100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Natuurkunde - VWO4 - oefentoets H2 kracht en beweging met uitwerkingen

Rating
5.0
(1)
Sold
4
Pages
6
Grade
9-10
Uploaded on
11-07-2022
Written in
2021/2022

Oefenopdrachten voor hoofdstuk 2: kracht en beweging uit VWO4 met alle bijbehorende uitwerkingen. Boek: NOVA 4 VWO/gymnasium natuurkunde. Deze oefentoets bevat alles wat je voor de toets hoort te kunnen en heeft totaal 5 vragen. Heel erg goed om mee te oefenen. Met deze grote oefentoets ben jij klaar voor jouw natuurkunde toets!

Show more Read less
Level
Course

Content preview

V4 Nova H2 – Kracht en beweging - Oefentoets (60 min)
(totaal 35 punten)

Het gebruik van Binas is niet toegestaan. Let bij elke vraag op het juiste aantal
significante cijfers. Succes!

Opgave 1
Daphne en Koen hebben een bruiloft en mogen een ritje maken in een bijzondere
tram: de banken staan in de lengterichting van de wagon (zie linkerfiguur hieronder).




Om de situatie duidelijk te maken is de bank in de rechterfoto uitgeknipt en zie je Koen
en Daphne links zitten. De tram beweegt naar rechts. We gaan er in deze som van uit
dat de passagiers in de tram niet kunnen omvallen, maar alleen schuiven op de bank.
De bank is overal even glad.
De massa mK van Koen is 40 kg en die van Daphne is mD = 32 kg. De maximale
schuifwrijvingskracht tussen Koen en de bank is 50 N en die tussen Daphne en de
bank is kleiner, namelijk 28 N. Een mogelijke oorzaak hiervan is dat haar massa
kleiner is dan die van Koen.

(1)a. Geef een andere mogelijke oorzaak voor dit verschil in F w,max.

De tram moet een noodstop maken en heeft daarbij een vertraging van 4,5 m/s 2
(2)b. Laat zien dat Daphne van haar plaats dreigt te schuiven.

Gelukkig heeft Koen haar vast met zijn linkerarm. Met zijn rechterhand weet hij ook
nog net de rand van de bank te grijpen en ze blijven allebei zitten.
(3)c. Bereken de horizontale kracht die Koen met zijn rechterhand moet uitoefenen

Opgave 2
Joachim en Gerard trekken hun
dochters op twee sleetjes
vooruit (zie hiernaast). De
sleetjes zijn door een touw met
elkaar verbonden. Het voorste
sleetje met dochter heeft een
totale massa van 60 kg en het achterste sleetje met dochter heeft een totale massa
van 15 kg. Elke slee ondervindt een wrijvingskracht van 10 N.
De trekkracht in het voorste touw bedraagt 190 N en dat touw maakt een hoek van 30
met de horizon. De beweging is eenparig versneld.
(3) a. Bereken de normaalkracht op het voorste sleetje.
(3) b. Bereken de versnelling die de sleetjes krijgen.
(2) c. Bereken de spankracht in het touw tussen de twee sleetjes. (Als a niet gelukt is mag je
voor de versnelling 2,0 m/s2 nemen).

, Opgave 3
Een boot met een massa van 940 kg wordt met een constante snelheid van
0,20 m/s tegen een helling van 10° omhoog getrokken door middel van een lier. Zie
rechterfiguur hieronder (de helling is daar wat steiler getekend en de boot is daar een
sloep).
De boot ondervindt een schuifwrijvingskracht van 1,5 kN.




(3) a. Maak (op het werkblad) een constructietekening van de krachten op de boot. Gebruik
een krachtenschaal van 1 cm Ξ 2 kN.

Als de boot 4,8 meter over de helling geschoven is breekt het touw. Dit tijdstip
noemen we t = 0 s.
(3) b. Laat met een berekening zien dat de boot daarna nog 6,1 mm omhoog schuift.
(2) c. Leg uit welke beweging de sloep daarna zal uitvoeren.



Opgave 4
In de figuur hiernaast zie je een zogenaamd ‘massa-veer systeem’. Een
blokje van 80 g hangt aan een veer die daardoor 3,2 cm is uitgerekt.
(2) a. Bereken de veerconstante van de gebruikte veer.

Het blokje wordt een stukje omlaag getrokken en daarna losgelaten. Het
begint daarna te trillen (omhoog en weer omlaag te bewegen).
(2) b. Leg uit met behulp van krachten en de 2 e wet van Newton waardoor het
blokje achtereenvolgens omhoog gaat en weer omlaag zal gaan.

In de figuur daaronder zie je een deel van een model dat deze beweging kan
beschrijven. Er zijn een paar dingen weggelaten.
(2) c. Leg uit welke formule in de regel met
(1) moet staan
(1) d. