ng
Bedrijfskun
de
Bram Witjes – 567961
BMN-A01
A-Cluster, Periode 2
Hogeschool van Arnhem en
Nijmegen
Bedrijfskunde MER
Schooljaar 2015 - 2016
Inhoudsopgave
SWOT-ANALYSE................................................................................................................................... 3
,Bram Witjes – BMN-A01
Samenvatting Bedrijfskunde H7 t/m H11 (+ SWOT-analyse)
A-Cluster, Periode 2
HOOFDSTUK 7 – PLANNING............................................................................................................... 5
7.1 Voor- en nadelen planning.......................................................................5
7.2 Soorten plannen.....................................................................................6
7.3 Criteria voor effectieve plannen.................................................................7
7.4 Besluitvorming........................................................................................8
7.5 Planningstechnieken.............................................................................13
7.6 Samenvatting en kernbegrippenlijst.........................................................17
HOOFDSTUK 8 – ORGANISATIE (CREËREN VAN EEN BASISSTRUCTUUR)................................18
8.1 Organiseren.........................................................................................18
8.2 Arbeidsverdeling...................................................................................19
8.3 Organisatiestelsels................................................................................21
8.4 Coördinatie..........................................................................................31
8.5 Organisatiemodellen.............................................................................32
8.6 Samenvatting en kernbegrippenlijst.........................................................33
HOOFDSTUK 9 – ORGANISATIE (EEN VERDERE INVULLING)......................................................34
9.1 Communicatie......................................................................................34
9.2 Organisatiecultuur.................................................................................36
9.3 Ethiek in organisaties............................................................................38
9.4 Personeel en humanresourcesmanagement.............................................39
9.5 Samenvatting en kernbegrippenlijst.........................................................40
HOOFDSTUK 10 – LEIDINGGEVEN................................................................................................... 41
10.1 Leiders..............................................................................................41
10.2 Leiderschapsstijlen..............................................................................42
10.3 Leiders en volgelingen.........................................................................46
10.4 Psychologie en leiderschap: motivatie....................................................46
10.5 Andere psychologische aspecten bij leidinggeven....................................51
10.6 Samenvatting en kernbegrippenlijst.......................................................54
HOOFDSTUK 11 – BEHEERSING...................................................................................................... 55
11.1 Enkele beheersingsthema’s..................................................................55
11.2 Procesbeheersing: logistiek..................................................................57
11.3 Procesbeheersing: kwaliteit..................................................................59
11.4 Samenvatting en kernbegrippenlijst.......................................................60
SWOT-analyse
SWOT-analyse:
Analyse van de interne organisatie Sterke en Zwakke punten
2
,Bram Witjes – BMN-A01
Samenvatting Bedrijfskunde H7 t/m H11 (+ SWOT-analyse)
A-Cluster, Periode 2
Analyse van de externe (omgevingsanalyse) organisatie Kansen en
Bedreigingen van de organisatie
SWOT-Analyse Het kijken naar de Strengths, Weaknesses, Oppurtunities en
Threats van een organisatie.
De SWOT-analyse vormt de verbindende schakel tussen de interne
situatieanalyse en de omgevingsanalyse.
SWOT:
Strengths = interne sterktes
Weaknesses = interne zwaktes
Oppurtunities = externe kansen
Threats = externe bedreigingen
Interne analyse:
Sterke kanten Waarin is de (interne) organisatie werkelijk goed?
Voorbeeld: goede verkoopstaf, betrouwbare productkwaliteit, scherpe
inkoopafspraken.
Zwakke kanten Waarin is de (interne) organisatie niet goed?
Voorbeeld: onbetrouwbare levertijden, slechte onderlinge communicatie, structuur
is helemaal uit balans.
Externe analyse:
Kansen Van welke ontwikkelingen op de markt kan de organisatie
profiteren?
Voorbeeld: Subsidiemogelijkheden vanuit de overheid, failliet gaan van een
concurrent of de toenemende vraag van klanten.
Bedreigingen Van welke ontwikkelingen op de markt kan de organisatie
hinder ondervinden?
Voorbeeld: Meer concurrenten, verscherping overheidsregels, economische crisis
of toename van de werkloosheid.
