = zware belediging)
- moraal: Je hoeft niet van hooggeboren afkomst te zijn om een (goede) ridder te worden
De ‘hoofse’ ridderromans (= punt 2,3 en 4) leggen getuigenis af van eleganter, verfijnder gedrag en meer
gevoeligheid.
De hoofse ridder wil vnl. :
- zijn geliefde vrouw dienen, voor wie hij het leven waagt
- ‘queeste’ voor vrouw (= tocht die hij ondergaat om iets optelossen en geweldige avonturen beleeft)
- zich inzetten voor de zwakkeren, naar het goede streven
De Arthurromans steunen om de legendarische Keltische koning Arthur, zijn gemalin (= echtgenote)
Genovere en zijn ridders van de Ronde Tafel ( Beste en hoogst onderscheidden ridders van koning Arthur,
de ronde tafel stond in zijn kasteel).
De Franse troubadour Chrétien de Troyes (woonde in Brittannië) maakten met deze stof romans, die een
model stonden voor onze middeleeuwse schrijvers.
VOORBEELDEN
Walewein Dit is een oorspronkelijke, niet-vertaalde Arthurroman (een epos van meer dan elfduizend
verzen), omstreeks 1260 in Vlaanderen geschreven door twee, niet nader bekende dichters : de
initiatiefnemer Penninc (die meer dan 2/3de van het werk voor zijn rekening nam, nl. tot ca. vers 7835) en
Pieter Vostaert, die het werk naar de plannen van zijn voorganger voltooide. Het tempo ligt in dat tweede
deel heel wat hoger.
Waarom Penninc er op een bepaald ogenblik mee ophield blijft een open vraag. (Was hij de avonturen van
Walewein beu? Had hij ander werk onder handen gekregen? Was hij misschien gestorven?)
De dichters hebben zich op een mondeling sprookje (denk bv. aan het happy end, aan de fantastische
elementen, aan de structuur,...), op een aantal Franse ridderromans en op één Vlaamse Arthurroman
gebaseerd om hun werk te schrijven.
De auteurs ontkennen echter uitdrukkelijk dat hun werk op een Franse bron zou steunen. Een Franse
tegenhanger van het verhaal werd inderdaad niet teruggevonden. De roman is dus oorspronkelijk Diets, de
taal is West-Vlaams.
Het werk laat zien hoe een ridder zich hoofs dient te gedragen tegenover de vrouw, hulpbehoevenden, zijn
leenheer; in die zin is het een “spiegel van hoofsheid”. Het werk heeft op zijn beurt grote invloed
uitgeoefend op een aantal oorspronkelijke Arthurromans uit onze streken.
Ferguut is het verhaal van een jonge niet-adellijke man die wil opgenomen worden bij de ridders van de
Ronde tafel. Door een van hen Keye, wordt hij beledigd, maar die komt dat duur te staan. Na talloze
avonturen wint hij de hand van jonkvrouwe Galiene.
De historie van de graal (Jacob van Maerlant) verhaalt dat Jozef van Arimathea een ridderorde heeft
gesticht om de Graal, d.i. de schotel van het laatste avondmaal, te bewaken. De ridders vergaderen om
een ronde tafel, waar één plaats vrij blijft voor de toekomstige Graalkoning.
Merlijn (Jacob van Maerlant) gaat over de tovenaar die in de Keltische sagen een belangrijke rol speelt
3