Samenvatting Algemene Psychologie
Hoofdstuk 1: Wat is psychologie?
Definitie: psychologie is een wetenschap
- waarbij het gedrag bestudeerd wordt
- waarbij het gedrag gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan de
basis liggen van gedrag
Deel 1: Het ontstaan van de psychologie
Voorgeschiedenis:
● Filosofie Oude Griekenland: intuïtief nadenken over “ziel”
● Door complexiteit vh fenomeen en eerbied voor de mens duurde het lang vooraleer
men wetenschappelijke studie deed
Ontwikkelingen die de psychologie mogelijk maakten:
1) Toenemend belang wetenschap in maatschappij
● In middeleeuwen: Kerk zorgde voor onderwijs; “ziel niet aards” -> geen onderzoek
● 16e/17e eeuw: wetenschappelijke revolutie -> ware kennis = systematische
observatie en actief ingrijpen in de wereld
● Copernicaanse revolutie: geocentrisme -> heliocentrisme
=> mens onderworpen aan natuurwetten en mag voorwerp van studie zijn
● Probleem systematische observaties -> beperkingen menselijke waarneming:
○ persoonlijke fout: observaties van verschillende sterrenkundigen verschilden
○ dezelfde informatie wordt niet bij iedereen hetzelfde verwerkt
● Donders’ subtractiemethode: verwerkingstijd mentale handelingen onderzoeken
stimulus identificatie - stimulus selectie - respons selectie - respons
Onderzoek: “ka, ke, ki, ko, ku” als stimulus
3 condities: 1. enkel “ki” en “ki” antwoorden: simpele taak
2. “ka, ke…” aangeboden, enkel “ki” herhalen: go/nogo-taak
3. “ka, ke…” aangeboden, alles herhalen: keuzetaak
2) Ontwikkeling in de filosofie
Descartes:
1. dualisme: lichaam en geest gescheiden
2. rationalisme: waarheid afgeleid uit rede
3. nativisme: sommige kennis is aangeboren
nieuw: menselijk lichaam kan bestudeerd worden
nieuw: lichaam en geest interageren in pijnappelklier (dualistisch interactionisme)
,Empirisme
= inhoud van geest wordt gevormd via zintuiglijke waarnemingen (tabula rasa)
- Locke: associationisme
hogere-ordekennis komt tot stand door associaties van eenvoudigere ideeën (bv.
hond en beet)
- geest ook bestudeerbaar, natuurwetten
3) Evolutietheorie van Darwin
Principes: natuurlijke selectie & survival of the fittest
=> mens ontstaan uit dieren en onderhevig aan natuurwetten
-> menselijk gedrag bestuderen zoals gedrag van dieren
Beginjaren van de psychologie
Wundt en het structuralisme
● Europa: Wilhelm Wundt
● 1e psychologisch laboratorium in Leipzig
● Methode: analytische introspectie
○ Innere Wahrnemung = nadenken over psychisch functioneren
○ Experimentelle Selbstbeobachtung = gestandaardiseerde proefopzet,
dezelfde proef herhaaldelijk uitvoeren en eenvoudig kwantificeerbaar
antwoord => enige toelaatbare vorm van introspectie
Structuralisme
● VS: Edward Titchener
● Elk complex proces kan gereduceerd worden tot combinatie elementaire
componenten
○ sensaties: zintuiglijke ervaringen
○ beelden: herinneringen
○ gevoelens: emotionele reacties
Binet en de toegepaste psychologie
● Europa: Alfred Binet
● Intelligentietest (Binet-Simontest)
eerst: schedelafmetingen
later: gedicht studeren en opnieuw schrijven
● Toegepast onderzoek: oplossingen voor praktisch probleem
Freud en het onbewuste
Psychoanalyse
● Gedrag en bewustzijn = oppervlakkige fenomenen, oorsprong mentale problemen in
onbewuste
● Verdrongen herinneringen
● Methode: analyse vergissingen, droomduiding, vrije associatie
1
, ● Kritiek: geen wetenschap (vaag, case-studies), maar filosofie => hermeneutiek
Dilthey
● Onderscheid natuur- en geesteswetenschappen
● Algemene wetten ovb beperkte observaties <-> complete rijkdom fenomeen
begrijpen, binnen historische en socioculturele context
Functionalisme (VS)
= hoe functioneert iets?
