Lichamelijke groei en seksuele ontwikkeling
Evolutionaire Creationisme: religieuze opvatting dat leven op aarde door God is gemaakt
biologie
Evolutietheorie Darwin: mens ontstaan uit voorouder (gemeenschappelijke voorouder)
Natuurlijke selectie: kracht achter evolutie, waardoor omgeving beste organismen selecteert
Adaptieve kenmerken: verschillen ontstaan vanuit aanpassingen aan specifieke omgeving
Evolutionaire psychologie: gedrag evolueert uit interactie tussen erfelijkheid en eisen omgeving
Intelligente vermogens liggen niet vast in genen, maar ligt aan maatschappelijke invloeden.
Genetische kenmerken verkregen van ouders: fenotype en genotype:
Fenotype: waarneembare fysieke Genotype: genetisch vastgestelde
kenmerken kenmerken
multifactoriële overerving: genotype zorgt voor bereik waarin fenotype zich kan manifesteren
Epigenetica: genen aan-/uitgezet door chemische veranderingen in genoom (alle genen).
Gedrag = combinatie tussen genetische- en omgevingsfactoren. M ontwikkelen sneller dan j.
Genotype-omgevingsfactoren:
Actieve-: kind gericht op aspecten van omgeving die aansluit op genetische capaciteiten (Genen + omgeving)
Passieve-: genen van ouders worden geassocieerd met omgeving waar kind opgroeit
Evocatieve-: genen van kind roepen specifieke type omgeving op
Persoonlijkheidskenmerken (aangeboren)
Risicozoekend gedrag
Politieke denkbeelden, religie, waarden, seksualiteit
Psychische stoornissen
Alcoholisme, autisme, ADHD
Ontwikkelingen baby (0 tot 2)
Motorisch:
Dynamische systeemtheorie (E. Thelen): theorie die ontwikkeling en coördinatie van
motorische vaardigheden beschrijft
Bayley Scales of Infant Developent (BSID-III): instrument waarmee ontwikkeling van
kinderen vanaf 16 dagen tot 42 maanden en 15 dagen kan worden beoordeeld.
Lichamelijk:
Voeding: (55cc per pond) 4-5 mnd vast voedsel (bij borstv. 6 mnd) = belangrijk. Nadelige gevolgen:
- Marasme: ondervoeding; waarbij kind stopt met groeien
- Kwashiorkor: ondervoeding; maag, ledematen, gezicht houden water vast en zwellen op
- Failure-to-thrive-syndroom: stoornis; kind stopt met groeien door gebrek aandacht
- Obesitas: lichaamsgewicht meer dan 20% boven gemiddeld gewicht van persoon
Visueel: vanaf 3 maanden ziet kind scherp
Auditief: horen zeer goed, kunnen onderscheiden en deels lokaliseren
Reuk en smaak: ruiken en proeven zeer goed (herkennen moedergeur)
Ontwikkelingen peuter (2 tot 4) – kleuter (4 tot 6)
Zintuigen: na 6 jaar zien kinderen goed scherp
7-8 jaar perceptuele schematisering (onderdelen onderscheiden)
Motoriek: (4-5 links of rechts)
Kinderen teken in stadia:
1. Krabbelstadium: eindproduct willekeurige strepen (categorieën) (1-2)
2. Vormstadium: verschijnen van vormen (3 jaar)
3. Ontwerpstadium: meer dan 1 eenvoudige vorm i.c.m. complexere vormen (3-4 jaar)
4. Picturale stadium: maken herkenbare objecten (4-5 jaar)
Theorieën over genderverschillen: