Module 8 korte samenvatting + 10 nieuwe examenvragen
mét oplossing!
Taal op school
- vaktermen
- algemene schooltaalwoorden
- complexe samengestelde zien
- impliciete verbanden (gevaar Willingham)
Cummins: schooltaal en thuistaal is een continuüm dat bepaald wordt door 2 dimensies
1) inbedding taal in concrete context
2) aantal cognitieve handelingen die moeten worden uitgevoerd om boodschap te
begrijpen of produceren
Sterke samenhang taalprestaties en andere schoolprestaties (wiskunde)
Baker: 2j voor informele taal te leren, 5 tot 8 voor abstracte schooltaalvariëteit
taalbeleid: structureel (alle leerkrachten) strategisch (planmatig te werk gaan)
1) taalvaardigheidsonderwijs: maatregelen in alle vakken (door alle leden van
schoolteam)
1) impliciet en expliciet leren.
1) impliciet: onbewust, buiten schoolcontext, mondeling -> niet talige doelen
2) expliciet: informatie geven over taal, bewuste poging, patroonherkenning en
woordenschatverwerking gevoelig versnellen,
2) Herelixka en verhulst: beginnend studenten: gebrek en samenhang en
structuur. worstelen met kiezen van juiste taalregisgter; te formeel/informeel,
respecteren genreconventies, spelling nog oké.
3) Bonset: spellingscorrectheid niet alleen vaardigheid, ook attitude!
4) interactieve werkvormen, feedback op schrijfopdrachten, debatten en
ondersteunen bij begrijpen van teksten —> taalontwikkelend lesgeven =
language across the curriculum
2) Nederlands als instructietaal: onderwijstaal toegankelijk maken
1) = taalgericht onderwijs = taalsensitief. HAJER
1) contextualisering: betekenisvolle context of ervaringen/waarnemeingen,
voorbeelden
r
mét oplossing!
Taal op school
- vaktermen
- algemene schooltaalwoorden
- complexe samengestelde zien
- impliciete verbanden (gevaar Willingham)
Cummins: schooltaal en thuistaal is een continuüm dat bepaald wordt door 2 dimensies
1) inbedding taal in concrete context
2) aantal cognitieve handelingen die moeten worden uitgevoerd om boodschap te
begrijpen of produceren
Sterke samenhang taalprestaties en andere schoolprestaties (wiskunde)
Baker: 2j voor informele taal te leren, 5 tot 8 voor abstracte schooltaalvariëteit
taalbeleid: structureel (alle leerkrachten) strategisch (planmatig te werk gaan)
1) taalvaardigheidsonderwijs: maatregelen in alle vakken (door alle leden van
schoolteam)
1) impliciet en expliciet leren.
1) impliciet: onbewust, buiten schoolcontext, mondeling -> niet talige doelen
2) expliciet: informatie geven over taal, bewuste poging, patroonherkenning en
woordenschatverwerking gevoelig versnellen,
2) Herelixka en verhulst: beginnend studenten: gebrek en samenhang en
structuur. worstelen met kiezen van juiste taalregisgter; te formeel/informeel,
respecteren genreconventies, spelling nog oké.
3) Bonset: spellingscorrectheid niet alleen vaardigheid, ook attitude!
4) interactieve werkvormen, feedback op schrijfopdrachten, debatten en
ondersteunen bij begrijpen van teksten —> taalontwikkelend lesgeven =
language across the curriculum
2) Nederlands als instructietaal: onderwijstaal toegankelijk maken
1) = taalgericht onderwijs = taalsensitief. HAJER
1) contextualisering: betekenisvolle context of ervaringen/waarnemeingen,
voorbeelden
r