Hoorcollege 1
Definitie ontwikkelingspsychopathologie
● The study of developmental processes that contribute to, or protect against,
psychopathology
● Kernvraag: welke factoren en mechanismen in de ontwikkeling dragen bij aan
psychopathologie (in de kindertijd / adolescentie)
○ Hoe onderscheiden we afwijkend gedrag van niet-afwijkend gedrag? Hoe
hebben we bepaald welk gedrag normaal is welk gedrag niet?
De vier D’s (Nolen-Hoeksma)
● Psychopathologie gaat vaak gepaard met:
○ Distress → ervaring van emotionele problemen
■ Persoon zelf of omgeving, lijdensdruk
■ Staat in de DSM → criterium = persoon moet lijden
○ Disfunctioneren → van dagelijks leven
■ E.g. school, vrienden
○ Deviatie → afwijking van sociale norm of gemiddelde
■ Deviant gedrag is niet gelijk psychologie → kan ook onschuldig zijn,
niet de andere D’s
○ Danger → gevaar voor zichzelf en/of anderen
● Diagnose: eerste 3 wel, laatste niet altijd
Ontwikkelingspsychopathologie
● Belang van context → e.g. gezin, cultuur, SES
● Belang van leeftijd en ontwikkelingsfase
● Schijnbaar ‘abnormaal’ gedrag kan, kijkend naar de context, adaptief zijn
Belang van context
● Negativity bias → mishandelde kinderen herkennen eerder een boos gezicht
○ Heel gevoelig voor negatieve cues
○ Het kan ‘handig’ zijn om gevoelig te zijn voor negatieve cues → veiligheid
○ Interpreteren zaken eerder negatief
● Negativity bias adaptief in een gewelddadige omgeving, maar maladaptief in een
‘gewone’ sociale omgeving
● Negatief gedrag kan ontstaan en het is voor het kind ‘logisch’ om zich zo te gedragen
Belang van ontwikkelingsfase
● Gedrag kan passend zijn in de ene ontwikkelingsfase, maar niet passend of
afwijkend in de andere → e.g. onzindelijkheid, geen spraak, geen vrienden, geen
schuldgevoelens
● Bij elke leeftijd horen bepaalde ontwikkelingen → gedrag vergelijken met
leefttijdsnorm
Prevalentie psychopathologie kinderen in Nederland
● UNICEF (2021) schatting → 18% van de kinderen 10-19 jaar in Nederland heeft een
psychische aandoening
● In 55% gaat het om een depressie of angststoornis
, ○ Met name in de puberteit en bij vrouwen
Principes / assumpties
● De ontwikkeling van psychopathologie wordt door meerdere risico- en beschermende
factoren bepaald → bio, psycho, sociaal
○ Equifinality → meerdere oorzaken veroorzaken een uitkomst
■ Verschillende oorzaken, gelijke uitkomst
○ Multifinality → een oorzaak veroorzaakt meerdere uitkomsten
■ Dezelfde oorzaak, verschillende uitkomsten
○ Belangrijk in diagnostiek en onderzoek
● Ontwikkelingsmechanismen, risico- en beschermende factoren en hun impact
veranderen over de levensloop
○ Vroege kindertijd → belang van veilige hechting ouderfiguur
■ Gebrek eraan kan een negatieve impact hebben op de ontwikkeling
■ Ontzettend belangrijk aan het begin van het leven
○ Adolescentie → belang van aansluiting bij leeftijdsgenoten en
identiteitsontwikkeling
■ Groepsvorming
■ Belangrijk voor identiteitsontwikkeling
○ Sensitieve periodes in de ontwikkeling
○ Wat impact maakt hangt af van de ontwikkelingsfase
■ Bepaalde gebeurtenissen hebben meer impact op de ene leeftijd dan
op de andere
● Psychopathologie is transactioneel → persoon en omgeving beïnvloeden elkaar over
en weer over de tijd
○ Interactie: personen en omgeving beïnvloeden elkaar
■ E.g. verlegen → overbeschermende ouders → sociaal angstig →
geen sociale contacten
■ Wisselwerking tussen verschillende partijen
○ Ingang voor interventie: verandering in omgeving → impact op
(eigenschappen van) persoon
● Psychopathologie is een slechte aanpassing → een mismatch tussen individuele
eigenschappen en omgevingseisen
○ Medeverantwoordelijkheid bij de omgeving
Multiple Deficit Model (MDM)
● Geen één factor is op zichzelf voldoende om de stoornis te verklaren
● Hoe meer risicofactoren → hoe groter de kans is op (milde symptomen van) de
stoornis → cumulatief effect
● MDM sluit aan bij de continuümgedachte
● Equifinality
Single Deficit Model
● Aanname → 1 beperking verklaart alle gevallen en alle symptomen van een stoornis
● Vaak populair
● Echter → in de praktijk meestal niet het geval
○ Niet alle gevallen hebben die ene beperking
○ Eén beperking kan niet alle symptomen verklaren
, ○ Dezelfde beperking is risicofactor voor verschillende stoornissen
(niet-specifiek) → in lijn met continuümgedachte
Kwetsbaarheid-stressmodel
● Mensen verschillen in hun kwetsbaarheid → genetica, biologie, persoonlijkheid,
cognitie → voor het ontwikkelen van psychopathologie
● Een omgevingsstressor kan ‘de druppel’ zijn → niet voor iedereen!
