100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting 'introductie van psychologie' per sectie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
34
Geüpload op
02-08-2022
Geschreven in
2020/2021

In dit document zijn alle 'section overviews' samengevat en overzichtelijk weergegeven, zodat je niet de hoofdstukken volledig hoeft te herhalen.

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
De \'section overviews\' tot en met hoofdstuk 13
Geüpload op
2 augustus 2022
Aantal pagina's
34
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Sections overwiews - intro
Psychology
H1 Achtergrond van de Psychologie
1.1 Wetenschap van gedrag en de geest – rust op eerdere intellectuele
ontwikkelingen
 Fysieke oorzaak van gedrag
 Descartes’ dualisme benadrukte de rol van het lichaam meer dan eerdere dualisten. Hobbes’
materialisme omschreef gedrag als een volledig product vanuit het lichaam.
 Doordat gedrag een lichamelijke oorzaak (deels) heeft, is deze mogelijk om te bestuderen
 19e -eeuwse psychologische studies over reflexen en locaties van functies in het brein zien
dat het mogelijk is om mentale processen en gedrag wetenschappelijk te benaderen.
 De rol van ervaring
 De Britse empiristen beweerden dat alle gedachte en kennis gefundeerd zijn in sensorische
ervaring.
 Empiristen gebruikten de wet van associatie door contiguïteit om uit te leggen hoe
sensorische ervaringen samen complexe concepten kunnen vormen.
 In tegenstelling tot empirisme, beweert nativisme dat kennis ‘innate’ of aangeboren zijn, en
dat deze kennis de basis is van de menselijke natuur, inclusief de menselijke vaardigheden
om te leren
 De evolutionaire basis van geest en gedrag
 Darwin stelde dat natuurlijke selectie aan de grond ligt van de evolutie van
gedragstendensen, samen met de anatomische karaktereigenschappen, die overleving en
reproductie bevorderen.
 Darwins gedachten leidde tot een focus op de functie van gedrag.
 Natuurlijke selectie gaf ook een wetenschappelijke basis voor de nativistische blik op de
geest.



1.2 Psychologie is een breed, divers veld van onderzoek en het is een
beroep.
 Levels van causale analyse en onderwerpen die bestudeerd worden in psychologie
 Vier biologische levels: neurologisch, fysiologisch, genetisch en evolutionair.
 Vijf overige levels: lerende, cognitieve, sociale, culturele en ontwikkeling.
 Elk level kan worden toegepast op een soort gedrag of een mentale ervaring.
 Sommige sub velden in psychologie worden gedefinieerd bij de level van analyse; anderen
worden gedefinieerd door de onderwerpen die worden onderzocht.
 Een discipline bij de disciplines
 Geschoolde disciplines kunnen worden geclassificeerd in natuurlijke wetenschappen, sociale
wetenschappen en geesteswetenschappen
 Psychologie heeft met elk deel een connectie en is een verzamelwetenschap.
 Het beroep van Psychologie
 Het beroep includeert academische psychologen die lesgeven, onderzoek doen. En
praktiserende psychologen, die psychologische kennis toepast in de wereld.


Pagina 1 van 34

,  Psychologen werken in verschillende omgevingen en houden vaak gevorderde
studieniveaus.



H2: Methoden van Psychologie
2.1 Clever Hans laat ernstige gevaren zien, fundamenteel voor
wetenschappelijk onderzoek
 Observaties, theorieën en hypotheses.
 Objectieve observaties van gedrag leidt psychologen tot het creëren van conceptuele
modellen of verklaringen (theorieën) welke een mogelijkheid maakt tot testbare
verwachtingen (hypothesen)
 Pfungst leidde testbare hypotheses af van zijn theorie dat Hans gestuurd werd door visuele
seintjes van toeschouwers
 Het belang van sceptisch denken.
 Sceptici proberen om beweringen te ontkrachten. Dit is het fundament van
wetenschappelijk testen.
 Een wetenschappelijke theorie wordt betrouwbaarder wanneer deze opnieuw en opnieuw
getest wordt, met de intentie de theorie te ontkrachten.
 Pfungsts sceptisch denken zorgde ervoor dat hij ging testen en het niet zomaar aannam dat
Hans zo knap was.
 Observatie en controle.
 Om hypotheses te testen, controleren wetenschappers de omstandigheden waarin ze
observaties doen, zodat ze andere verklaringen uit kunnen sluiten.
 Pfungst mat Hans zijn prestaties in omstandigheden die speciaal waren gevormd voor zijn
hypothese
 Onderzoeker-verwachtingen effecten
 In psychologie is het mogelijk dat de participanten de onderzoekers verwachtingen
opvangen en zich daarnaar gaan gedragen
 Hints van de onderzoekers gaven Hans de aanwijzingen voor de juiste antwoorden.

2.2 Onderzoeksstrategieën gebruikt door psychologen, verschillen in
ontwerp, setting en data-verzamelingsmethode.
 Onderzoek ontwerpen
 In een experiment kan de onderzoeker zijn hypothese testen over oorzaken door de
onafhankelijke variabelen te manipuleren en te kijken naar overeenkomende veranderingen
in de afhankelijke variabelen, terwijl alle andere variabelen gelijk blijven
 In een correlatie studie meet de onderzoeker twee of meer variabelen om te zien of er
systematische relaties tussen bestaan. Deze studies zeggen niets over oorzakelijke
verbanden.
 Omschrijvende studies zijn ontworpen om enkel observaties te categoriseren en op te
nemen, niet om hypotheses te testen rondom variabelen.
 Onderzoeksetting
 Laboratories onderzoek geeft onderzoekers de meeste controle, maar dit kan effect hebben
op het gedrag dat onderzocht wordt, omdat het onbekend en onnatuurlijk overkomt.
 Veldonderzoek die gedaan worden in echte situaties zijn visa versa qua voor- en nadelen.
 Methoden voor data-verzameling
 Zelfrapportage laat mensen zichzelf omschrijven, via vragenlijsten of interviews.


