100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Sociaal zekerheidsrecht

Rating
-
Sold
-
Pages
35
Uploaded on
31-08-2022
Written in
2021/2022

Handige samenvatting voor het tentamen Sociaal zekerheidsrecht.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Unknown
Uploaded on
August 31, 2022
Number of pages
35
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting Sociaalzekerheidsrecht
College 1:

Leerdoelen:

 Op welke uitgangspunten de sociale zekerheid is gebaseerd.
 Voor wie de sociale zekerheid wordt uitgevoerd en wordt gehandhaafd.
 Welke verschillende soorten verzekeringen en voorzieningen er bestaan.
 Welke financiële bijdragen ouders met minderjarige kinderen kunnen ontvangen.

Waarborg- en activeringsfunctie  het publieke stelsel dat het geheel van voorzieningen omvat die
tot doel hebben het waarborgen van de financiële zekerheid van burgers en hen te activeren.

Solidariteitsbeginsel  één voor allen, allen voor één.

Vormen Sociale Zekerheidsrecht:

1. Sociale verzekeringen (tegenprestatie vereist); en
2. Sociale voorzieningen (algemene middelen).

Voor verzekeringen, behalve kinderbijslag, wordt premie afgedragen en voor voorzieningen niet.
Deze worden betaald uit de belastingopbrengsten.

Tweedeling sociale verzekeringen:

a. Werknemersverzekeringen; en
b. Volksverzekeringen.

De bestuursrechter toetst in het sociale zekerheidsrecht in de hoofdregel ex tunc (situatie ten tijde
van het bestreden besluit) en alleen de rechtmatigheid.
Een belangrijke uitzondering is de vaststelling van de hoogte van de boete in het kader van de
draagkracht. In die zaken toetst de bestuursrechter ex nunc (actuele situatie).
Geschillen mbt Zvw worden beslecht door de civiele rechter; aan deze rechtsverhouding ligt ook een
contractuele basis ten grondslag (de verzekeringsovereenkomst).

,Bij kindgebonden budget wordt er een vermogens- en inkomenstoets gedaan, bij kinderbijslag niet.
Iedereen heeft recht op kinderbijslag, maar niet iedereen heeft het recht kindgebonden budget.

Ex. art. 14 lid 1 AKW is de uitvoerder van de kinderbijslag de Sociale verzekeringsbank.

Voorwaarden voor het recht op kinderbijslag:

1. Behoren tot de kring van verzekerden (art. 6 AKW);
2. een kind dat jonger is dan 18 jaar en dat:
a. tot het huishouden van de verzekerde behoort; of
b. door de verzekerde wordt onderhouden (art. 7 lid 1 AKW).




Ingezetene
De omstandigheden en feiten moeten van dien aard zijn dat er een duurzame band van persoonlijke
aard tussen de aanvrager en Nederland is. Het onderlinge verband van factoren is hierin
doorslaggevend.

Geen sprake van een duurzame band van persoonlijke aard als de kinderen van de betrokkene
wonen in Nederland. Per individueel geval wordt beoordeeld of sprake is van een duurzame band
van persoonlijke aard.

Voorbeeld: Pim is ongehuwd, heeft twee minderjarige kinderen, woont in Nederland en werkt in
Duitsland. Kan Pim kinderbijslag aanvragen voor zijn twee kinderen?
Nee, hoewel Pim wel ingezetene is, dient hij op grond van Europees recht in Duitsland kinderbijslag
aan te vragen.

Kind jonger dan 18 jaar behoort tot het huishouden, wanneer:

 Thuis wonen;
 Merendeel van de week thuis slaapt;
 Kinderen 16-17 jaar, extra eisen:
- Onderwijs volgen.
- Onderwijs volgen in buitenland.
- Vrijgesteld (zwaar gehandicapt).
- Onderwijs reeds heeft behaald.

Kind jonger dan 18 jaar dat wordt onderhouden (art. 5 lid 1 Besluit uitvoering kinderbijslag):

 Uitwonend kind;
 Daadwerkelijke kosten aan onderhoud.

Drempelbedrag kinderbijslag = € 433,- per drie maanden.

,Dubbele kinderbijslag wordt uitgekeerd als er sprake is van (art. 7a AKW):

a. Intensieve zorg bij een thuiswonend ziek of gehandicapt kind;
b. om onderwijsredenen of om ziekte of handicap niet thuiswonend en niet tot het huishouden
van een ander behorend kind (drempelbedrag = € 1.149,-).

Tot 1 januari 2020 werd de kinderbijslag beperkt wanneer het kind “hoge” bijverdiensten had per
maand. Vanaf 1 januari 2020 is deze regeling komen te vervallen.

Samenloop: merendeel van de ouders zijn verzekerden in de zin van de AKW en hebben dus beiden
recht op kinderbijslag voor hetzelfde kind. Ondanks dat sprake is van twee verzekerden krijgt de
ouder die de dagelijkse zorg voor het kind op zich neemt de kinderbijslag (art. 18 lid 4 AKW).