● Lage kwetsbaarheid + hoge stress (omgeving) = geen psychopathologie
● Hoge kwetsbaarheid + hoge stress (omgeving) = psychopathologie
● Kwetsbaarheidsmodel → diathesis stress model
○ Meer factoren dan risicomodel
● Komt oorspronkelijk vanuit psychose onderzoek
Risicofactoren
● Cyclus: biologisch → psychologisch → sociaal
Bio-psycho-sociaal model
● Psychische gezondheid kan verklaard worden ahv biologische, psychologische en
sociale factoren
● Bio → genen, hersenen, hormonen, neurotransmitters, fysieke gezondheid
● Psyche → geheugen, denkstijl, aandacht, IQ, temperament, zelfvertrouwen,
emotieregulatie
● Sociaal → ouders, familie, SES, vrienden, school, wijk, cultuur
● Bio + psycho = individuele kindkenmerken
● Sociaal = omgevingskenmerken
● Gen x omgeving interactie (bio x sociaal) → effect van genen (of omgeving) wordt
versterkt door samen te gaan met bepaalde omgeving (of genen)
● Gen x omgevingscorrelatie (bio x sociaal) → sommige genetische en
omgevingsfactoren gaan vaak samen
Temperament
● Temperament → aangeboden typische gedragstendenties hoe een individu omgaat
met de wereld
● Thomas & Chess (1977): New York Longitudinal Study
○ Legden de gedragingen vast van een groep baby’s en volgden hen over de
tijd
○ Definieerden negen temperamentdimensies:
■ Approach/withdrawal → hoe een baby omgaat met nieuwe situaties
■ Rhythmicity → hoe regelmatig en voorspelbaar het slaap-eetpatroon
is
● Negen temperamentdimensies gereduceerd tot 3 clusters:
○ Makkelijk → doorgaans vrolijk, kan makkelijk getroost worden, regelmatig
eet-slaapritme
○ Slow to warm up → tijd nodig om op te warmen en te wennen aan nieuwe
situaties
○ Moeilijk → reageert vaak geagiteerd , moeite met aanpassen aan nieuwe
situaties, onregelmatig eet-slaapritme
Definitie ontwikkelingspsychopathologie
● The study of developmental processes that contribute to, or protect against,
psychopathology
● Kernvraag: welke factoren en mechanismen in de ontwikkeling dragen bij aan
psychopathologie (in de kindertijd / adolescentie)
○ Hoe onderscheiden we afwijkend gedrag van niet-afwijkend gedrag? Hoe
hebben we bepaald welk gedrag normaal is welk gedrag niet?
De vier D’s (Nolen-Hoeksma)
● Psychopathologie gaat vaak gepaard met:
○ Distress → ervaring van emotionele problemen
■ Persoon zelf of omgeving, lijdensdruk
■ Staat in de DSM → criterium = persoon moet lijden
○ Disfunctioneren → van dagelijks leven
■ E.g. school, vrienden
○ Deviatie → afwijking van sociale norm of gemiddelde
■ Deviant gedrag is niet gelijk psychologie → kan ook onschuldig zijn,
niet de andere D’s
○ Danger → gevaar voor zichzelf en/of anderen
● Diagnose: eerste 3 wel, laatste niet altijd
Ontwikkelingspsychopathologie
● Belang van context → e.g. gezin, cultuur, SES
● Belang van leeftijd en ontwikkelingsfase
● Schijnbaar ‘abnormaal’ gedrag kan, kijkend naar de context, adaptief zijn
Belang van context
● Negativity bias → mishandelde kinderen herkennen eerder een boos gezicht
○ Heel gevoelig voor negatieve cues
○ Het kan ‘handig’ zijn om gevoelig te zijn voor negatieve cues → veiligheid
○ Interpreteren zaken eerder negatief
● Negativity bias adaptief in een gewelddadige omgeving, maar maladaptief in een
‘gewone’ sociale omgeving
● Negatief gedrag kan ontstaan en het is voor het kind ‘logisch’ om zich zo te gedragen
Belang van ontwikkelingsfase
● Gedrag kan passend zijn in de ene ontwikkelingsfase, maar niet passend of
afwijkend in de andere → e.g. onzindelijkheid, geen spraak, geen vrienden, geen
schuldgevoelens
● Bij elke leeftijd horen bepaalde ontwikkelingen → gedrag vergelijken met
leefttijdsnorm
Prevalentie psychopathologie kinderen in Nederland
● UNICEF (2021) schatting → 18% van de kinderen 10-19 jaar in Nederland heeft een
psychische aandoening
● In 55% gaat het om een depressie of angststoornis
, ○ Met name in de puberteit en bij vrouwen
Principes / assumpties
● De ontwikkeling van psychopathologie wordt door meerdere risico- en beschermende
factoren bepaald → bio, psycho, sociaal
