Spectroscopie
Methoden hoofdstuk 9
Spectroscopische technieken
Interactie van licht met een staal
Absorptie = vermindering van de intensiteit van de invallende straling door het specimen
Emissie = excitatie door invallende straling veroorzaakt door emissie van straling
Elektromagnetische (EM) straling
- Beperkt deel is zichtbaar licht = 350-780 nm
- Volledig spectrum kan gebruikt worden voor spectroscopie
- EM straling met verschillende energieën verschillende eigenschappen van stof
Interactie van elektromagnetische straling met materie
Bij absorptie gaat stof van lage energie toestand naar hogere energie toestand
enkel fotonen met energie die overeenkomt met
energieverschil tussen 2 energieniveaus worden geabsorbeerd
Spectrum
= intensiteit/absorptie als functie van energie (intensiteit ↓ als absorptie ↑)
Bij atomen absorptielijnen
Bij organische stoffen absorptiebanden
, UV/Vis spectroscopie / spectrofotometrie
Wat kan je meten met UV of zichtbaar licht?
Niet-geconjugeerd systeem vb. bij ethyleen
→ UV licht (veel energie) nodig voor elektron van grond- naar aangeslagen toestand
Geconjugeerde sysytemen
→ Complexer systeem minder energie nodig om elektronen van orbitaal te wisselen
Vb. Bij retinol: complementaire kleur wordt geabsorbeerd (paars)
en geel wordt uitgezonden
Vb. Bij Lycopene (complexer): groene kleur geabsorbeerd en rood
wordt uitgezonden
Spectrofotometrie maakt gebruikt van zichtbaar licht om concentratiebepaling te doen
Bepaling van het spectrum dmv spectrofotometer
Lichtbron:
- Deuterium lamp UV spectrum
- Wolfraam / halogeen lamp zichtbaar licht en IR spectrum
- Xenon lamp UV tot IR spectrum
Selectie golflengte:
- Absorptiefilter
- Prisma = monochromator op basis
van dispersie (breking)
- Reflectierooster = monochromator op basis van interferentie en feit dat licht een
verschillende afstand aflegt bij reflectie door een andere groef
prisma kortere golflengtes beter groter glas absorbeert licht met l ≤
gescheiden 350 nm
reflectierooster uniforme scheiding compact meer strooistraling (filters)
Sleufopening die bepaalt de golflengtes van de monochromator die worden toegelaten
Methoden hoofdstuk 9
Spectroscopische technieken
Interactie van licht met een staal
Absorptie = vermindering van de intensiteit van de invallende straling door het specimen
Emissie = excitatie door invallende straling veroorzaakt door emissie van straling
Elektromagnetische (EM) straling
- Beperkt deel is zichtbaar licht = 350-780 nm
- Volledig spectrum kan gebruikt worden voor spectroscopie
- EM straling met verschillende energieën verschillende eigenschappen van stof
Interactie van elektromagnetische straling met materie
Bij absorptie gaat stof van lage energie toestand naar hogere energie toestand
enkel fotonen met energie die overeenkomt met
energieverschil tussen 2 energieniveaus worden geabsorbeerd
Spectrum
= intensiteit/absorptie als functie van energie (intensiteit ↓ als absorptie ↑)
Bij atomen absorptielijnen
Bij organische stoffen absorptiebanden
, UV/Vis spectroscopie / spectrofotometrie
Wat kan je meten met UV of zichtbaar licht?
Niet-geconjugeerd systeem vb. bij ethyleen
→ UV licht (veel energie) nodig voor elektron van grond- naar aangeslagen toestand
Geconjugeerde sysytemen
→ Complexer systeem minder energie nodig om elektronen van orbitaal te wisselen
Vb. Bij retinol: complementaire kleur wordt geabsorbeerd (paars)
en geel wordt uitgezonden
Vb. Bij Lycopene (complexer): groene kleur geabsorbeerd en rood
wordt uitgezonden
Spectrofotometrie maakt gebruikt van zichtbaar licht om concentratiebepaling te doen
Bepaling van het spectrum dmv spectrofotometer
Lichtbron:
- Deuterium lamp UV spectrum
- Wolfraam / halogeen lamp zichtbaar licht en IR spectrum
- Xenon lamp UV tot IR spectrum
Selectie golflengte:
- Absorptiefilter
- Prisma = monochromator op basis
van dispersie (breking)
- Reflectierooster = monochromator op basis van interferentie en feit dat licht een
verschillende afstand aflegt bij reflectie door een andere groef
prisma kortere golflengtes beter groter glas absorbeert licht met l ≤
gescheiden 350 nm
reflectierooster uniforme scheiding compact meer strooistraling (filters)
Sleufopening die bepaalt de golflengtes van de monochromator die worden toegelaten