PATHOFYSIOLOGIE II: 1e Bachelor Farmaceutische Wetenschappen
2020 - 2021
HOOFDSTUK I: HET LOCOMOTORISCH STELSEL
1. Het skelet
2. Skeletspieren
3. Ligamentaire structuren
HOOFDSTUK II: DERMATOLOGIE
1. Het integument
2. Ziektebeelden
HOOFDSTUK III: HEMATOLOGIE
1. Algemeen
2. Bloedplaatjes en de hemostase
3. Witte bloedcellen = leukocyten
4. Rode bloedcellen = erythrocyten
,HOOFDSTUK I: HET LOCOMOTORISCH STELSEL
1. Het skelet
1.1. Basisbegrippen anatomie en gewrichtsbeweging
Skeletonderdelen:
Vlakken en bewegingen:
- Frontale (breedte) -> ventrodorsale as
Abductie = weg van middellijn
Adductie = naar middellijn toe
- Sagittale (diepte) -> laterolaterale as
Flexie = buigen : hoek kleiner
Extensie = strekken : hoek groter
- Transversale (horizontale) -> craniocaudale as
Endorotatie = interne rotatie voorzijde naar binnen = inwendige rotatie
Exorotatie = externe rotatie voorzijde naar buiten = uitwendige rotatie
,- Circumductie = in cirkelbeweging
- Pronatie = onderarm naar binnen, enkelgewricht naar buiten
- Supinatie = onderarm naar buiten, enkelgewricht naar binnen
1.2. Functies van de skeletelementen
Componenten botweefsel
- 60% anorganische kristallen : calciumzouten (mineralen) hard, onelastisch
- 30% organische : collageenvezels
- 10% water
- Vatensysteem : doorbloeding voedings- + afvalstoffen
- Blijft metabool actief, voortdurende remodellering
Functies botten
1. Dragend : tegen FZ + staande houden
2. Beschermend bv. thorax, schedel, wervelkolom
3. Vormgevend bv. thorax, bekken, schouders, schedel
4. Aanhechtingsplaats spieren en ligamenten : beweging + stabiel
5. Producerend : vorming bloedcellen in beenmerg
6. Opslag calcium en fosfaten
, 1.3. Metabolisme van calcium
Rol calcium
* Spiercontractie ! hartspier
* Bloedstolling
* Functioneren enzymen
* Zenuwimpulsen, prikkelbaarheid
Bot: fysiologische prikkels
Belasting buig- en rotatiekrachten in diafyse
vervorming vezelnet in epifysen
Ontlasting
Afwisseling: mineraalgehalte + stabiliteit, hormonen, vitaminen en voeding
1.3.1. Huishouding van calcium
Belastingsprikkels
buigkrachten in bot
Δ collagene netwerk + grondsubstantie
Δ elektrische spanning = piëzo-elektrisch effect
* Aantal negatieve deeltjes : botafbraak < osteoclasten
* Aantal negatieve deeltjes : botopbouw < osteoblasten
belasting verhoogt stabiliteit + mineralisering
Vitaminen en hormonen
Calcium vnl. in skelet, geïoniseerd + niet-geïoniseerd
* Geïoniseerd o.a. aan EW in bloed : via voeding bot of via stoelgang/urine
Enkel deze gebruikt:
< Vitamine D hormoon : opname Ca uit voeding/bot bloed
< Calcitonine : opslag Ca in bot
< Parathormoon : Ca uit bot en resorptie Ca uit voorurine
* Calciëmie = concentratie geïoniseerd Ca in plasma
Hypocalciëmie destabilisatie Em vnl. motorneuronen onwillekeurige contracties
skeletspieren
1.3.2. Regeling van plasma Ca2+ -spiegels
A) Parathormoon
Vorming in bijschildklier (4 kliertjes)
Cellen gevoelig voor Δ calciëmie
Daling secretie parathormoon
Invloed parathormoon
1. Stimulatie osteocyten : afgifte Ca en fosfaten osteoclasten : botafbraak Ca
2. Remmen osteoblasten Ca uit botten (demineralisatie)
3. Verhoogde resorptie Ca uit voorurine niet te veel Ca uitgescheiden via urine