Van co-ouderschap is sprake als het kind afwisselend bij beide ouders woont en beide ouders het
kind onderhouden. De kinderbijslag wordt dan verdeeld volgens de afspraak die de ouders hierover
maken. Is er niets geregeld, dan krijgt iedere ouder de helft (art. 10 Besluit uitvoering kinderbijslag).

Beëindiging kinderbijslag:

 Overlijden kind.
 16/17 jarige heeft geen startkwalificatie en spijbelt veel (art. 7 lid 3 AKW jo.
art. 4-4c Leerplichtwet).
 Kind woont in buitenland (art. 7b lid 1 AKW), tenzij (lid 2).



Kindgebonden budget is een sociale voorziening die inkomens- en vermogensafhankelijk is.
Uitvoerder is Belastingdienst / Toeslagen.

Voorwaarden voor het recht op kindgebonden budget:

 Recht op kinderbijslag;
- Uitzondering 16-17 jarigen zonder startkwalificatie, niet naar school gaat en door ouders
onderhouden wordt;
 Gezamenlijk inkomen niet boven inkomensgrens;
 Gezamenlijk vermogen niet boven vermogensgrens.

De hoogte van het totale kindgebonden budget wordt bepaald door het aantal kinderen jonger dan
18 jaar in het gezin, het inkomen van de ouders en het vermogen van de ouders (art. 1 en 2 Wet KB).

Uitbetaling vindt plaats door een vast bedrag per jaar dat maandelijks wordt uitbetaald.
Ingang is vanaf de eerstvolgende kalendermaand na de maand waarin het kind is geboren / tot het
huishouden is gaan behoren (artikel 2 lid 1 Wet KB).

De alleenstaande ouderkop is in feite extra kindgebonden budget voor alleenstaande ouders zonder
fiscaal partner.

Verplichtingen kinderbijslag en kindgebonden budget:

a. Artikel 15 AKW  informatieverplichtingen;
b. Artikel 16 AKW  controlevoorschriften.

, College 2:

Leerdoelen:

 Weet op wie de WW van toepassing is;
 Weet hoe de basisuitkering wordt berekend;
 Weet hoe de verlengde uitkering wordt berekend;
 Weet hoe de WW uitkering geldend wordt gemaakt;
 Heeft een algemeen beeld van de TW/IOAW/IOW;
 Kan arbeidsverleden en de uitkeringsduur van de uitkering uitrekenen en toelichten.

Voorwaarden recht op WW-uitkering:  Gevolg = WW-uitkering voor drie maanden.

1. Verzekerde / werknemer zijn (art. 3-5 jo. 8 WW);
2. Werkloos (art. 16 WW);
3. Referte-eis (art. 17 WW); en
4. Geen uitsluitingsgrond (art. 19 WW).

Iemand is werkloos wanneer (art. 16 WW):

a. Als een werknemer ten minste vijf arbeidsuren of minimaal 50% minder heeft dan zijn
gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek (art. 16 lid 1 sub a WW); én
b. Beschikbaar is om arbeid te aanvaarden (art. 16 lid 1 sub b WW).

Let op! Indien er sprake is van een onregelmatig arbeidspatroon, moet er een gemiddelde worden
getrokken over de laatste 26 weken dat er is gewerkt.

Referte-eis / weken-eis bepaalt dat (art. 17 WW):

- De werknemer moet in 36 kalenderweken onmiddellijk voorafgaand aan de eerste dag van
de werkloosheid in ten minste 26 weken één arbeidsuur per kalenderweek heeft.

Pas na het verstrijken van de opzegtermijn ontstaat het recht op een WW-uitkering (art. 19 lid 3
WW). Het recht op een WW-uitkering ontstaat eveneens pas later als een arbeidsovereenkomst voor
bepaalde tijd tussentijds met wederzijds goedvinden wordt beëindigd; de uitkering gaat dan pas in
op het moment dat de overeenkomst van rechtswege zou zijn verstreken (art. 19 lid 4 WW).

Maximale wettelijke termijn voor een WW-uitkering is 24 maanden

Verlenging WW-uitkering  voldaan aan jareneis (art. 42 lid 2 WW).

De totale duur van de uitkering wordt via het arbeidsverleden (feitelijk + fictief) berekend:

a. Fictief arbeidsverleden
Het aantal kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het kalenderjaar waarin de werknemer
18 jaar wordt tot 1998 (art. 42 lid 6 sub c BW).

b. Feitelijk / reëel arbeidsverleden
- Het aantal kalenderjaren vanaf het met inbegrip van 1998 tot 2013 waarover 52 of meer
dagen loon is ontvangen (art. 42 lid 6 sub b WW);
- En het aantal kalenderjaren vanaf en met inbegrip van 2013 tot het kalenderjaar waarin
de eerste werkloosheidsdag is gelegen waarin over 208 of meer uren loon is ontvangen
(art. 42 lid 6 sub a WW).

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
RechtenStudent369 Hogeschool Windesheim
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
47
Member since
3 year
Number of followers
35
Documents
12
Last sold
11 months ago

3.5

4 reviews

5
0
4
2
3
2
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions