Begrippen:
Elektromagnetisch spectrum: verzameling van e.m. straling met verschillende frequenties
Lichtweerkaatsing (reflectie): invallende lichtstralen worden teruggekaatst, weg van het
voorwerp waarop de lichtstralen invallen
Albedo: diffuus reflecterend vermogen van een oppervlak
Lambertiaans oppervlak = perfect diffuus reflecterend oppervlak
Monochromatisch licht = licht dat een smalle band van golflengte omvat (klein spectrum)
Adaptatiemechanisme = regeling lichtintensiteit (pupil, iris en retina)
Accommodatiemechanisme = aanpassing aan afstand waarop een voorwerp zich bevindt
(accommodatiespier past ooglens aan zoals reikwijdtemeter focust)
Lichtstroom = de totale hoeveelheid licht die door een lichtbron per tijdseenheid wordt
uitgestraald in alle richtingen van de ruimte
Specifieke lichtstroom = uitgezonden lichtstroom per verbruikt vermogen
Lichtsterkte = lichtstroom die door een lichtbron per vaste hoekeenheid in een gegeven richting
wordt uitgezonden
Candela = internationale standaard ‘kaars’ met intensiteit van een zwart lichaam dat verhit
wordt tot het smeltpunt van platina
Verlichtingssterkte E = totaal aantal lumen dat per eenheidsoppervlak op een referentievlak
invalt
Luminantie = de verhouding tussen de lichtsterkte van dat oppervlak in de
waarnemingsrichting en de schijnbare oppervlakte van dat oppervlak in de beschouwde richting
Kleurtemperatuur = de temperatuur in graden Kelvin tot dewelke een zwart lichaam moet
worden opgewarmd opdat het licht zou uitstralen met een kleur die deze van de beschouwde bron
benadert
Kleurweergaveindex = index die aangeeft in hoeverre de kleurweergave van een lichtbron
overeenkomt met de kleurweergave van een gloeilamp (Ra=100)
Daglichtfactor = maat voor kwaliteit van daglichttoetreding in een ruimte (op een werkvlak)
Thermoluminescentie = uitzending van licht door een stof na verhitting, bv. gloeilamp
Elektroluminescentie = uitzending van licht door een stof t.g.v. elektrische stroom die door de
stof gaat, vb. gasontladingslamp
Benuttingsfactor = correctiefactor voor het aandeel licht dat het werkvlak bereikt
, Eenheden: Φ = I.4π
Φ = lichtstroom = lm I = Φ/4π
I = lichtsterkte = cd E = Φ/A
L = I/A
E = verlichtingssterkte = lx
Spectrale gevoeligheid menselijk oog:
L = luminantie = cd/m²
fotopisch(<3cd/m²): 555nm (geel-groen)
Kleurtemperatuur = K scotopisch(<10−3cd:m²):507nm(blauw)
Ra = kleurweergave-index kleurcode lichtbron
F = frequentie = s-1 vb 827 : 8 → Ra = 81 tot 90
27 → 2700K
λ = golflengte = mm
•Wat is licht?
elektromagnetische straling:
- voortplantingsrichting E en B
- geluid → veranderingen in luchtdruk
- snelheid c = ±300 000km/s = 3x108m/s
B = magnetische fluxdichtheid (zie figuur hiernaast)
•Kwaliteit en kwantiteit beschrijving licht
1)kwaliteit → typelicht: parameters die de kleur van het licht bepalen → colorimetrie
2)kwantiteit → hoeveelheid licht = fotometrische grootheden → fotometrie
- Kwalitatieve kenmerken:
λ
λ = golflengte = aftsand tussen 2 pieken in 1 cyclus (mm)
f = frequentie = het aantal cycli per seconde (s-1) T
f = 1/T
piek
amplitude:
dal
De frequentie neemt toe met de stralingsenergie: E = (6,63.10-34).f ( J)