4. Stimulatie synthese 1,25-dihydroxy-vitamine D in nieren
2020 - 2021
HOOFDSTUK I: HET LOCOMOTORISCH STELSEL
1. Het skelet
2. Skeletspieren
3. Ligamentaire structuren
HOOFDSTUK II: DERMATOLOGIE
1. Het integument
2. Ziektebeelden
HOOFDSTUK III: HEMATOLOGIE
1. Algemeen
2. Bloedplaatjes en de hemostase
3. Witte bloedcellen = leukocyten
4. Rode bloedcellen = erythrocyten
,HOOFDSTUK I: HET LOCOMOTORISCH STELSEL
1. Het skelet
1.1. Basisbegrippen anatomie en gewrichtsbeweging
Skeletonderdelen:
Vlakken en bewegingen:
- Frontale (breedte) -> ventrodorsale as
Abductie = weg van middellijn
Adductie = naar middellijn toe
- Sagittale (diepte) -> laterolaterale as
Flexie = buigen : hoek kleiner
Extensie = strekken : hoek groter
- Transversale (horizontale) -> craniocaudale as
Endorotatie = interne rotatie voorzijde naar binnen = inwendige rotatie
Exorotatie = externe rotatie voorzijde naar buiten = uitwendige rotatie
,- Circumductie = in cirkelbeweging
- Pronatie = onderarm naar binnen, enkelgewricht naar buiten
- Supinatie = onderarm naar buiten, enkelgewricht naar binnen
1.2. Functies van de skeletelementen
Componenten botweefsel
- 60% anorganische kristallen : calciumzouten (mineralen) hard, onelastisch
- 30% organische : collageenvezels
- 10% water
- Vatensysteem : doorbloeding voedings- + afvalstoffen
- Blijft metabool actief, voortdurende remodellering
Functies botten
1. Dragend : tegen FZ + staande houden
2. Beschermend bv. thorax, schedel, wervelkolom
3. Vormgevend bv. thorax, bekken, schouders, schedel
4. Aanhechtingsplaats spieren en ligamenten : beweging + stabiel
5. Producerend : vorming bloedcellen in beenmerg
6. Opslag calcium en fosfaten
, 1.3. Metabolisme van calcium
Rol calcium
* Spiercontractie ! hartspier
* Bloedstolling
* Functioneren enzymen
* Zenuwimpulsen, prikkelbaarheid
Bot: fysiologische prikkels
Belasting buig- en rotatiekrachten in diafyse
vervorming vezelnet in epifysen
Ontlasting
Afwisseling: mineraalgehalte + stabiliteit, hormonen, vitaminen en voeding
1.3.1. Huishouding van calcium
Belastingsprikkels
buigkrachten in bot
Δ collagene netwerk + grondsubstantie
Δ elektrische spanning = piëzo-elektrisch effect
* Aantal negatieve deeltjes : botafbraak < osteoclasten
* Aantal negatieve deeltjes : botopbouw < osteoblasten
belasting verhoogt stabiliteit + mineralisering
Vitaminen en hormonen
Calcium vnl. in skelet, geïoniseerd + niet-geïoniseerd
* Geïoniseerd o.a. aan EW in bloed : via voeding bot of via stoelgang/urine
Enkel deze gebruikt:
< Vitamine D hormoon : opname Ca uit voeding/bot bloed
< Calcitonine : opslag Ca in bot
< Parathormoon : Ca uit bot en resorptie Ca uit voorurine
* Calciëmie = concentratie geïoniseerd Ca in plasma
Hypocalciëmie destabilisatie Em vnl. motorneuronen onwillekeurige contracties
skeletspieren
1.3.2. Regeling van plasma Ca2+ -spiegels
A) Parathormoon
Vorming in bijschildklier (4 kliertjes)
Cellen gevoelig voor Δ calciëmie
Daling secretie parathormoon
Invloed parathormoon
1. Stimulatie osteocyten : afgifte Ca en fosfaten osteoclasten : botafbraak Ca
2. Remmen osteoblasten Ca uit botten (demineralisatie)
3. Verhoogde resorptie Ca uit voorurine niet te veel Ca uitgescheiden via urine
4. Stimulatie synthese 1,25-dihydroxy-vitamine D in nieren