Voorbeelden om de interne en externe analyse te maken:
Interne analyse: Externe analyse:
Waardeketen analyse Ontwikkelingen op macroniveau
Organisatie, bijv. m.b.v. 7S-model Branche analyse
Financiële analyse Afnemers analyse
Concurrentie analyse
Marktonderzoek
Op basis van de SWOT-analyse is de organisatie in staat om haar lange- en
middellange strategie te bepalen in termen van: groeien, verdedigen, versterken of
terugtrekken.
Groeien Combinatie van Sterke kanten en Kansen voor de onderneming.
Verdedigen Er zijn Sterke kanten in de onderneming, maar er vormen ook
bedreigingen voor de onderneming.
3
,Bram Witjes – BMN-A01
Samenvatting Bedrijfskunde H7 t/m H11 (+ SWOT-analyse)
A-Cluster, Periode 2
Versterken De onderneming kent haar Zwakke kanten, maar ziet Kansen.
Terugtrekken Wanneer er Zwakke kanten zijn in de onderneming en er zijn
Bedreigingen.
Hoofdstuk 7 – Planning
7.1 Voor- en nadelen planning
Plannen Managementfunctie waarbij men doelen voor de toekomst vaststelt en
vervolgens bepaalt welke acties op welke tijdstippen nodig zijn om de gestelde
doelen te bereiken.
Productiemiddelen Arbeid, natuur, kapitaal en ondernemerschap.
Voordelen van een planning:
Planning coördineert de activiteiten De planning bepaalt de doelstelling,
richting en de wijze van werken. Hierdoor kan men veel efficiënter en
effectiever een bepaald doel realiseren.
Planning is een stimulans om vooruit te denken Hierbij wordt de
manager gedwongen vooruit te kijken en na te denken over de activiteiten die
in toekomst uitgevoerd moeten worden, en welk kapitaal, welke
productiemiddelen en welk personeel daarvoor nodig zijn.
4
, Bram Witjes – BMN-A01
Samenvatting Bedrijfskunde H7 t/m H11 (+ SWOT-analyse)
A-Cluster, Periode 2
Planning verhoogt de participatie van de medewerkers
Samenstelling van een plan vereist de medewerking en expertise van
meer mensen in de organisatie.
De planning vergroot het draagvlak van de planning.
Planning vormt de basis voor effectieve controle- en
beheersingsmechanismen Als een organisatie effectief en efficiënt wil
opereren, moet gecontroleerd worden of de gestelde doelen zijn bereikt en
wat de kosten waren voor het bereiken van die doelen. Hiervoor moet een
beheersingsmechanisme opgesteld worden.
Planning zorgt voor een economische efficiëntie.
Nadelen van een planning:
Het maken van een plan kost tijd en geld Deze investering wordt meestal
terugverdiend.
Een planning kan leiden tot verstarring De mate van verstarring door
planning hangt af van vele factoren, onder andere van de wijze van planning
en van individuele verwachtingspatronen.
Minder flexibiliteit Je bent dan afhankelijk van je gemaakte planning, en
dus zal je minder flexibel zijn wanneer je je aan de planning houdt.
Minder innovatie en vernieuwing Als er plannen gemaakt zijn, is er
weinig ruimte om te innoveren en te vernieuwen.
Verkeerd plannen is verkeerd beheersen en sturing geven Als een
manager verkeerd plant, zal het beheersen en sturen van zijn
ondergeschikten ook fout gaan.
7.2 Soorten plannen
Planning- en control processen indelen in:
De tijdspanne waarop ze betrekking heeft.
De manier waarop de planning in de organisatie wordt opgesteld: top-down of
bottom-up.
Strategische planning Wordt opgesteld door het topmanagement en deze
planning is voor de lange termijn gedacht (5 á 10 jaar).
Heeft invloed op de gehele organisatie (Bijv: een nieuw product ontwikkelen).
Tactische planning Wordt opgesteld door het middenmanagement en wordt
afgeleid van de strategische doelen en strategische planning. Hierbij kijkt men naar
de middellange termijn (tussen de 1 en 5 jaar).
Voorbeeld: het kiezen van een markt voor een nieuw ontwikkeld product en het
bepalen van het moment voor het lanceren van het nieuwe product op de gekozen
markt.
5