Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: basisprincipes van de economie ................................................................................................. 2
Hoofdstuk 2: denken als een economist .......................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3: Vraag en aanbod ........................................................................................................................ 8
Hoofdstuk 4: Elasticiteit ................................................................................................................................ 12
Hoofdstuk 5: overheidstussenkomst en marktwerking.................................................................................. 17
Hoofdstuk 6: consumenten- en producentensurplus ..................................................................................... 22
Hoofdstuk 7: Externaliteiten ......................................................................................................................... 24
Hoofdstuk 8: Publieke goederen en gemeenschappelijke hulpbronnen ......................................................... 28
Hoofdstuk 9: het belastingsysteem ............................................................................................................... 31
Hoofdstuk 10: productiekosten ..................................................................................................................... 35
Hoofdstuk 11: Volmaakte concurrentie ......................................................................................................... 40
Hoofdstuk 12: Monopolie ............................................................................................................................. 44
Hoofdstuk 13: Oligopolie .............................................................................................................................. 48
Hoofdstuk 14: monopolistische concurrentie ................................................................................................ 52
Hoofdstuk 15: Berekening van het nationaal inkomen .................................................................................. 55
Hoofdstuk 16: Economische indicatoren en prijsverandering ........................................................................ 59
Hoofdstuk 17: productie en groei .................................................................................................................. 63
Hoofdstuk 18: Sparen, investeren en het financieel systeem......................................................................... 67
Hoofdstuk 19: Werkloosheid......................................................................................................................... 72
Hoofdstuk 20: het monetaire systeem .......................................................................................................... 76
Hoofdstuk 21: geldgroei en inflatie ............................................................................................................... 82
Hoofdstuk 22: Analyse van open economieën: basisprincipes ....................................................................... 87
DEEL 1: De voordelen en de beperkingen van internationale handel ............................................................ 87
DEEL 2: De betalingsbalans en de wisselmarkt ............................................................................................... 90
Hoofdstuk 23: Macro-economische theorie van de OPEN economie ............................................................. 95
,Hoofdstuk 1: basisprincipes van de economie
Economie
= afgeleid van het Grieks voor “iemand die een huishouden heeft”
= de studie van de manier waarop een samenleving haar schaarse middelen beheert
Schaarsheid
= de samenleving heeft beperkte middelen en dat zij daarom niet alle goederen en diensten kan
produceren die de maatschappij wenst
Economische modellen
= economen gebruiken modellen om de realiteit te vereenvoudigen zodanig dat deze beter
begrijpbaar wordt
De economische kringloop
= een eevoudige manier om de economische transacties tussen gezinnen en ondernemingen voor te
stellen
2
,De basisprincipes van de Economie
Keuzes maken en de kost ervan
- Mensen worden geconfronteerd met trade-offs
- De kost van iets is wat je ervoor opgeeft
- Rationele mensen denken in marginale termen
De wisselwerking tussen de verschillende economische agenten
- Mensen reageren op stimulansen
- Markten zijn meestal een goede manier om economische activiteit te organiseren
- Overheden kunnen in bepaalde gevallen de marktsituatie verbeteren
(1) Mensen worden geconfronteerd met trade-offs
• Reis versus nieuwe wagen
“ de meeste dingen in het leven zijn niet gratis!” • Ontspanning versus werken
(inkomen)
Om een goed/dienst te verwerven geven we iets op
• Defensieuitgaven versus
è Om beslissingne te nemen dient men belangen ten
culturele uitgaven
opzichte van elkaar af te wegen • Efficiëntie versus bilijkheid
Effiiciëntie
= slaat op wat de samenleving maximaal kan halen uit haar schaarse middelen
Billijkheid
= betekent dat de voordelen van die middelen fair verdeeld worden onder de leden van de
samenleving
(2) De kost van iets is wat je ervoor opgeeft • Last minute vakanties: de
touroperator wordt
Voor het nemen van beslissingen dien je de kosten en geconfonteerd met de
opbrengsten van verschillende alternatieven te vergelijken beslissing om de prijs te
verlagen of het risico te nemen
Opportuniteitskost de vakanties niet te verkopen
= de opportuniteitskost van iets is wat je ervoor opgeedt om
• Beslissing om te studeren of te
het goed te verwerven
werken
De productiemogelijkheidscurve
= De grafische voorstelling van de verschillende mogelijke outputcombinaties gegeven een bepaalde
productietechnologie en de totale hoeveelheid beschikbare productiefactoren
Minder productie van
een ander meer
productie van het
andere
Wrm afgebogen?
