2021-2022 Anatomie 2
Theorie
,Hoofdstuk 1: de beenderen
1.1 clavicula: sleutelbeen
Mediaal = massief (dik)→ tegen sternum
Lateraal = afgeplat
Bovenzijde = vlak → onderzijde =
onregelmatig
Voorrand : Mediaal = convex (bol)
Lateraal = concaaf (hol)
Achter rand: mediaal = concaaf
lateraal = convex
Groeve zit aan onderkant
Musculus subclavius verdient zijn naam dus wel
Turberculum conoideüm
Ligamentum trapezoideum
Coraco claviculaire ligamenten → hecht aan op processus coracoideus en clavicula.
Dikste kant is mediaal
Examen: hij gaat niet vragen of bot aan de linker of rechter kant zit;
Beschrijving:
= Extremitas sternalis (sternum = borsteen) = meest massieve deel
→ facies articularis
→ ruwheden voor ligamenten
= extremitas acromialis (acromialis = tot schouder betrokken)
bovenaan plat, onderaan ruw
→ facies articularis acromalis tussen onderzijde en laterale rand
Midden in de onderzijde = sulcus mi subclavii → de zijde van het clavicula dat
naar de eerste rib wijst
1
, Tuberculum knobbel/uitsteeksel) conoideum (aanhechting)
→ aanhechting omheen knobbel
= linea trapezoidea (trapeziumvormige lijn van het clavicula)
Lateraal gelegen
= ligamentum costo-clavicularis →afdruk costo-claviculair ligament
Mediaal gelegen
Bovenaan onder de huid gelegen
Voorrand = ruw → spierinserties
Achter rand = ruw in lateraal → insertie M trapezius
1.2 scapula: schouderblad
= driehoekig plat met 2 uitsteeksels
Lateraal = hoek met groot gewrichtsvlak
Naar voor gericht
Dorsaal = grote kam → vooruitspringend processus
Bovenrand = processus bij articulaire hoek
→ twee zijden en drie randen
FACIES DORSALIS (kant van de buik) = Spina Scapulae
= beenderige kam richting laterale hoek
→ loopt door als acromion
- springt ver naar voor en lateraal uitspringt
FACIES ARTICULARIS ACROMII = mediaal en voor -> tegen de clavicula
- achter rand verbreed tot spina scapula
2
, Fossa Supraspinata = het kleine deel van de scapula onderscheiden door
de spina scapulae
Fossa Infraspinata = het grote deel van de scapula
Fossa subscapularis: aan de diepe kant
Margo superior = bovenrand
incisura scapulae = lateraal deel
wordt overbrugd door ligamentum transversum scapulae
→ FACIES COSTALIS (diepe kant gericht naar de ribben) springt lateraal en
voor uit
Algemene vorm scapula is een driehoek
= Processus coracoideus = ravenbekuitsteeksel
→ basis ligt onder clavicula
= nog meer lateraal en springt nog meer naar voren uit
Hoeken en randen
Margo medialis
= verticaal opst. Rand
3
Theorie
,Hoofdstuk 1: de beenderen
1.1 clavicula: sleutelbeen
Mediaal = massief (dik)→ tegen sternum
Lateraal = afgeplat
Bovenzijde = vlak → onderzijde =
onregelmatig
Voorrand : Mediaal = convex (bol)
Lateraal = concaaf (hol)
Achter rand: mediaal = concaaf
lateraal = convex
Groeve zit aan onderkant
Musculus subclavius verdient zijn naam dus wel
Turberculum conoideüm
Ligamentum trapezoideum
Coraco claviculaire ligamenten → hecht aan op processus coracoideus en clavicula.
Dikste kant is mediaal
Examen: hij gaat niet vragen of bot aan de linker of rechter kant zit;
Beschrijving:
= Extremitas sternalis (sternum = borsteen) = meest massieve deel
→ facies articularis
→ ruwheden voor ligamenten
= extremitas acromialis (acromialis = tot schouder betrokken)
bovenaan plat, onderaan ruw
→ facies articularis acromalis tussen onderzijde en laterale rand
Midden in de onderzijde = sulcus mi subclavii → de zijde van het clavicula dat
naar de eerste rib wijst
1
, Tuberculum knobbel/uitsteeksel) conoideum (aanhechting)
→ aanhechting omheen knobbel
= linea trapezoidea (trapeziumvormige lijn van het clavicula)
Lateraal gelegen
= ligamentum costo-clavicularis →afdruk costo-claviculair ligament
Mediaal gelegen
Bovenaan onder de huid gelegen
Voorrand = ruw → spierinserties
Achter rand = ruw in lateraal → insertie M trapezius
1.2 scapula: schouderblad
= driehoekig plat met 2 uitsteeksels
Lateraal = hoek met groot gewrichtsvlak
Naar voor gericht
Dorsaal = grote kam → vooruitspringend processus
Bovenrand = processus bij articulaire hoek
→ twee zijden en drie randen
FACIES DORSALIS (kant van de buik) = Spina Scapulae
= beenderige kam richting laterale hoek
→ loopt door als acromion
- springt ver naar voor en lateraal uitspringt
FACIES ARTICULARIS ACROMII = mediaal en voor -> tegen de clavicula
- achter rand verbreed tot spina scapula
2
, Fossa Supraspinata = het kleine deel van de scapula onderscheiden door
de spina scapulae
Fossa Infraspinata = het grote deel van de scapula
Fossa subscapularis: aan de diepe kant
Margo superior = bovenrand
incisura scapulae = lateraal deel
wordt overbrugd door ligamentum transversum scapulae
→ FACIES COSTALIS (diepe kant gericht naar de ribben) springt lateraal en
voor uit
Algemene vorm scapula is een driehoek
= Processus coracoideus = ravenbekuitsteeksel
→ basis ligt onder clavicula
= nog meer lateraal en springt nog meer naar voren uit
Hoeken en randen
Margo medialis
= verticaal opst. Rand
3