3.1. Verschillende visies, Persoonlijkheid en denkkaders + Achtergrond
3.1.1 Wat is persoonlijkheid ?
• Wat is kenmerkend voor jou ?
• Stabiel over de tijd
• Nature - nurture ? verschillende invullingen bij de verschillende stromingen
3.1.2 Denkkaders
Er worden voor iedere
stroming paradigma’s
voorop gesteld.
Paradigma’s zijn
basisaannames voor
dingen. (waar iedereen van
uit gaat)
Begrippen hier zijn
paradigma’s
3.1.3 Opsomming van mensbeelden
Begrip Kenmerk
Mensbeeld kan nog
uitgediept worden.
Mechanistisch Mens als machine (geheel is gelijk ad som van de delen)
lineair causaal denken
Organistisch Mens staat in constante wisselwerking met zijn omgeving
(geheel is MEER dan de som vd delen) circulair-causaal
Personalistisch Mens geeft zelf betekenis (eigen visie staat centraal + creëert zelf betekenis)
doelgericht en actief op zoek naar een betere toekomst
Lineair-causaal ( 1 oorzaak heeft 1 gevolg) versus circulair-causaal ( je kan oorzaak- gevolg niet uit elkaar halen
oorzaak kan meerdere gevolgen hebben en omgekeerd)
3.1.4 Visies versus KOP
1
Counselen: les 3
, • K = O X P (wat klachten in stand houdt en wat klachten veroorzaakt,…)
• Klachten = Omstandigheden x persoonskenmerken (copingsstijl).
3.1.5 Achtergrond
= Reactie tegen het MODERNISME en POSITIVISME
Modernisme: positivisme
1. Begon bij verlichting
2. Bevrijding tirannie bijgeloof en geloof
3. Als wordt bepaald door wetenschap en rede
4. Assumpties (aannames)
• Er bestaat één wereld
• Met universele wetten
• Die door systematische studie kan worden ontdekt (van buitenaf)
• Menselijke perceptie is waarheidsgetrouwe reflectie
• (Wetenschappelijke) taal geeft accurate weergave
De wereld kan van buitenaf gekend worden
Er is 1 geldende Waarheid
3.1.6 Postmodernisme
1. De wereld is minder éénduidig en geordend dan vanuit modernistisch perspectief
2. Het is niet mogelijk om universele wetmatigheden, principes of waarheden te ontdekken rond het mens zijn
3. Impliceert pluralisme, met de mogelijkheid tot verschillende theorieën en methoden
4. De wereld kan NIET van buitenaf gekend worden = paradigma shift
5. DE waarheid bestaat NIET
3.1.6.1 Vier belangrijke thema’s in postmodernisme
kennis is:
1. Perceptie: We zien de wereld niet zoals “het is”, maar wel als het product van onze cognitieve operaties, we
voegen betekenis toe aan onze waarneming
(context belangrijk)
kennis en tijd zijn contextgebonden = fundationlessness
2. Fragmentarisch De realiteit is geen eenheid, de focus is op het unieke. Kennis gaat over het locale het individuele,
(context belangrijk) het specifieke en is niet contextvrij.
3. Constructivistisch We construeren zelf de werkelijkheid. De wereld komt geordend en georganiseerd over omdat
we op zo’n manier functioneren.
Radicale constructivisten gaan ervan uit dat de omgeving niet nodig is om de werkelijkheid
te construeren.
4. Neopragmatisch Niet “is het waar”, wel “is het bruikbaar”. Onderzoek is belangrijk, niet om waarheid
te onthullen, wel om bruikbaarheid aan te tonen.
3.1.7 Sociaal constructionisme ( variant op het constructivisme)
2
Counselen: les 3
3.1.1 Wat is persoonlijkheid ?
• Wat is kenmerkend voor jou ?
• Stabiel over de tijd
• Nature - nurture ? verschillende invullingen bij de verschillende stromingen
3.1.2 Denkkaders
Er worden voor iedere
stroming paradigma’s
voorop gesteld.
Paradigma’s zijn
basisaannames voor
dingen. (waar iedereen van
uit gaat)
Begrippen hier zijn
paradigma’s
3.1.3 Opsomming van mensbeelden
Begrip Kenmerk
Mensbeeld kan nog
uitgediept worden.
Mechanistisch Mens als machine (geheel is gelijk ad som van de delen)
lineair causaal denken
Organistisch Mens staat in constante wisselwerking met zijn omgeving
(geheel is MEER dan de som vd delen) circulair-causaal
Personalistisch Mens geeft zelf betekenis (eigen visie staat centraal + creëert zelf betekenis)
doelgericht en actief op zoek naar een betere toekomst
Lineair-causaal ( 1 oorzaak heeft 1 gevolg) versus circulair-causaal ( je kan oorzaak- gevolg niet uit elkaar halen
oorzaak kan meerdere gevolgen hebben en omgekeerd)
3.1.4 Visies versus KOP
1
Counselen: les 3
, • K = O X P (wat klachten in stand houdt en wat klachten veroorzaakt,…)
• Klachten = Omstandigheden x persoonskenmerken (copingsstijl).
3.1.5 Achtergrond
= Reactie tegen het MODERNISME en POSITIVISME
Modernisme: positivisme
1. Begon bij verlichting
2. Bevrijding tirannie bijgeloof en geloof
3. Als wordt bepaald door wetenschap en rede
4. Assumpties (aannames)
• Er bestaat één wereld
• Met universele wetten
• Die door systematische studie kan worden ontdekt (van buitenaf)
• Menselijke perceptie is waarheidsgetrouwe reflectie
• (Wetenschappelijke) taal geeft accurate weergave
De wereld kan van buitenaf gekend worden
Er is 1 geldende Waarheid
3.1.6 Postmodernisme
1. De wereld is minder éénduidig en geordend dan vanuit modernistisch perspectief
2. Het is niet mogelijk om universele wetmatigheden, principes of waarheden te ontdekken rond het mens zijn
3. Impliceert pluralisme, met de mogelijkheid tot verschillende theorieën en methoden
4. De wereld kan NIET van buitenaf gekend worden = paradigma shift
5. DE waarheid bestaat NIET
3.1.6.1 Vier belangrijke thema’s in postmodernisme
kennis is:
1. Perceptie: We zien de wereld niet zoals “het is”, maar wel als het product van onze cognitieve operaties, we
voegen betekenis toe aan onze waarneming
(context belangrijk)
kennis en tijd zijn contextgebonden = fundationlessness
2. Fragmentarisch De realiteit is geen eenheid, de focus is op het unieke. Kennis gaat over het locale het individuele,
(context belangrijk) het specifieke en is niet contextvrij.
3. Constructivistisch We construeren zelf de werkelijkheid. De wereld komt geordend en georganiseerd over omdat
we op zo’n manier functioneren.
Radicale constructivisten gaan ervan uit dat de omgeving niet nodig is om de werkelijkheid
te construeren.
4. Neopragmatisch Niet “is het waar”, wel “is het bruikbaar”. Onderzoek is belangrijk, niet om waarheid
te onthullen, wel om bruikbaarheid aan te tonen.
3.1.7 Sociaal constructionisme ( variant op het constructivisme)
2
Counselen: les 3