Sociale filosofie en ethiek
1. De Sofisten (5e eeuw v.o.j.)
Protagoras - Relativisme
Spreuk: "De mens is de maat van alle dingen" wijst erop dat waarheid subjectief is, dat
ieder mens over de dingen een andere mening kan hebben.
"Van de dingen die zijn wat ze zijn", dus de mening van een mens over alles wat er
bestaat
"en van de dingen die niet zijn wat ze niet zijn" is wat duister, maar kan betekenen
dat ieder mens zijn eigen oordeel kan hebben over wat bestaat en niet bestaat
1.1 Sofisme
So-fis-me: drogreden = schijnreden (een reden of redenering die niet klopt, maar wel
aannemelijk lijkt)
So-fis-tisch: spitsvondig, vals redenerend
Oorspronkelijk:
'Professoren': opleiden van jongeren, gericht op praktische wijsheid
Negatieve bijklank door benadering Plato (en Socrates). Oorzaken:
Vroegen geld voor onderricht
Waren niet georganiseerd in een 'school': hun filosofie was geen manier van leven
(Associatie Socrates - Sofisten)
1.1.1 Wie?
Belangrijkste filosofen
Protagoras en (Gorgias)
Protagoras in 'Over de goden':
"Wat de goden betreft, ik ben er niet zeker van of zij bestaan of niet, noch hoe zij eruit zien;
want er zijn vele dingen die zekere kennis in de weg staan: de onbekendheid van het
onderwerp en de kortheid van het menselijk leven".
= kritisch ten opzichte van religie (agnosticus, nut?)
= belangrijkere zaken waar we ons mee moeten bezighouden (praktische invulling)
1.1.2 'Homo Mensura'
'De mens is de maat van alle dingen' (Protagoras)
= Er is geen objectieve methode bij verschillende meningen om te zeggen wie gelijk of
ongelijk heeft.
Met andere woorden:
Geen geloof in absolute waarheden; MAAR enkel relatieve waarheden
Geen geloof in objectieve waarheden; MAAR enkel in subjectieve waarheden
1
, 1.1.3 Wat is de waarheid?
Subjectivisme: ieder individu en iedere maatschappij heeft een eigen invulling van
'waarheid' (ethiek en politiek).
Relativisme: geen objectieve, maar absolute methode om 'waarheid' te bepalen.
Praktische invulling: het gaat niet om wie gelijk heeft, maar om wie gelijk krijgt.
Filosofisch accent verschuift van waarheid naar bruikbaarheid
Voorbeeld: Gorgias had als doel 'de zwakke uitspraak sterk te maken'
Heb je dan altijd gelijk, wat je ook zegt?
1.1.4 Centrale thema's (Wat is belangrijk?)
Autonomie van het individu
Kritisch ten opzichte van religie
Menselijke existentie
Nuttigheid (praktische kennis) brengt succes en geluk
Geen absolute waarheid
Politieke en maatschappelijke gelijkheid (= wereldburgers)
Slavernij is onnatuurlijk
1.2 Socrates (400 v.o.j.)
Spreuk: "Ik weet dat ik niets weet", een filosoof is iemand die inziet dat hij veel dingen niet
begrijpt. Socrates wist dat hij niets wist, en dat liet hem niet met rust. Daarom werd hij
filosoof.
Hij leek vooral zelf op zoek naar die ultieme kennis van het diepste zelf, waaronder men
niets echt kent. En als men dat kent, dan weet men tenminste wie er niets kent, en kan van
daaruit reële kennis worden opgediept.
1.2.1 Socratische methode
Socrates geloofde niet in het relativisme van de Sofisten:
De waarheid en het goede bestaan, maar tradities volstaan inderdaad niet
Ontwikkelde een alternatief voor de discussiemethode (= socratische methode)
Socratische methode: 'dialoog'
Centraal in de socratische methode: 'Ik weet dat ik niet weet'.
1.2.2 Verloop van een dialoog
Vertrekken van een uitspraak, gaande weg nuanceren (dialectiek).
Fase 1: Ironie (=verhullend onderzoeken)
Socrates stelt een eenvoudige vraag en stelt zich 'onwetend' op. Vraagt voortdurend door
tot er tegenstrijdigheden opduiken.
Fase 2: maieutiek (=vroedvrouwkunde, 'ideeën laten geboren worden')
De gesprekspartner wordt zich bewust van de tegenstrijdigheden en formuleert een nieuw
idee.