● Studenten Wundt
● Toegepast
● Beïnvloed door evolutieleer: beste aanpassing
● Interesse in individuele verschillen
William James
● Stream of consciousness
● Nadruk op gedrag (ook nog introspectie)
● Studiepopulaties: ook mentaal gehandicapten en dieren
● Succes psychologie - oplossingen praktische problemen
Behaviorisme (VS)
John Watson
● Studie beperkt tot direct observeerbaar gedrag
● Radicaliseerde functionalisme, afzetten tegen structuralisme (introspectie,bewustzijn)
● Sterk beïnvloed door logisch positivisme
1. Alle kennis moet worden uitgedrukt in verifieerbare zaken
-> operationele definitie (bv. honger)
2. Introductie afhankelijke en onafhankelijke variabele
3. Wetenschappelijke theorie moet bestaan uit precieze relatie tussen afh en
onafh variabele
● S-R-onderzoek en leerprocessen, Skinner
Cognitieve psychologie (VS)
= informatie wordt verwerkt in de hersenen en men kan mechanismen van
informatieverwerking blootleggen door natuurwetenschappelijke methode
● Vanaf jaren 60-70
● Computer kan taken ook, zonder vrije wil
● Gedrag is complex; mens als informatieverwerker
Moderne psychologie
= biopsychosociaal model
● Bio: psychische niet los van lichamelijke, erfelijke component
● Psycho: cognitieve psychologie dominant
● Sociaal: mens is sociaal wezen
2
, Deel 2: Onderzoeksmethoden in de psychologie
Fasen in het onderzoeksproces:
onderzoeksvraag -> literatuurstudie -> studie ontwerpen -> data verzamelen -> data
analyseren
1) Beschrijvend onderzoek
Vraag: beschrijving - methode: observatie
1. Naturalistische observatie
= systematische observatie van gedrag in natuurlijke context
- belangrijk voor ‘evidence based’ (<-> overtuiging) adviezen
- ! gevaar: mensen passen gedrag aan als ze weten dat ze geobserveerd worden
-> reactieve gedragingen: reactie op observator
oplossing: camouflage of integratie in groep
2. Vragenlijsten
- ! gevaar:
- resultaten sterk afhankelijk van bevraagde
- niet noodzakelijk realiteit
3. Interviews
- gestructureerd of ongestructureerd
- gedetailleerder antwoorden
- ! gevaar: vertekening door sociale wenselijkheid
4. Opiniepeiling
= bevraging meningen bij representatieve steekproef
- ! gevaar: representativiteit en sociale wenselijkheid
5. Archiefdata
= data zijn al bevraagd/verzameld
6. Psychologische tests
= gestandaardiseerde tests (bv. rorschach test inkt, intelligentietesten)
7. Gevalsstudie
= intensief, gedetailleerd onderzoek over één persoon of gebeurtenis
- neuropsychologie, moord
8. Kwalitatief onderzoek
= totaal begrip van complexe realiteit, niet in cijfers uit te drukken
- bv. gesprek uitschrijven en analyseren, focusgroepen
- eerder verkennend dan theorietoetsend
[statisch beeld en weinig informatief]
2) Correlatieonderzoek
Vraag: voorspelling - methode: observatie
=> verband tussen 2 variabelen bepalen
- Lineair verband: positief of negatief
- ! Gevaren:
3
Hoofdstuk 1: Wat is psychologie?
Definitie: psychologie is een wetenschap
- waarbij het gedrag bestudeerd wordt
- waarbij het gedrag gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan de
basis liggen van gedrag
Deel 1: Het ontstaan van de psychologie
Voorgeschiedenis:
● Filosofie Oude Griekenland: intuïtief nadenken over “ziel”
● Door complexiteit vh fenomeen en eerbied voor de mens duurde het lang vooraleer
men wetenschappelijke studie deed
Ontwikkelingen die de psychologie mogelijk maakten:
1) Toenemend belang wetenschap in maatschappij
● In middeleeuwen: Kerk zorgde voor onderwijs; “ziel niet aards” -> geen onderzoek
● 16e/17e eeuw: wetenschappelijke revolutie -> ware kennis = systematische
observatie en actief ingrijpen in de wereld
● Copernicaanse revolutie: geocentrisme -> heliocentrisme
=> mens onderworpen aan natuurwetten en mag voorwerp van studie zijn
● Probleem systematische observaties -> beperkingen menselijke waarneming:
○ persoonlijke fout: observaties van verschillende sterrenkundigen verschilden
○ dezelfde informatie wordt niet bij iedereen hetzelfde verwerkt
● Donders’ subtractiemethode: verwerkingstijd mentale handelingen onderzoeken
stimulus identificatie - stimulus selectie - respons selectie - respons
Onderzoek: “ka, ke, ki, ko, ku” als stimulus
3 condities: 1. enkel “ki” en “ki” antwoorden: simpele taak
2. “ka, ke…” aangeboden, enkel “ki” herhalen: go/nogo-taak
3. “ka, ke…” aangeboden, alles herhalen: keuzetaak
2) Ontwikkeling in de filosofie
Descartes:
1. dualisme: lichaam en geest gescheiden
2. rationalisme: waarheid afgeleid uit rede
3. nativisme: sommige kennis is aangeboren
nieuw: menselijk lichaam kan bestudeerd worden
nieuw: lichaam en geest interageren in pijnappelklier (dualistisch interactionisme)
,Empirisme
= inhoud van geest wordt gevormd via zintuiglijke waarnemingen (tabula rasa)
- Locke: associationisme
hogere-ordekennis komt tot stand door associaties van eenvoudigere ideeën (bv.
hond en beet)
- geest ook bestudeerbaar, natuurwetten
3) Evolutietheorie van Darwin
Principes: natuurlijke selectie & survival of the fittest
=> mens ontstaan uit dieren en onderhevig aan natuurwetten
-> menselijk gedrag bestuderen zoals gedrag van dieren
Beginjaren van de psychologie
Wundt en het structuralisme
● Europa: Wilhelm Wundt
● 1e psychologisch laboratorium in Leipzig
● Methode: analytische introspectie
○ Innere Wahrnemung = nadenken over psychisch functioneren
○ Experimentelle Selbstbeobachtung = gestandaardiseerde proefopzet,
dezelfde proef herhaaldelijk uitvoeren en eenvoudig kwantificeerbaar
antwoord => enige toelaatbare vorm van introspectie
Structuralisme
● VS: Edward Titchener
● Elk complex proces kan gereduceerd worden tot combinatie elementaire
componenten
○ sensaties: zintuiglijke ervaringen
○ beelden: herinneringen
○ gevoelens: emotionele reacties
Binet en de toegepaste psychologie
● Europa: Alfred Binet
● Intelligentietest (Binet-Simontest)
eerst: schedelafmetingen
later: gedicht studeren en opnieuw schrijven
● Toegepast onderzoek: oplossingen voor praktisch probleem
Freud en het onbewuste
Psychoanalyse
● Gedrag en bewustzijn = oppervlakkige fenomenen, oorsprong mentale problemen in
onbewuste
● Verdrongen herinneringen
● Methode: analyse vergissingen, droomduiding, vrije associatie
1
, ● Kritiek: geen wetenschap (vaag, case-studies), maar filosofie => hermeneutiek
Dilthey
● Onderscheid natuur- en geesteswetenschappen
● Algemene wetten ovb beperkte observaties <-> complete rijkdom fenomeen
begrijpen, binnen historische en socioculturele context
Functionalisme (VS)
= hoe functioneert iets?
● Studenten Wundt
● Toegepast
● Beïnvloed door evolutieleer: beste aanpassing
● Interesse in individuele verschillen
William James
● Stream of consciousness
● Nadruk op gedrag (ook nog introspectie)
● Studiepopulaties: ook mentaal gehandicapten en dieren
● Succes psychologie - oplossingen praktische problemen
Behaviorisme (VS)
John Watson
● Studie beperkt tot direct observeerbaar gedrag
● Radicaliseerde functionalisme, afzetten tegen structuralisme (introspectie,bewustzijn)
● Sterk beïnvloed door logisch positivisme
1. Alle kennis moet worden uitgedrukt in verifieerbare zaken
-> operationele definitie (bv. honger)
2. Introductie afhankelijke en onafhankelijke variabele
3. Wetenschappelijke theorie moet bestaan uit precieze relatie tussen afh en
onafh variabele
● S-R-onderzoek en leerprocessen, Skinner
Cognitieve psychologie (VS)
= informatie wordt verwerkt in de hersenen en men kan mechanismen van
informatieverwerking blootleggen door natuurwetenschappelijke methode
● Vanaf jaren 60-70
● Computer kan taken ook, zonder vrije wil
● Gedrag is complex; mens als informatieverwerker
Moderne psychologie
= biopsychosociaal model
● Bio: psychische niet los van lichamelijke, erfelijke component
● Psycho: cognitieve psychologie dominant
● Sociaal: mens is sociaal wezen
2
, Deel 2: Onderzoeksmethoden in de psychologie
Fasen in het onderzoeksproces:
onderzoeksvraag -> literatuurstudie -> studie ontwerpen -> data verzamelen -> data
analyseren
1) Beschrijvend onderzoek
Vraag: beschrijving - methode: observatie
1. Naturalistische observatie
= systematische observatie van gedrag in natuurlijke context
- belangrijk voor ‘evidence based’ (<-> overtuiging) adviezen
- ! gevaar: mensen passen gedrag aan als ze weten dat ze geobserveerd worden
-> reactieve gedragingen: reactie op observator
oplossing: camouflage of integratie in groep
2. Vragenlijsten
- ! gevaar:
- resultaten sterk afhankelijk van bevraagde
- niet noodzakelijk realiteit
3. Interviews
- gestructureerd of ongestructureerd
- gedetailleerder antwoorden
- ! gevaar: vertekening door sociale wenselijkheid
4. Opiniepeiling
= bevraging meningen bij representatieve steekproef
- ! gevaar: representativiteit en sociale wenselijkheid
5. Archiefdata
= data zijn al bevraagd/verzameld
6. Psychologische tests
= gestandaardiseerde tests (bv. rorschach test inkt, intelligentietesten)
7. Gevalsstudie
= intensief, gedetailleerd onderzoek over één persoon of gebeurtenis
- neuropsychologie, moord
8. Kwalitatief onderzoek
= totaal begrip van complexe realiteit, niet in cijfers uit te drukken
- bv. gesprek uitschrijven en analyseren, focusgroepen
- eerder verkennend dan theorietoetsend
[statisch beeld en weinig informatief]
2) Correlatieonderzoek
Vraag: voorspelling - methode: observatie
=> verband tussen 2 variabelen bepalen
- Lineair verband: positief of negatief
- ! Gevaren:
3