Introductie
Antropoceen is het tijdperk waarin de mens bepaalt wat er gebeurd met de toekomst van de
Aarde. De mens heeft hierin invloed op de aarde: het milieu, de atmosfeer, de dieren, de
planten, etc.
In hoofdstuk 10 bespreken we de dimensie Natuur.
Soorten van Denken
Er zijn vijf soorten van denken/typen argumenten. Zie hieronder voor de volledige lijst.
(N.L.) Vijf soorten van denken
1. Antropocentrisch denken - ons eigen welzijn staat centraal.
2. Intergenerationeel denken - antropocentrisch kijkend naar volgende generaties
mensen.
3. Lijden van alle wezens - geven om elke diersoort.
4. Instrumenteel denken - de natuur heeft intrinsieke waardes: waardes los van waardes
die het voor ons als mens heeft.
5. Ecologisch denken - de heroriëntatie van oude antropocentrische houdingen, zoals de
verlichting, rationaliteit en wetenschap. Ook wel ‘deep ecology’ genoemd.
Martin Heidegger
Martin Heidegger was een grote filosoof.
Volgens de ‘deep ecology’-aanhangers zien moderne mensen de wereld als een
beheersbare machine zonder intrinsieke 11 doel of betekenis.
Volgens Heidegger hangen de opkomst van de techniek en het mechanistische wereldbeeld
12
samen.
Het Gestel
Het Gestel (of Gestell) is de aanduiding van Heidegger voor de visie in het tijdperk van de
technische beschaving. Hoewel het Gestel een menselijke creatie is, verliezen we onze
vrijheid erdoor. Het Gestel is volgens Heidegger ons noodlot: is een nare, onvermijdbare
tijdperk die wij gaan ervaren.
Het gevaar van leven in het Gestel is dat het eendimensionaal is: er is geen alternatief náást
het Gestel. Daarnaast gaat onze herinnering om op een andere manier te leven (dus niet
technisch maar via andere methoden) verloren.
Het Gestel is dus eigenlijk een manier van kijken naar de wereld met een techniek-oogje. Als
je het Gestel gebruikt kijk je alleen maar naar middelen en doelen: middelen worden gebruikt
om een bepaald doel te bereiken.
Hierdoor gaan we dingen puur technisch, analytisch kwantitatief beschouwen.
à ‘’Uit welke materialen bestaat de hamer?”.
à ‘’Hoeveel kost het?”.
à ‘’Hoeveel mensen hebben zo’n hamer?’’.
11Intrinsiek = Uit jezelf; voortspruitend uit het innerlijke wezen; het ‘’daadwerkelijke’’.
12Mechanistische Wereldbeeld = Het idee dat alle natuurlijke fenomenen een fysieke verklaring
hebben. Denk bijvoorbeeld aan de natuurkundige klassieke mechanica.
44