Pagina 2 van 34

,  Bij de observatieve methode moet de onderzoeker het gedrag van de participant via
natuurlijke observatie bekijken. Via observatie of test.

2.3 Onderzoekers gebruiken statistiek om resultaten van hun studies te
analyseren en interpreteren.
 Omschrijvende statistieken
 Helpen om een set data samen te vatten
 De centrale tendentie van een dataset kan worden gerepresenteerd met het gemiddelde of
de mediaan.
 De standaarddeviatie is een maat van variabiliteit, de omvang waarmee scores in een dataset
afwijken van het gemiddelde.
 Inferentie statistiek
(houdt zich bezig met het toetsen van hypothesen en het schatten van steekproefgrootheden en
hun betrouwbaarheid)
 Correlatie coëfficiënten representeren de sterkte en richting van de relatie tussen twee
numerieke variabelen
 Inferentie statistiek helpt ons om de waarschijnlijkheid te benaderen of de relaties echt en
herhaaldelijk zijn of door kans voorkomen
 Statistisch significante resultaten zijn deze waarin de geobserveerde relaties erg
onwaarschijnlijk door kans voorkomen
 Onderzoekers berekenen een statistische waarde p welke over het algemeen .05 of lager
hoort te zijn (= 5% of minder kans dat de resultaten een product zijn van kans) voordat de
resultaten statistisch significant zijn.
 De berekening van een p kan inhouden: de grootte van het geobserveerde effect, het aantal
participanten of observaties en de variabiliteit van data binnen elke groep

2.4 Bias – niet random effect veroorzaakt door externe factoren – moeten
vermeden worden
 Bias voorbeelden
 Tenzij participanten in een tussen-groeps experiment random worden ingedeeld, kan er een
observeerbaar verschil in de afhankelijke variabele voorkomen die veroorzaakt wordt door de
systematische verschillen tussen de groepen in plaats van de onafhankelijke variabele.
 Bias en foute conclusies kunnen voorkomen als de studenten niet representatief zijn
 De meeste psychologische onderzoeken zijn gedaan in Western, Educated, Industrialised en
Democratic (WIERD) samenlevingen, wat niet representatief is voor alle mensen.
 Meetfouten en bias
 Een goede meting is betrouwbaar. Bekwaam om dezelfde resultaten te halen wanneer het
wordt herhaald
 Een operationele definitie specificeert heel exact wat er wordt geobserveerd, op de manier hoe
het gemeten hoort te worden
 Onbetrouwbare metingen produceert random variabiliteit wat het moeilijk maakt om een
statistische significantie te bereiken.
 Een goede meting is valide : bekwaam om te meten wat gemeten zou worden.
 Face validiteit : de mate waarin een test subjectief gezien het concept dat gemeten wordt,
meet op een juiste manier.
Criterion validiteit: de mate waarin een meting is gerelateerd tot de uitkomst
 Effect van verwachting
 Onderzoeker-verwachting bias
 Participant-verwachting bias

Pagina 3 van 34

,  Observer-blind en dubble blind studies

 Repliceren van eerdere studies
 Wetenschappelijke ideeën zijn getest door reproduceren, of repliceren van de resultaten van
voorafgaande studies
 Recentelijk onderzoek heeft laten zien dat veel onderzoeken niet nagebootst kunnen worden
met dezelfde effecten.

2.5 psychologen moeten dealen met de ethische kwesties bij het vormen
van onderzoek
 Menselijke proefpersonen
 Recht op privacy
 Risico op discomfort en schade moet minimaal zijn
 Bedriegen is voorkomend en controversieel (tegenspraak oproepend)
 Routine onderdelen: kandidaat mag altijd stoppen, ze zijn anoniem, bedrog moet na het
onderzoek eerst worden getoond
 Dierlijke proeven
 Menselijk onethische proeven worden op dieren gedaan
 Deze onderzoeken leren ons veel over de biologische kant van gedrag
 Er moet goed voor de dieren gezorgd worden, ze mogen niet lijden, niet onnodig pijn hebben
en hun discomfort moet opwegen tegen de positieven van de studie.



H3: Genetisch en evolutionair fundament van gedrag
‘’Ervaringen activeren genen, welke proteïnen produceren die de functie of de neurale circuits in het
brein aanpassen en daardoor het gedrag veranderen.’’

3.1 Genen hebben effect op gedrag door de lichamelijke structuren, die te
maken hebben met gedrag, te beïnvloeden
 Natuur of genetische invloed
 Door hun invloed op eiwit synthese, hebben genen effect op de lichamelijke structuren en
gedrag
 Genen gedragen zich in verband met de omgeving, niet in isolatie.
 Meiose en seksuele reproductie
 Meiose resulteert in een ei en spermacel die genetisch uniek zijn en de helft aantal
chromosomen bevat.
 Meiose bevat het random vormen van gepaarde genen
 Genetisch gevarieerd nageslacht verbeterd overlevingskans.
 Gene paringen
 Gepaarde genen die dezelfde locatie (locus) beslaan in een paar chromosomen, kunnen
homozygoot of heterozygoot zijn.

3.2 erfelijke effecten op gedragseigenschappen kunnen één gen bevatten,
maar meestal meerdere
 Single-gene eigenschappen
 Zijn categorisch (alles of niets) in oorsprong
 Mandelische patronen van erfelijkheid laten single-gene controle zien
 Poly-genetische eigenschappen

Pagina 4 van 34
$9.30
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
noaversteeg

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
noaversteeg Universiteit Leiden
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen