Oncologie chemotherapie
Inhoud
Behandelopties
Orale gevolgen chemotherapie
Orale mucositis
Stamceltransplantatie
Graft vs Host
Focus onderzoek
Diagnose kanker, en nu?
Behandelopties:
o Chirurgie
o Chemotherapie
o Radiotherapie
o Doelgerichte therapie – targeted therapy
o Combinatie
Chemotherapie
Wat is chemotherapie?
o Medicamenteuze behandeling om de groei van kankercellen te vertragen of
te stoppen (bij voorkeur ‘’om te stoppen’’. Hiervoor wordt een gifstof
gebruikt
o Zorgt ervoor dat snelgroeiende cellen niet meer kunnen delen (dus werkt
vooral in op snel-delende cellen, eigenlijk hetzelfde als bij radiotherapie)
De chemotherapeutica verhinderen vaak een stap bij het kopieren dan
wel uit elkaar trekken van het DNA. Dit kunnen ze doen door te binden
op het DNA-kopieerapparaat en dat kunnen ze ook doen door te
verhinderen dat het apparaat gaat werken.
o Een van de drie pijlers in de behandeling
Dus daarnaast zijn de andere pijlers: 1. Chirurgie en 2. Radiotherapie
Er bestaat ook een 4e pijler: Targeted therapie (=
immuunotherapie). Vroeger werd dit onder chemotherapie
geschaard.
Chemotherapie:
1. Curatief
a. Hiermee wil je dat patiënt genezen wordt van de kanker.
2. Palliatief
a. Dat wil zeggen dat je zeker weet dat patiënt niet meer geneest van zijn kanker
maar dat je hoopt dat de kanker geremd zal worden en dat de klachten van
de patiënt minder worden en de patiënt comfortabeler door het leven kan
gaan.
3. Neoadjuvant (wordt gegeven vóór een operatie met de bedoeling een tumor te
verkleinen zodat hij makkelijker weg te nemen is en om de overleving op lange
termijn te verbeteren).
, a. Dus de bedoeling van chemotherapie hierbij is om de tumor te verkleinen
zodat de operatie (weghalen van de tumor) makkelijker verloopt.
4. Adjuvant (aanvulling op curatieve behandeling)
a. Patiënt wordt eerst geopereerd en daarna wordt pas de chemotherapie
gegeven. Dit kan zowel gepland gebeuren (indien tumor bekend is met micro-
metastase) maar waarvan je wel weet dat deze er zijn. maar het kan ook
gebruikt worden wanneer je een tumor hebt weggesneden waarbij de
snijranden niet helemaal vrij zijn van de tumor, (je hebt door de tumor heen
gesneden) en een stuk tumor achtergelaten is.
Toedieningswijze:
Oraal
Intra-veneus (via infuus, via ader)
Intra-arterieel (via slagader)
Intra-peritoneaal – (via buikvlies)
Intra-thecaal – binnen hersen of ruggenmergvliezen
Topicaal – op de huid
Subcutaan – onder de huid
Intra-peritoniale toediening
Hierbij wordt een kijkoperatie in de buik
verricht. Dit is een doorsnede van een
patiënt. Via de voeten wordt naar boven
gekeken. Er wordt een gat in de buikwand
gemaakt zodat er gekeken kan worden en
via een ander gat wordt er via het
buikslijmvlies chemotherapeutica
toegediend.
Intra-thecale toediening
Toediening om de bloed-hersen barrière te
omzeilen. Tussen de bloedsomloop en de
hersenen zit de bloed-hersen barriere.
Langs die barriere kunnen heel veel stoffen
niet langs. Met name medicatie kan daar
niet langs. Er zijn weinig medicamenten die
effect kunnen hebben op de hersenen of
het ruggenmerg. Zeker bij
chemotherapeutica gaat dit moeizaam
omdat dit grote moleculen zijn.
Inhoud
Behandelopties
Orale gevolgen chemotherapie
Orale mucositis
Stamceltransplantatie
Graft vs Host
Focus onderzoek
Diagnose kanker, en nu?
Behandelopties:
o Chirurgie
o Chemotherapie
o Radiotherapie
o Doelgerichte therapie – targeted therapy
o Combinatie
Chemotherapie
Wat is chemotherapie?
o Medicamenteuze behandeling om de groei van kankercellen te vertragen of
te stoppen (bij voorkeur ‘’om te stoppen’’. Hiervoor wordt een gifstof
gebruikt
o Zorgt ervoor dat snelgroeiende cellen niet meer kunnen delen (dus werkt
vooral in op snel-delende cellen, eigenlijk hetzelfde als bij radiotherapie)
De chemotherapeutica verhinderen vaak een stap bij het kopieren dan
wel uit elkaar trekken van het DNA. Dit kunnen ze doen door te binden
op het DNA-kopieerapparaat en dat kunnen ze ook doen door te
verhinderen dat het apparaat gaat werken.
o Een van de drie pijlers in de behandeling
Dus daarnaast zijn de andere pijlers: 1. Chirurgie en 2. Radiotherapie
Er bestaat ook een 4e pijler: Targeted therapie (=
immuunotherapie). Vroeger werd dit onder chemotherapie
geschaard.
Chemotherapie:
1. Curatief
a. Hiermee wil je dat patiënt genezen wordt van de kanker.
2. Palliatief
a. Dat wil zeggen dat je zeker weet dat patiënt niet meer geneest van zijn kanker
maar dat je hoopt dat de kanker geremd zal worden en dat de klachten van
de patiënt minder worden en de patiënt comfortabeler door het leven kan
gaan.
3. Neoadjuvant (wordt gegeven vóór een operatie met de bedoeling een tumor te
verkleinen zodat hij makkelijker weg te nemen is en om de overleving op lange
termijn te verbeteren).
, a. Dus de bedoeling van chemotherapie hierbij is om de tumor te verkleinen
zodat de operatie (weghalen van de tumor) makkelijker verloopt.
4. Adjuvant (aanvulling op curatieve behandeling)
a. Patiënt wordt eerst geopereerd en daarna wordt pas de chemotherapie
gegeven. Dit kan zowel gepland gebeuren (indien tumor bekend is met micro-
metastase) maar waarvan je wel weet dat deze er zijn. maar het kan ook
gebruikt worden wanneer je een tumor hebt weggesneden waarbij de
snijranden niet helemaal vrij zijn van de tumor, (je hebt door de tumor heen
gesneden) en een stuk tumor achtergelaten is.
Toedieningswijze:
Oraal
Intra-veneus (via infuus, via ader)
Intra-arterieel (via slagader)
Intra-peritoneaal – (via buikvlies)
Intra-thecaal – binnen hersen of ruggenmergvliezen
Topicaal – op de huid
Subcutaan – onder de huid
Intra-peritoniale toediening
Hierbij wordt een kijkoperatie in de buik
verricht. Dit is een doorsnede van een
patiënt. Via de voeten wordt naar boven
gekeken. Er wordt een gat in de buikwand
gemaakt zodat er gekeken kan worden en
via een ander gat wordt er via het
buikslijmvlies chemotherapeutica
toegediend.
Intra-thecale toediening
Toediening om de bloed-hersen barrière te
omzeilen. Tussen de bloedsomloop en de
hersenen zit de bloed-hersen barriere.
Langs die barriere kunnen heel veel stoffen
niet langs. Met name medicatie kan daar
niet langs. Er zijn weinig medicamenten die
effect kunnen hebben op de hersenen of
het ruggenmerg. Zeker bij
chemotherapeutica gaat dit moeizaam
omdat dit grote moleculen zijn.