2
1. De Sofisten (5e eeuw v.o.j.)
Protagoras - Relativisme
Spreuk: "De mens is de maat van alle dingen" wijst erop dat waarheid subjectief is, dat
ieder mens over de dingen een andere mening kan hebben.
"Van de dingen die zijn wat ze zijn", dus de mening van een mens over alles wat er
bestaat
"en van de dingen die niet zijn wat ze niet zijn" is wat duister, maar kan betekenen
dat ieder mens zijn eigen oordeel kan hebben over wat bestaat en niet bestaat
1.1 Sofisme
So-fis-me: drogreden = schijnreden (een reden of redenering die niet klopt, maar wel
aannemelijk lijkt)
So-fis-tisch: spitsvondig, vals redenerend
Oorspronkelijk:
'Professoren': opleiden van jongeren, gericht op praktische wijsheid
Negatieve bijklank door benadering Plato (en Socrates). Oorzaken:
Vroegen geld voor onderricht
Waren niet georganiseerd in een 'school': hun filosofie was geen manier van leven
(Associatie Socrates - Sofisten)
1.1.1 Wie?
Belangrijkste filosofen
Protagoras en (Gorgias)
Protagoras in 'Over de goden':
"Wat de goden betreft, ik ben er niet zeker van of zij bestaan of niet, noch hoe zij eruit zien;
want er zijn vele dingen die zekere kennis in de weg staan: de onbekendheid van het
onderwerp en de kortheid van het menselijk leven".
= kritisch ten opzichte van religie (agnosticus, nut?)
= belangrijkere zaken waar we ons mee moeten bezighouden (praktische invulling)
1.1.2 'Homo Mensura'
'De mens is de maat van alle dingen' (Protagoras)
= Er is geen objectieve methode bij verschillende meningen om te zeggen wie gelijk of
ongelijk heeft.
Met andere woorden:
Geen geloof in absolute waarheden; MAAR enkel relatieve waarheden
Geen geloof in objectieve waarheden; MAAR enkel in subjectieve waarheden
1
, 1.1.3 Wat is de waarheid?
Subjectivisme: ieder individu en iedere maatschappij heeft een eigen invulling van
'waarheid' (ethiek en politiek).
Relativisme: geen objectieve, maar absolute methode om 'waarheid' te bepalen.
Praktische invulling: het gaat niet om wie gelijk heeft, maar om wie gelijk krijgt.
Filosofisch accent verschuift van waarheid naar bruikbaarheid
Voorbeeld: Gorgias had als doel 'de zwakke uitspraak sterk te maken'
Heb je dan altijd gelijk, wat je ook zegt?
1.1.4 Centrale thema's (Wat is belangrijk?)
Autonomie van het individu
Kritisch ten opzichte van religie
Menselijke existentie
Nuttigheid (praktische kennis) brengt succes en geluk
Geen absolute waarheid
Politieke en maatschappelijke gelijkheid (= wereldburgers)
Slavernij is onnatuurlijk
1.2 Socrates (400 v.o.j.)
Spreuk: "Ik weet dat ik niets weet", een filosoof is iemand die inziet dat hij veel dingen niet
begrijpt. Socrates wist dat hij niets wist, en dat liet hem niet met rust. Daarom werd hij
filosoof.
Hij leek vooral zelf op zoek naar die ultieme kennis van het diepste zelf, waaronder men
niets echt kent. En als men dat kent, dan weet men tenminste wie er niets kent, en kan van
daaruit reële kennis worden opgediept.
1.2.1 Socratische methode
Socrates geloofde niet in het relativisme van de Sofisten:
De waarheid en het goede bestaan, maar tradities volstaan inderdaad niet
Ontwikkelde een alternatief voor de discussiemethode (= socratische methode)
Socratische methode: 'dialoog'
Centraal in de socratische methode: 'Ik weet dat ik niet weet'.
1.2.2 Verloop van een dialoog
Vertrekken van een uitspraak, gaande weg nuanceren (dialectiek).
Fase 1: Ironie (=verhullend onderzoeken)
Socrates stelt een eenvoudige vraag en stelt zich 'onwetend' op. Vraagt voortdurend door
tot er tegenstrijdigheden opduiken.
Fase 2: maieutiek (=vroedvrouwkunde, 'ideeën laten geboren worden')
De gesprekspartner wordt zich bewust van de tegenstrijdigheden en formuleert een nieuw
idee.
2