Privaatrecht week 15
Voorbereiding hoorcollege:
- Art. 3:80 lid 1 BW onderscheidt 2 wijzen van verkrijging van goederen:
‘Onder algemene titel’: opvolging in een vermogen (bijv. erfopvolging) kenmerk:
verkrijging in één keer van een geheel of een deel van een vermogen (incl. schulden dus).
‘Onder bijzondere titel’: verwerving een bepaald goed (bijv. overdracht, verjaring).
- Gesloten stelsel van verkrijging en verlies van goederen (art. 3:80 lid 2 jo 3 limitatieve
opsomming). Gesloten stelsel van verlies van goederen (juridisch verlies zowel absoluut
{wanneer goed teniet gaat} als relatief {ander wordt rechthebbende van goed} verlies).
- Onderscheid tussen originaire verkrijging en derivatieve verkrijging:
Bij derivatief verwerft men een recht van een rechtsvoorganger verkrijger ontleent
zijn recht op het goed aan een ander (=rechtsovergang).
Bij originaire verkrijging verwerft men een nieuw recht verkrijger ontleent zijn recht
niet aan een rechtsvoorganger, maar het recht nieuw bij de verkrijger is ontstaan (=geen
rechtsovergang dus).
- Eigendomsverkrijging door toe-eigening alleen bij ‘res nullius’ (een roerende zaak dat tot
niemand toebehoort = geen eigenaar) art. 3:112 jo 3:113 BW (inbezitneming).
- Eigendomsverkrijging bij gevonden zaken vinderschap (art. 5:5-5:12 BW): wanneer een
eerlijke vinder van een onbeheerde zaak aangifte heeft gedaan bij de daartoe aangewezen
persoon of instantie, hij een jaar na aangifte de eigendom verkrijgt daarvan indien eigenaar
zich niet binnen dat jaar heeft gemeld.
- Eigendomsverkrijging bij een gevonden schat schatvinding (art. 5:13 BW).
- Eigendomsverkrijging als gevolg van natrekking art. 5:3 bepaalt dat de eigenaar van een
zaak eigenaar is van al haar bestanddelen + art. 5:14 BW. Wat gebeurt er wanneer een zaak
door verbinding met een andere zaak bestanddeel van die andere zaak wordt?
Rechtsgevolg 1: iets wat voorheen een (zelfstandige) zaak was, houdt op een zaak te zijn.
Rechtsgevolg 2: had de bestanddeel geworden zaak een andere eigenaar dan de
hoofdzaak, dan is voor hem de eigendom volledig verloren gegaan doordat eigendom
van de hoofdzaak mede uitstrekt over haar bestanddelen.
Rechtsgevolg 3: kan zijn dat een roerende zaak als gevolg van de bestanddeelvorming
onroerend wordt, te weten indien zij bestanddeel wordt van een onroerende hoofdzaak.
- Eigendomsverkrijging als gevolg van vermenging art. 5:15 BW.
- Eigendomsverkrijging als gevolg van zaaksvorming art. 5:16 BW.
- Eigendomsverkrijging door vruchttrekking 5:17 BW + art. 3:9 lid 4 BW.
Hoorcollege:
Originaire wijzen van verkrijging deze week: een goed wordt van jou zonder dat er sprake is van
overdraging.
Wet maakt een onderscheid tussen roerende en onroerende zaken en heeft voor ieder andere
regels. Definitie onroerende zaken: 3:3 BW.
Portacabin arrest: of een portacabin een onroerende of roerende zaak was paar elementen die
van belang zijn:
Voorbereiding hoorcollege:
- Art. 3:80 lid 1 BW onderscheidt 2 wijzen van verkrijging van goederen:
‘Onder algemene titel’: opvolging in een vermogen (bijv. erfopvolging) kenmerk:
verkrijging in één keer van een geheel of een deel van een vermogen (incl. schulden dus).
‘Onder bijzondere titel’: verwerving een bepaald goed (bijv. overdracht, verjaring).
- Gesloten stelsel van verkrijging en verlies van goederen (art. 3:80 lid 2 jo 3 limitatieve
opsomming). Gesloten stelsel van verlies van goederen (juridisch verlies zowel absoluut
{wanneer goed teniet gaat} als relatief {ander wordt rechthebbende van goed} verlies).
- Onderscheid tussen originaire verkrijging en derivatieve verkrijging:
Bij derivatief verwerft men een recht van een rechtsvoorganger verkrijger ontleent
zijn recht op het goed aan een ander (=rechtsovergang).
Bij originaire verkrijging verwerft men een nieuw recht verkrijger ontleent zijn recht
niet aan een rechtsvoorganger, maar het recht nieuw bij de verkrijger is ontstaan (=geen
rechtsovergang dus).
- Eigendomsverkrijging door toe-eigening alleen bij ‘res nullius’ (een roerende zaak dat tot
niemand toebehoort = geen eigenaar) art. 3:112 jo 3:113 BW (inbezitneming).
- Eigendomsverkrijging bij gevonden zaken vinderschap (art. 5:5-5:12 BW): wanneer een
eerlijke vinder van een onbeheerde zaak aangifte heeft gedaan bij de daartoe aangewezen
persoon of instantie, hij een jaar na aangifte de eigendom verkrijgt daarvan indien eigenaar
zich niet binnen dat jaar heeft gemeld.
- Eigendomsverkrijging bij een gevonden schat schatvinding (art. 5:13 BW).
- Eigendomsverkrijging als gevolg van natrekking art. 5:3 bepaalt dat de eigenaar van een
zaak eigenaar is van al haar bestanddelen + art. 5:14 BW. Wat gebeurt er wanneer een zaak
door verbinding met een andere zaak bestanddeel van die andere zaak wordt?
Rechtsgevolg 1: iets wat voorheen een (zelfstandige) zaak was, houdt op een zaak te zijn.
Rechtsgevolg 2: had de bestanddeel geworden zaak een andere eigenaar dan de
hoofdzaak, dan is voor hem de eigendom volledig verloren gegaan doordat eigendom
van de hoofdzaak mede uitstrekt over haar bestanddelen.
Rechtsgevolg 3: kan zijn dat een roerende zaak als gevolg van de bestanddeelvorming
onroerend wordt, te weten indien zij bestanddeel wordt van een onroerende hoofdzaak.
- Eigendomsverkrijging als gevolg van vermenging art. 5:15 BW.
- Eigendomsverkrijging als gevolg van zaaksvorming art. 5:16 BW.
- Eigendomsverkrijging door vruchttrekking 5:17 BW + art. 3:9 lid 4 BW.
Hoorcollege:
Originaire wijzen van verkrijging deze week: een goed wordt van jou zonder dat er sprake is van
overdraging.
Wet maakt een onderscheid tussen roerende en onroerende zaken en heeft voor ieder andere
regels. Definitie onroerende zaken: 3:3 BW.
Portacabin arrest: of een portacabin een onroerende of roerende zaak was paar elementen die
van belang zijn: