Aantekeningen TLP2 KNO, Plastische chirurgie en Orthopedie
Inhoudsopgave:
Orthopedie
2.31 Anatomie
2.32 Ziekteleer
2.33 OZT
KNO
2.34 OZT
Plastische Handchirurgie
2.35 Anatomie
2.36 OZT
,Aantekeningen TLP2 KNO, Plastische chirurgie en Orthopedie
2.31 Anatomie
Gewrichten: verbinding tussen twee botstukken
- Kraakbeen gewricht
o Beetje beweging, veert terug naar beginstand
o Tussen sternum en costae
- Synoviaal gewricht:
o Veel beweging en vrijwel zonder wrijving.
o Schouder, elleboog, pols, heup, knie, enkel
o Onderdelen:
▪ Spieren
▪ Bursa: slijm om wrijving te verminderen
▪ Ligamenten
▪ Gewrichtskapsel
▪ Synoviaal vocht: vocht wordt geproduceerd aan de binnenkant van het
gewrichtskapsel in een membraan. Het vocht komt in de
gewrichtsspleet terecht.
- Bindweefsel verbindingen
o Vrijwel geen bewegingsmogelijkheden mogelijk, stijf
o Tussen carpi (handen), verankering tanden in kaak, schedelnaden.
Soorten gewrichten:
- Scharniergewricht:
o Wordt bewogen om 1 as.
o Buig en strek bewegingen
o Tussen humerus en ulna en tussen humerus radius, knie
- Draai en rolgewricht:
o Wordt bewogen om 1 as.
o Bij de nekwervels, die draaien om elkaar heen.
o Tussen de radius en ulna in.
- Zadelgewrichten:
o Wordt bewogen om 2 assen.
o Heeft een bolle en holle kant.
o Bij de duim, tussen carpus en meta carpus.
- Eigewrichten:
o Eivormig structuur.
o Vinger, tussen metacarpus en de eerste pahalanges.
o Pols gewricht.
- Vlakke gewrichten:
o Twee vlakken die langs elkaar kunnen schuiven.
o Sleutelbeen en schouderblad.
- Kogelgewrichten:
o 3 assen
o Ronde kop in een ronde kom waardoor bijna alle bewegingen mogelijk zijn.
o Heup gewricht, schouder gewricht.
,Aantekeningen TLP2 KNO, Plastische chirurgie en Orthopedie
Skeletspieren:
- Origo: pees oorsprong
- Spierbuik: spiervezels tussen orgio en insertie
o Spiervezels zijn de enige actieve delen in een spier.
o Verkorten waardoor aanspanning mogelijk is.
- Insertie: peesaanhechting, zorgt voor beweging.
o Insertie zit aan een ander punt dan de origo vast. Aan het stukje pees van de
insertie wordt getrokken.
- Anonist: hoofdspier
- Antagonist: tegenovergestelde spier
- Spiercontracties:
o Concentrisch: spier spant aan en wordt korter
o Excentrisch: spier spant aan en wordt langer
o Isometrisch: spier spant aan en blijft gelijke lengte
, Aantekeningen TLP2 KNO, Plastische chirurgie en Orthopedie
Art. Genus: kniegewricht
- Bewegingen:
o Flexie:
▪ Hamstrings
o Extensie:
▪ Ventrale bovenbeenspieren
▪ M. Quadriceps femoris
- Banden:
o Lig. Collaterale mediale en laterale (MCL & LCL):
▪ Aan de buitenzijkant van het kniegewricht.