○ Equifinality → meerdere oorzaken veroorzaken een uitkomst
■ Verschillende oorzaken, gelijke uitkomst
○ Multifinality → een oorzaak veroorzaakt meerdere uitkomsten
■ Dezelfde oorzaak, verschillende uitkomsten
○ Belangrijk in diagnostiek en onderzoek
● Ontwikkelingsmechanismen, risico- en beschermende factoren en hun impact
veranderen over de levensloop
○ Vroege kindertijd → belang van veilige hechting ouderfiguur
■ Gebrek eraan kan een negatieve impact hebben op de ontwikkeling
■ Ontzettend belangrijk aan het begin van het leven
○ Adolescentie → belang van aansluiting bij leeftijdsgenoten en
identiteitsontwikkeling
■ Groepsvorming
■ Belangrijk voor identiteitsontwikkeling
○ Sensitieve periodes in de ontwikkeling
○ Wat impact maakt hangt af van de ontwikkelingsfase
■ Bepaalde gebeurtenissen hebben meer impact op de ene leeftijd dan
op de andere
● Psychopathologie is transactioneel → persoon en omgeving beïnvloeden elkaar over
en weer over de tijd
○ Interactie: personen en omgeving beïnvloeden elkaar
■ E.g. verlegen → overbeschermende ouders → sociaal angstig →
geen sociale contacten
■ Wisselwerking tussen verschillende partijen
○ Ingang voor interventie: verandering in omgeving → impact op
(eigenschappen van) persoon
● Psychopathologie is een slechte aanpassing → een mismatch tussen individuele
eigenschappen en omgevingseisen
○ Medeverantwoordelijkheid bij de omgeving
Multiple Deficit Model (MDM)
● Geen één factor is op zichzelf voldoende om de stoornis te verklaren
● Hoe meer risicofactoren → hoe groter de kans is op (milde symptomen van) de
stoornis → cumulatief effect
● MDM sluit aan bij de continuümgedachte
● Equifinality
Single Deficit Model
● Aanname → 1 beperking verklaart alle gevallen en alle symptomen van een stoornis
● Vaak populair
● Echter → in de praktijk meestal niet het geval
○ Niet alle gevallen hebben die ene beperking
○ Eén beperking kan niet alle symptomen verklaren
, ○ Dezelfde beperking is risicofactor voor verschillende stoornissen
(niet-specifiek) → in lijn met continuümgedachte
Kwetsbaarheid-stressmodel
● Mensen verschillen in hun kwetsbaarheid → genetica, biologie, persoonlijkheid,
cognitie → voor het ontwikkelen van psychopathologie
● Een omgevingsstressor kan ‘de druppel’ zijn → niet voor iedereen!
● Lage kwetsbaarheid + hoge stress (omgeving) = geen psychopathologie
● Hoge kwetsbaarheid + hoge stress (omgeving) = psychopathologie
● Kwetsbaarheidsmodel → diathesis stress model
○ Meer factoren dan risicomodel
● Komt oorspronkelijk vanuit psychose onderzoek
Risicofactoren
● Cyclus: biologisch → psychologisch → sociaal
Bio-psycho-sociaal model
● Psychische gezondheid kan verklaard worden ahv biologische, psychologische en
sociale factoren
● Bio → genen, hersenen, hormonen, neurotransmitters, fysieke gezondheid
● Psyche → geheugen, denkstijl, aandacht, IQ, temperament, zelfvertrouwen,
emotieregulatie
● Sociaal → ouders, familie, SES, vrienden, school, wijk, cultuur
● Bio + psycho = individuele kindkenmerken
● Sociaal = omgevingskenmerken
● Gen x omgeving interactie (bio x sociaal) → effect van genen (of omgeving) wordt
versterkt door samen te gaan met bepaalde omgeving (of genen)
● Gen x omgevingscorrelatie (bio x sociaal) → sommige genetische en
omgevingsfactoren gaan vaak samen
Temperament
● Temperament → aangeboden typische gedragstendenties hoe een individu omgaat
met de wereld
● Thomas & Chess (1977): New York Longitudinal Study
○ Legden de gedragingen vast van een groep baby’s en volgden hen over de
tijd
○ Definieerden negen temperamentdimensies:
■ Approach/withdrawal → hoe een baby omgaat met nieuwe situaties
■ Rhythmicity → hoe regelmatig en voorspelbaar het slaap-eetpatroon
is
● Negen temperamentdimensies gereduceerd tot 3 clusters:
○ Makkelijk → doorgaans vrolijk, kan makkelijk getroost worden, regelmatig
eet-slaapritme
○ Slow to warm up → tijd nodig om op te warmen en te wennen aan nieuwe
situaties
○ Moeilijk → reageert vaak geagiteerd , moeite met aanpassen aan nieuwe
situaties, onregelmatig eet-slaapritme