Hoorcollege 1: Hoofdstuk 1
1.1 Psychologie als
wetenschap Definitie van
psychologie:
- De wetenschappelijke studie van:
o Mentale processen
o Brein
o Gedrag
Psychologie is overal
Waarom is wetenschappelijke, psychologische kennis meer dan wat ‘iedereen eigenlijk wel
weet’?
- Objectief
- Consistent
- Repliceerbaar
Belang van kritisch denken, een voorbeeld:
- Waarom hebben dyslectici moeite met het herkennen van stemmen?
1.2 Grondslagen van de
psychologie ‘Tegenstellingen’:
- Nature-Nurture (Nativisme-Empiricisme)
- Introspectie-Gedrag (Structuralisme-Behaviorisme)
- ‘Mind-body’ (Functionalisme-Reductionisme
Andere benaderingen
- Psychoanalyse
- Gestaltpsychologie -> Het geheel is niet de som van de delen
1.3 Recente ontwikkelingen
Biologie:
- Evolutie
- Genetica
- Neurale basis van mentale processen
- Wisselwerking van hersendelen
Niveaus van analyse (‘Levels of
analysis’)
- Elementaire deeltjes
- Atomen
- Moleculen
Niveaus van analyse: Het geheel is niet de som van de delen
- Sociale groepen Hogere cognitieve processen van bewustzijn, culturele evolutie
- Organismen
- Cellen Doelgericht gedrag
- Moleculen Zelf-reproductie
Analyseniveaus: een voorbeeld
- Het Williams-Beuren syndrome, toegelicht door Oliver Sacks
(Autisme) Hoe hangen niveaus van analyse met ekaar samen?
- Als delen samengaan, krijgen de gehelen nieuwe eigenschappen
, - Neuronen hebben geen bewustzijn, 60 miljard neuronen wel
Om het geheel te begrijpen moet men de delen kennen, en om de delen te begrijpen moet
men het geheel kennen. -> Blaise Pascal
Hoorcollege 2: Hoofdstuk 3
Centrale zenuwstelsel: Het systeem dat cognitie en gedrag aanstuurt
Somatisch zenuwstelsel: Tussen lichaam en CZS ‘spieren aansturen’ ‘sensorische informatie
doorgeven’
Autonoom zenuwstelsel: Al het andere: communicatie met organen, ‘onvrijwillige’ beweging;
hart, longen, pupilreflex
Neuronen: de bouwstenen van het
zenuwstelsel Glia-cellen zitten tussen neuronen
Neuronen geven informatie door:
- Elektriciteit
o Neuronen hebben een potentiaal (spanning)
o Neuronen kunnen ‘vuren’
▪ Snelle verandering van spanning: spikes
- Chemie
o Stoffen (ionen) beïnvloeden de potentiaal
o Bij een ‘spike’ geeft een cel zelf ionen af in de synaps
o Celmembraan laat sommige ionen soms wel/niet door
▪ Elektrische ionkanalen
▪ Chemische ionkanalen
o Andere stoffen kunnen communicatie helpen of
blokkeren De onderdelen van een neuron
,Dendrieten: Verzamelen de signalen van andere neuronen. Hierdoor verandert de
‘membraanpotentiaal’
Cellichaam: Het dikste stuk neuron. Hier wordt RNA gemaakt om de nodige stoffen voor
communicatie te maken.
Axon: Genereert een ‘spike’ in de potentiaal. Deze reist het hele axon af naar de uiteinden.
Myeline/knopen van Ranvier: Zorgen dat de spike lange afstanden kan afleggen zonder uit te
doven. Myeline (o.a van gliacellen) is isolatiemateriaal; in de knopen wordt de spike opnieuw
‘gevoed’
Synaps: Waar de spike aankomt, en een effect heeft op de dendrieten van het ontvangende
neuron.
Membraanpotentiaal, ionkanalen & rustpotentiaal:
- Natrium-kaliumpomp
o Kanaal in het membraan
o 3 Na + eruit, 2 K + erin
- Lek-kanalen
o Staan open, laten ionen er weer in
- Balans
o Rustpotentiaal
Membraanpotentiaal, actiepotentialen (spikes)
- Input
o Als er input komt openen Na+ kanalen: depolarisatie
- Verschillende elektrische kanalen
o Nog meer Na+ erin -> spike
o K+ eruit -> repolarisatie
- Dit proces schiet door: hyperpolarisatie
Actiepotentiaal wordt gegenereerd op de ‘Axon-hiel’ (axon hillock)
Het proces herhaalt zich in de Knopen van Ranvier
, Multiple sclerose (MS)
Membraanpotentiaal & de synaps:
- In het Axon-uiteinde maakt een neuron neurotransmitter
o Zitten in blaasjes klaar tegen het membraan
o Gelost bij een actiepotentiaal
- Neurotransmitter bindt aan receptoren
o Na+ kanalen? -> excitatie/nieuwe actiepotentiaal
o CI- kanalen? -> inhibitie
o Leerprocessen
Neuronen geven informatie
door
- Een neuron genereert actiepotentialen
- Dit heeft een effect in de synaps
o (Soms: elektrische synaps, direct doorgeven van ionen)
o Meestal: Het vrijgeven van neurotransmitter
▪ Verschillende neuronen hebben verschillende typen
neurotransmitter, met verschillende effecten.
• Input voor een nieuwe actiepotentialen ->Glumate +, GABA –
• Leerprocessen? -> AMPA
- Medicatie: stimuleer of beperk de overdracht van neurotransmitter -> vaak globaal!