▪ MCL: beperkt mediale beweging onderbeen en bovenbeen, beperken
valgus (x)
▪ LCL: beperkt laterale bewening onderbeen en bovenbeen, beperkten
varus (O)
o Lig. Cruciatum anterior en posterior (ACL & PCL): kruisbanden
▪ Liggen in het art. Genus
▪ Beperking schuiven en rotatie van de onderbeen
m. quadriceps
- M. Vastus medialis
- M. Vastus lateralis
- M. Vastus intermedius
- M. Rectus femoris
m. hamstrings:
- M. Semimenmbranosus
- M. Semitendinosus
- M. Biceps femoris
Inhoudsopgave:
Orthopedie
2.31 Anatomie
2.32 Ziekteleer
2.33 OZT
KNO
2.34 OZT
Plastische Handchirurgie
2.35 Anatomie
2.36 OZT
,Aantekeningen TLP2 KNO, Plastische chirurgie en Orthopedie
2.31 Anatomie
Gewrichten: verbinding tussen twee botstukken
- Kraakbeen gewricht
o Beetje beweging, veert terug naar beginstand
o Tussen sternum en costae
- Synoviaal gewricht:
o Veel beweging en vrijwel zonder wrijving.
o Schouder, elleboog, pols, heup, knie, enkel
o Onderdelen:
▪ Spieren
▪ Bursa: slijm om wrijving te verminderen
▪ Ligamenten
▪ Gewrichtskapsel
▪ Synoviaal vocht: vocht wordt geproduceerd aan de binnenkant van het
gewrichtskapsel in een membraan. Het vocht komt in de
gewrichtsspleet terecht.
- Bindweefsel verbindingen
o Vrijwel geen bewegingsmogelijkheden mogelijk, stijf
o Tussen carpi (handen), verankering tanden in kaak, schedelnaden.
Soorten gewrichten:
- Scharniergewricht:
o Wordt bewogen om 1 as.
o Buig en strek bewegingen
o Tussen humerus en ulna en tussen humerus radius, knie
- Draai en rolgewricht:
o Wordt bewogen om 1 as.
o Bij de nekwervels, die draaien om elkaar heen.
o Tussen de radius en ulna in.
- Zadelgewrichten:
o Wordt bewogen om 2 assen.
o Heeft een bolle en holle kant.
o Bij de duim, tussen carpus en meta carpus.
- Eigewrichten:
o Eivormig structuur.
o Vinger, tussen metacarpus en de eerste pahalanges.
o Pols gewricht.
- Vlakke gewrichten:
o Twee vlakken die langs elkaar kunnen schuiven.
o Sleutelbeen en schouderblad.
- Kogelgewrichten:
o 3 assen
o Ronde kop in een ronde kom waardoor bijna alle bewegingen mogelijk zijn.
o Heup gewricht, schouder gewricht.
,Aantekeningen TLP2 KNO, Plastische chirurgie en Orthopedie
Skeletspieren:
- Origo: pees oorsprong
- Spierbuik: spiervezels tussen orgio en insertie
o Spiervezels zijn de enige actieve delen in een spier.
o Verkorten waardoor aanspanning mogelijk is.
- Insertie: peesaanhechting, zorgt voor beweging.
o Insertie zit aan een ander punt dan de origo vast. Aan het stukje pees van de
insertie wordt getrokken.
- Anonist: hoofdspier
- Antagonist: tegenovergestelde spier
- Spiercontracties:
o Concentrisch: spier spant aan en wordt korter
o Excentrisch: spier spant aan en wordt langer
o Isometrisch: spier spant aan en blijft gelijke lengte
, Aantekeningen TLP2 KNO, Plastische chirurgie en Orthopedie
Art. Genus: kniegewricht
- Bewegingen:
o Flexie:
▪ Hamstrings
o Extensie:
▪ Ventrale bovenbeenspieren
▪ M. Quadriceps femoris
- Banden:
o Lig. Collaterale mediale en laterale (MCL & LCL):
▪ Aan de buitenzijkant van het kniegewricht.
▪ MCL: beperkt mediale beweging onderbeen en bovenbeen, beperken
valgus (x)
▪ LCL: beperkt laterale bewening onderbeen en bovenbeen, beperkten
varus (O)
o Lig. Cruciatum anterior en posterior (ACL & PCL): kruisbanden
▪ Liggen in het art. Genus
▪ Beperking schuiven en rotatie van de onderbeen
m. quadriceps
- M. Vastus medialis
- M. Vastus lateralis
- M. Vastus intermedius
- M. Rectus femoris
m. hamstrings:
- M. Semimenmbranosus
- M. Semitendinosus
- M. Biceps femoris