Communiceren met baby’s
Manieren van communiceren
Aanraking: belangrijk voor hechting (controversieel experiment Harlow [apen])
Huidcontact! → oxytocine komt vrij bij prettige aanraking (stressverlagend)
Tactiele communicatie: communicatie waarbij aanraking een rol speelt (contextafhankelijk)
Verloop stadia zintuigen: tactiel (tast) → auditief → visueel
Te vroeg geboren = betere overlevingskans bij huid-op-huidcontact (kangaroo care [buidelen])
Haptonomie (lichaamshouding en lichaamsbeweging)
= studie van de taal van het lichaam
1. (intieme) Ruimte: toelaten wie vertrouwd voelen (in ontwikkeling baby’s)
2. Naderen: niet plotseling en abrupt = kondig jezelf aan
3. Uitnodigen: niet aanraken op machtsplekken (aanraking zorgt voor spierverslapping)
Interactie
- Stem
- Mimiek
- Alertheid
Sensitiviteit: hoe gevoelig iemand is voor de signalen die kind uitzendt (Ainsworth)
- merkt signaal op
- interpreteert signaal van kind correct
- reageert op signaal op juiste manier
- reageert op signaal op juiste moment
Waarom belangrijk: positieve uitkomsten =
vaker veilig gehecht, betere cognitieve en sociale vaardigheden en betere zelfregulatie
Moeilijkheden communicatie baby’s
Emotionele ontwikkeling: gevaar = negatieve betekenis & incongruente communicatie
Laten zien/horen is niet in lijn met wat je uitstraalt
Lichamelijke integriteit: intiem contact kan soms beladen aanvoelen
Huilen = altijd op reageren op baby’s
Indeling huilen (Stroecken en Verdult)
1. Behoeftehuilen: honger moe, affectie, etc.
2. Traumahuilen: vanwege innerlijke spanningen/emotionele pijn (heftiger) [bevalling]
Communiceren met kinderen en adolescenten
Communiceren: contact maken
Open gesprek: alles kunnen vragen of zeggen
Gesloten gesprek: uitingen en onderwerpen beperkt
Valkuilen: Invullen voor een ander/ suggestieve vragen
Empathisch vermogen: kunnen inleven in een ander.
Kwaliteit van gesprek (Gordon) = actief/aanmoedigend luisteren
= goede sfeer, humor, non-verbale communicatie, spelen (verhalen/poppen)