Naar mate we meer
focussen op 1 goed
moeten we meer
opgeven van de andere
3
, Basisconcepten die worden geïllustreerd aan de hand van de productievitetiscurve (!)
- Schaarste
- Efficiëntie
- Trade-off
- Opportuniteitskost
- Economische groei
(3) Rationele mensen denk in marginale termen
Marginalen veranderingen
= zijn beperkte aanpassingen rond de grenzen van wat je aan het doen bent
è Mensen maken beslissingen door de marginale wijzigingen in kosten en opbrengsten met
elkaar te vergelijken
(4) Mensen reageren op stimulanen
Marginale veranderingen in kosten of opbrengsten motiveert de mensne om te regeren
• Toename van sluikstorten ten gevolge van een verhoging van de
gemeentelijke afvalbelasting
• Toename van de kostprijs van een woning in Brussel --> stijgende vraag
naar woningen in de Rand
• Verstrengen van de geluidsnormen in Brussel --> verandering van de
vluchtroutes van de vliegtuigen die Zaventem aandoen
(5) Markten zijn meestal een goede manier om de economische activiteit te organiseren
In een markteconomie, beslissen:
- Gezinnen voor welke onderneming ze werken en wat ze kopen
- Ondernemingen wie ze aanwerven en wat ze produceren
Adam Smith stelde vast dat wisselwerking tussen gezinnen en ondernemingen geleid wordt
naar de gewenste marktsituatie door een “onzichtbare hand”
4
Hoofdstuk 1: basisprincipes van de economie ................................................................................................. 2
Hoofdstuk 2: denken als een economist .......................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3: Vraag en aanbod ........................................................................................................................ 8
Hoofdstuk 4: Elasticiteit ................................................................................................................................ 12
Hoofdstuk 5: overheidstussenkomst en marktwerking.................................................................................. 17
Hoofdstuk 6: consumenten- en producentensurplus ..................................................................................... 22
Hoofdstuk 7: Externaliteiten ......................................................................................................................... 24
Hoofdstuk 8: Publieke goederen en gemeenschappelijke hulpbronnen ......................................................... 28
Hoofdstuk 9: het belastingsysteem ............................................................................................................... 31
Hoofdstuk 10: productiekosten ..................................................................................................................... 35
Hoofdstuk 11: Volmaakte concurrentie ......................................................................................................... 40
Hoofdstuk 12: Monopolie ............................................................................................................................. 44
Hoofdstuk 13: Oligopolie .............................................................................................................................. 48
Hoofdstuk 14: monopolistische concurrentie ................................................................................................ 52
Hoofdstuk 15: Berekening van het nationaal inkomen .................................................................................. 55
Hoofdstuk 16: Economische indicatoren en prijsverandering ........................................................................ 59
Hoofdstuk 17: productie en groei .................................................................................................................. 63
Hoofdstuk 18: Sparen, investeren en het financieel systeem......................................................................... 67
Hoofdstuk 19: Werkloosheid......................................................................................................................... 72
Hoofdstuk 20: het monetaire systeem .......................................................................................................... 76
Hoofdstuk 21: geldgroei en inflatie ............................................................................................................... 82
Hoofdstuk 22: Analyse van open economieën: basisprincipes ....................................................................... 87
DEEL 1: De voordelen en de beperkingen van internationale handel ............................................................ 87
DEEL 2: De betalingsbalans en de wisselmarkt ............................................................................................... 90
Hoofdstuk 23: Macro-economische theorie van de OPEN economie ............................................................. 95
,Hoofdstuk 1: basisprincipes van de economie
Economie
= afgeleid van het Grieks voor “iemand die een huishouden heeft”
= de studie van de manier waarop een samenleving haar schaarse middelen beheert
Schaarsheid
= de samenleving heeft beperkte middelen en dat zij daarom niet alle goederen en diensten kan
produceren die de maatschappij wenst
Economische modellen
= economen gebruiken modellen om de realiteit te vereenvoudigen zodanig dat deze beter
begrijpbaar wordt
De economische kringloop
= een eevoudige manier om de economische transacties tussen gezinnen en ondernemingen voor te
stellen
2
,De basisprincipes van de Economie
Keuzes maken en de kost ervan
- Mensen worden geconfronteerd met trade-offs
- De kost van iets is wat je ervoor opgeeft
- Rationele mensen denken in marginale termen
De wisselwerking tussen de verschillende economische agenten
- Mensen reageren op stimulansen
- Markten zijn meestal een goede manier om economische activiteit te organiseren
- Overheden kunnen in bepaalde gevallen de marktsituatie verbeteren
(1) Mensen worden geconfronteerd met trade-offs
• Reis versus nieuwe wagen
“ de meeste dingen in het leven zijn niet gratis!” • Ontspanning versus werken
(inkomen)
Om een goed/dienst te verwerven geven we iets op
• Defensieuitgaven versus
è Om beslissingne te nemen dient men belangen ten
culturele uitgaven
opzichte van elkaar af te wegen • Efficiëntie versus bilijkheid
Effiiciëntie
= slaat op wat de samenleving maximaal kan halen uit haar schaarse middelen
Billijkheid
= betekent dat de voordelen van die middelen fair verdeeld worden onder de leden van de
samenleving
(2) De kost van iets is wat je ervoor opgeeft • Last minute vakanties: de
touroperator wordt
Voor het nemen van beslissingen dien je de kosten en geconfonteerd met de
opbrengsten van verschillende alternatieven te vergelijken beslissing om de prijs te
verlagen of het risico te nemen
Opportuniteitskost de vakanties niet te verkopen
= de opportuniteitskost van iets is wat je ervoor opgeedt om
• Beslissing om te studeren of te
het goed te verwerven
werken
De productiemogelijkheidscurve
= De grafische voorstelling van de verschillende mogelijke outputcombinaties gegeven een bepaalde
productietechnologie en de totale hoeveelheid beschikbare productiefactoren
Minder productie van
een ander meer
productie van het
andere
Wrm afgebogen?
Naar mate we meer
focussen op 1 goed
moeten we meer
opgeven van de andere
3
, Basisconcepten die worden geïllustreerd aan de hand van de productievitetiscurve (!)
- Schaarste
- Efficiëntie
- Trade-off
- Opportuniteitskost
- Economische groei
(3) Rationele mensen denk in marginale termen
Marginalen veranderingen
= zijn beperkte aanpassingen rond de grenzen van wat je aan het doen bent
è Mensen maken beslissingen door de marginale wijzigingen in kosten en opbrengsten met
elkaar te vergelijken
(4) Mensen reageren op stimulanen
Marginale veranderingen in kosten of opbrengsten motiveert de mensne om te regeren
• Toename van sluikstorten ten gevolge van een verhoging van de
gemeentelijke afvalbelasting
• Toename van de kostprijs van een woning in Brussel --> stijgende vraag
naar woningen in de Rand
• Verstrengen van de geluidsnormen in Brussel --> verandering van de
vluchtroutes van de vliegtuigen die Zaventem aandoen
(5) Markten zijn meestal een goede manier om de economische activiteit te organiseren
In een markteconomie, beslissen:
- Gezinnen voor welke onderneming ze werken en wat ze kopen
- Ondernemingen wie ze aanwerven en wat ze produceren
Adam Smith stelde vast dat wisselwerking tussen gezinnen en ondernemingen geleid wordt
naar de gewenste marktsituatie door een “onzichtbare hand”
4