Tiffani Jeurissen 1 BA Psychologie
Samenvatting Statistiek
Inleiding
Wat is statistiek?
Deductieve / beschrijvende statistiek
• berekening & interpretatie van samenvattende maten
• indexcijfer, gemiddelde…
• gebruik van populatie, samengevat in beknopte weergave
DOEL: globale patronen & kenmerken ontdekken
Technieken:
• ordening: tabellen, grafische voorstellingen, frequentieverdeling
• reductietechnieken: karakteristieke maten (centrale tendens, spreiding…)
• associatietechnieken: associatiematen
Inductieve / inferentiële / verklarende statistiek
• gebruik van kansrekening (toeval)
• gebruik van steekproef (beperkt aantal gegevens)
DOEL: algemene uitspraken over gehele populatie
Technieken:
• schatten
• toetsen
Meten
Variabel begrip (= construct)
! kan meerdere variabelen omvatten
vb: intelligentie
Meten
= vaststellen van de waarde van een construct in een bepaalde analyse-eenheid
1. meetinstrument: vragen, observaties, metingen…
2. operationaliseren = meetbaar maken
3. variabele = geoperationaliseerd variabel begrip
waarden die variabel begrip kan aannemen ≠ noodzakelijk getallen
Data-matrix
1. ruwe data in verzameltabel (! fouten opsporen)
2. coderen tot data-matrix
• analyse-eenheden ≠ altijd personen
vb: scholen (lln = observatie-eenheid)
• W12: 1=rij ; 2=kolom
Discrete variabelen
Variabel begrip:
• continu: afronding tot discrete variabele
vb: leeftijd
• discreet: discrete variabele
4 eigenschappen van meten
1. identiteit / categoriseerbaarheid
Statistiek 1
, Tiffani Jeurissen 1 BA Psychologie
2. ordenbaarheid
3. afstanden
4. absoluut nulpunt
1. Categoriseerbaarheid
= equivalentierelatie
• reflexiviteit
• symmetrie
• transitiviteit
! verdeelt de verzameling X in equivalentieklassen
voorwaarden:
• exhaustief
• disjunct
2. Orderelatie
= relatie ≤
• reflexiviteit
• anti-symmetrie
• transitiviteit
• (totaal) als NIET x ≤ y, dan y ≤ x
! partiële orde vs totale orde
3. Vaste meeteenheid
= zelfde betekenis bij zelfde verschil in meetwaarden
over ganse lengte van de meetschaal
✖ intelligentietest, meerkeuzevragen
4. Absoluut nulpunt
= totale afwezigheid van de te meten eigenschap
vb: 0°K
Nominaal Ordinaal Interval Ratio
Identiteit ✔ ✔ ✔ ✔
Orde ✔ ✔ ✔
Vaste ✔ ✔
meeteenheid
Absoluut nulpunt ✔
5e schaal: absolute schaal
• meeteenheid = automatisch verbonden aan het meetbare
vb: geen 1/2 persoon
Kwalitatief meetniveau
• nominaal
• ordinaal
Kwantitatief meetniveau
• interval
• ratio
Statistiek 2
Samenvatting Statistiek
Inleiding
Wat is statistiek?
Deductieve / beschrijvende statistiek
• berekening & interpretatie van samenvattende maten
• indexcijfer, gemiddelde…
• gebruik van populatie, samengevat in beknopte weergave
DOEL: globale patronen & kenmerken ontdekken
Technieken:
• ordening: tabellen, grafische voorstellingen, frequentieverdeling
• reductietechnieken: karakteristieke maten (centrale tendens, spreiding…)
• associatietechnieken: associatiematen
Inductieve / inferentiële / verklarende statistiek
• gebruik van kansrekening (toeval)
• gebruik van steekproef (beperkt aantal gegevens)
DOEL: algemene uitspraken over gehele populatie
Technieken:
• schatten
• toetsen
Meten
Variabel begrip (= construct)
! kan meerdere variabelen omvatten
vb: intelligentie
Meten
= vaststellen van de waarde van een construct in een bepaalde analyse-eenheid
1. meetinstrument: vragen, observaties, metingen…
2. operationaliseren = meetbaar maken
3. variabele = geoperationaliseerd variabel begrip
waarden die variabel begrip kan aannemen ≠ noodzakelijk getallen
Data-matrix
1. ruwe data in verzameltabel (! fouten opsporen)
2. coderen tot data-matrix
• analyse-eenheden ≠ altijd personen
vb: scholen (lln = observatie-eenheid)
• W12: 1=rij ; 2=kolom
Discrete variabelen
Variabel begrip:
• continu: afronding tot discrete variabele
vb: leeftijd
• discreet: discrete variabele
4 eigenschappen van meten
1. identiteit / categoriseerbaarheid
Statistiek 1
, Tiffani Jeurissen 1 BA Psychologie
2. ordenbaarheid
3. afstanden
4. absoluut nulpunt
1. Categoriseerbaarheid
= equivalentierelatie
• reflexiviteit
• symmetrie
• transitiviteit
! verdeelt de verzameling X in equivalentieklassen
voorwaarden:
• exhaustief
• disjunct
2. Orderelatie
= relatie ≤
• reflexiviteit
• anti-symmetrie
• transitiviteit
• (totaal) als NIET x ≤ y, dan y ≤ x
! partiële orde vs totale orde
3. Vaste meeteenheid
= zelfde betekenis bij zelfde verschil in meetwaarden
over ganse lengte van de meetschaal
✖ intelligentietest, meerkeuzevragen
4. Absoluut nulpunt
= totale afwezigheid van de te meten eigenschap
vb: 0°K
Nominaal Ordinaal Interval Ratio
Identiteit ✔ ✔ ✔ ✔
Orde ✔ ✔ ✔
Vaste ✔ ✔
meeteenheid
Absoluut nulpunt ✔
5e schaal: absolute schaal
• meeteenheid = automatisch verbonden aan het meetbare
vb: geen 1/2 persoon
Kwalitatief meetniveau
• nominaal
• ordinaal
Kwantitatief meetniveau
• interval
• ratio
Statistiek 2