Inzendopgave 4_[uw naam]
, CASUS 1
Aan twintig werknemers is een aantal vragen voorgelegd. Dit betrof:
leeftijd
opleidingsniveau (vmbo, mbo, hbo, wo)
geslacht (m = mannelijk, v = vrouwelijk)
lengte (in cm)
gewicht (in kg)
Cursistennummer: 121742920 → laatste 2 cijfers 20 → kleiner dan 50 → +50 → 20 +
50 =
Werknem Leeftij Opleidingsnivea Geslach Lengte Gewicht 70
er d u t
1 18 Vmbo V 163 57
2 21 Vmbo V 171 65
3 40 Mbo V 182 71
4 35 Wo M 194 80
5 28 Mbo V 161 61
6 41 Hbo M 179 70
7 29 Vmbo M 184 73
8 38 Wo M 178 69
8 52 Wo M 169 67
10 41 Hbo V 163 57
11 49 Mbo V 176 65
12 53 Mbo V 162 59
13 34 Mbo M 174 75
14 39 Vmbo M 182 74
15 46 Hbo M 172 69
16 49 Wo M 186 85
17 40 Hbo M 187 74
18 40 Mbo V 176 68
19 41 Vmbo V 166 69
20 32 Wo V 182 70
A. Geef van elk van de vijf variabelen aan op welke schaal deze is gemeten. (2
punten)
Leeftijd = Ratioschaal
opleidingsniveau (vmbo, mbo, hbo, wo) = Ordinale schalen
geslacht (m = mannelijk, v = vrouwelijk) = nominale schaal
lengte (in cm) = Ratioschaal
gewicht (in kg) = Ratioschaal
B. Geef van elk van de vijf variabelen aan of het een continue of discrete
variabele betreft. (2 punten)
Leeftijd = Continue variabele
opleidingsniveau (vmbo, mbo, hbo, wo) = Discrete variabele
geslacht (m = mannelijk, v = vrouwelijk) = Discrete variabele
lengte (in cm) = Continue variabele
gewicht (in kg) = Continue variabele
C. Maak in Excel een kruistabel met in de rijen het geslacht en in de kolommen
het opleidingsniveau en vermeld in de kruistabel de absolute waarden. Maak
1