Cariologie werkcollege 3
1. Steeds meer mensen worden ouder met hun eigen tanden en kiezen, daardoor zal n
caries prevalentie:
a. Stijgen
2. Wat betekent ICCMS?
a. The international Caries Classification and Management System. Het is een
classificatiesysteem die cariës wil voorkomen en de behandeling wil
verbeteren
3. Na hoeveel tijd verandert een cariësrisico van een patiënt van een hoog naar een
laag risico?
a. Dit hangt af van de cariës activiteit en vele factoren die hierbij een rol spelen
zoals het tandplaque, voeding en speeksel. de risico's en beschermende
factoren moeten tegen elkaar afgewogen worden. Ook moeten de mogelijke
risico's op toekomstige laesies ingeschat worden met behulp van het
onderzoek. Bij een laag risico zijn de risicofactoren afwezig en er is ook geen
actieve cariës zichtbaar. Risicofactoren zijn: onvoldoende mondhygiëne,
tekort aan speeksel, dieët suikerhoudend/medicijn- of drugsgebruik, fluoride
tekort,
4. Hoe meet je het cariësrisico tijdens een PMO:
a. Nagaan of de patiënt de basisadviezen van het Ivoren Kruis opvolgt; gebruik
van fluoride tandpasta, correcte mondhygiëne en dieet. Medische anamnese
afnemen met aandacht voor; hyposalivatie, medicinaal, bestralingen.
Sociale/gedrag anamnese. Klinisch wordt er gekeken naar: recent actieve
cariës gehad, aanwezigheid van actieve cariës, veel plaque in combinatie met
slechte mondhygiëne, verminderde speekselvloed, PRS (pulpa involvement
root sepsis). Alle bovenstaande informatie dient met elkaar opgewogen te
worden om tot het cariësrisico te komen. Hiervoor kan je ook gebruik maken
van Ivoren Kruis of NOCTP
5. Wanneer verandert het terugkom termijn voor een PMO n.a.v. een veranderd
cariësrisico?
a. na 6 maanden minder cariësrisico
b. na 1,5 jaar minder cariësrisico
c. na 2 jaar minder cariësrisico
6. Wat voor invloed heeft dat op de behandeling?
a. Indien de cariësrisico verlaagd is zal de behandeling meer gericht zijn op de
basis preventie zoals voorlichting/instructie, complimenteren en monitoren.
Geen aanvullende preventieve maatregelen.
7. Is de (preventieve) behandeling van patiënten in dezelfde groep altijd hetzelfde?
Waarom wel/niet?
a. Nee, per individu wordt bepaald voor welke interventie er gekozen wordt.
Afhankelijk van bv. de risicofactoren, anamneses en mondonderzoek
, 8. Bepaal de cariës activiteit bij b:
a. Actief
9. Bepaal de caries
activiteit cervicaal bij
de 13
a. inactief
10. waar bevindt zich een
wortelcariësprobleem
op bijgevoegde bw?
a. 47m, 45d, 45m
11. Wat betekend multimorbiditeit?
a. De aanwezigheid van twee of meer chronische aandoeningen waarbij de ene
aandoening niet méér centraal staat dan een andere.
12. Een plotselinge gebeurtenis kan de smaakbeleving veranderen. Geef 3 voorbeelden
van een dergelijke gebeurtenis.
a. Medicatie (kan invloed hebben op speeksel)
b. Chemotherapie
c. Voedingstekort
d. Reukverandering
e. Systematische aandoeningen (bv. diabetes melitis)
https://www.todaysrdh.com/taste-disorders-what-dental-hygienists-need-to-
know-to-help-patients/
13. Wat is een opvallend advies in het stukje physical characteristics of caries in elderly
mouth en waarom?
a. Let meer op de zachtheid van de laesie dan de kleur van de laesie bij oudere
patiënten om de cariës activiteit te beoordelen
1. Steeds meer mensen worden ouder met hun eigen tanden en kiezen, daardoor zal n
caries prevalentie:
a. Stijgen
2. Wat betekent ICCMS?
a. The international Caries Classification and Management System. Het is een
classificatiesysteem die cariës wil voorkomen en de behandeling wil
verbeteren
3. Na hoeveel tijd verandert een cariësrisico van een patiënt van een hoog naar een
laag risico?
a. Dit hangt af van de cariës activiteit en vele factoren die hierbij een rol spelen
zoals het tandplaque, voeding en speeksel. de risico's en beschermende
factoren moeten tegen elkaar afgewogen worden. Ook moeten de mogelijke
risico's op toekomstige laesies ingeschat worden met behulp van het
onderzoek. Bij een laag risico zijn de risicofactoren afwezig en er is ook geen
actieve cariës zichtbaar. Risicofactoren zijn: onvoldoende mondhygiëne,
tekort aan speeksel, dieët suikerhoudend/medicijn- of drugsgebruik, fluoride
tekort,
4. Hoe meet je het cariësrisico tijdens een PMO:
a. Nagaan of de patiënt de basisadviezen van het Ivoren Kruis opvolgt; gebruik
van fluoride tandpasta, correcte mondhygiëne en dieet. Medische anamnese
afnemen met aandacht voor; hyposalivatie, medicinaal, bestralingen.
Sociale/gedrag anamnese. Klinisch wordt er gekeken naar: recent actieve
cariës gehad, aanwezigheid van actieve cariës, veel plaque in combinatie met
slechte mondhygiëne, verminderde speekselvloed, PRS (pulpa involvement
root sepsis). Alle bovenstaande informatie dient met elkaar opgewogen te
worden om tot het cariësrisico te komen. Hiervoor kan je ook gebruik maken
van Ivoren Kruis of NOCTP
5. Wanneer verandert het terugkom termijn voor een PMO n.a.v. een veranderd
cariësrisico?
a. na 6 maanden minder cariësrisico
b. na 1,5 jaar minder cariësrisico
c. na 2 jaar minder cariësrisico
6. Wat voor invloed heeft dat op de behandeling?
a. Indien de cariësrisico verlaagd is zal de behandeling meer gericht zijn op de
basis preventie zoals voorlichting/instructie, complimenteren en monitoren.
Geen aanvullende preventieve maatregelen.
7. Is de (preventieve) behandeling van patiënten in dezelfde groep altijd hetzelfde?
Waarom wel/niet?
a. Nee, per individu wordt bepaald voor welke interventie er gekozen wordt.
Afhankelijk van bv. de risicofactoren, anamneses en mondonderzoek
, 8. Bepaal de cariës activiteit bij b:
a. Actief
9. Bepaal de caries
activiteit cervicaal bij
de 13
a. inactief
10. waar bevindt zich een
wortelcariësprobleem
op bijgevoegde bw?
a. 47m, 45d, 45m
11. Wat betekend multimorbiditeit?
a. De aanwezigheid van twee of meer chronische aandoeningen waarbij de ene
aandoening niet méér centraal staat dan een andere.
12. Een plotselinge gebeurtenis kan de smaakbeleving veranderen. Geef 3 voorbeelden
van een dergelijke gebeurtenis.
a. Medicatie (kan invloed hebben op speeksel)
b. Chemotherapie
c. Voedingstekort
d. Reukverandering
e. Systematische aandoeningen (bv. diabetes melitis)
https://www.todaysrdh.com/taste-disorders-what-dental-hygienists-need-to-
know-to-help-patients/
13. Wat is een opvallend advies in het stukje physical characteristics of caries in elderly
mouth en waarom?
a. Let meer op de zachtheid van de laesie dan de kleur van de laesie bij oudere
patiënten om de cariës activiteit te beoordelen