5 Thema A: Sociaal werk en armoede
5.1 Inleiding
Armoede en armoedebestrijding (de interventies om iets aan armoede te doen).
Armoedebestrijding is de praktijk waarrond sociaal werk is ontstaan.
5.2 Het concept armoede
Wat is armoede? Er gaat een groot moreel uit om iets aan armoede te doen,
daarom lijkt armoedebestrijding een evidentie maar er is ook een sterke
samenhang tussen de manier waarop men naar het sociaal probleem kijkt en de
wijze waarop men naar oplossing zoekt (interventie en sociale
probleemdefiniëring). Ook maakt men onderscheid tussen absolute en relatieve
armoede:
- Absolute armoede: primaire levensbehoeften
- Relatieve armoede: secundaire levensbehoeften
Vaak drukt men armoede uit door te verwijzen naar een laag inkomen, wie over
armoede wil spreken moet dan ook onherroepelijk over rijkdom en over
inkomensongelijkheid kunnen praten. Inkomen is vaak de meetlat die men
hanteert om te beslissen om iemand arm is of niet.
Er zijn ook 2 armoedemaatstaven:
- Maatstaf voor armoede in absolute zin: Minder dan 1,4 dollar per hoofd.
- Maatstaf voor relatieve armoede: Minder dan 60% van het mediaan inkomen
Er zijn verschillende manieren van meten:
- Statistische maten,
- Subjectieve benadering,
- Standaardbudgetbenadering.
Jan Vranken – Armoede is een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich
uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. Het
scheidt de armen van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving.
Deze kloof kunnen ze niet op eigen kracht overbruggen.
In deze definitie zitten veel elementen. Armoede is een proces van vele vormen
van sociale uitsluiting en die samenhangen en elkaar versterken, zowel op
individueel als collectief niveau met gevolgen. De leefpatronen van de armen
worden dus blijkbaar niet aanvaardbaar geacht.
Er zijn ook verschillende dimensies van armoede:
• Hoogte: omvang van armoede.
• Breedte: veelvoudige karakter van armoede
• Diepte: de armoedekloof met rest van samenleving
• Tijdsdimensie: reproductie van armoede op niveau van personen, groepen en
samenlevingen.
5.3 Visies op armoede
Het vraagstuk wat men precies ziet als mogelijke oorzaken van armoede.
Dergelijke visies op armoede hebben altijd ook een relatie met wat de sociaal
werker op de eerste plaats interesseert, met name tussenkomen, interveniëren in
armoedesituaties om iets aan die situatie te doen.
Er is een soort tweedeling in opvattingen:
1|Thema A ISW
5.1 Inleiding
Armoede en armoedebestrijding (de interventies om iets aan armoede te doen).
Armoedebestrijding is de praktijk waarrond sociaal werk is ontstaan.
5.2 Het concept armoede
Wat is armoede? Er gaat een groot moreel uit om iets aan armoede te doen,
daarom lijkt armoedebestrijding een evidentie maar er is ook een sterke
samenhang tussen de manier waarop men naar het sociaal probleem kijkt en de
wijze waarop men naar oplossing zoekt (interventie en sociale
probleemdefiniëring). Ook maakt men onderscheid tussen absolute en relatieve
armoede:
- Absolute armoede: primaire levensbehoeften
- Relatieve armoede: secundaire levensbehoeften
Vaak drukt men armoede uit door te verwijzen naar een laag inkomen, wie over
armoede wil spreken moet dan ook onherroepelijk over rijkdom en over
inkomensongelijkheid kunnen praten. Inkomen is vaak de meetlat die men
hanteert om te beslissen om iemand arm is of niet.
Er zijn ook 2 armoedemaatstaven:
- Maatstaf voor armoede in absolute zin: Minder dan 1,4 dollar per hoofd.
- Maatstaf voor relatieve armoede: Minder dan 60% van het mediaan inkomen
Er zijn verschillende manieren van meten:
- Statistische maten,
- Subjectieve benadering,
- Standaardbudgetbenadering.
Jan Vranken – Armoede is een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich
uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. Het
scheidt de armen van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving.
Deze kloof kunnen ze niet op eigen kracht overbruggen.
In deze definitie zitten veel elementen. Armoede is een proces van vele vormen
van sociale uitsluiting en die samenhangen en elkaar versterken, zowel op
individueel als collectief niveau met gevolgen. De leefpatronen van de armen
worden dus blijkbaar niet aanvaardbaar geacht.
Er zijn ook verschillende dimensies van armoede:
• Hoogte: omvang van armoede.
• Breedte: veelvoudige karakter van armoede
• Diepte: de armoedekloof met rest van samenleving
• Tijdsdimensie: reproductie van armoede op niveau van personen, groepen en
samenlevingen.
5.3 Visies op armoede
Het vraagstuk wat men precies ziet als mogelijke oorzaken van armoede.
Dergelijke visies op armoede hebben altijd ook een relatie met wat de sociaal
werker op de eerste plaats interesseert, met name tussenkomen, interveniëren in
armoedesituaties om iets aan die situatie te doen.
Er is een soort tweedeling in opvattingen:
1|Thema A ISW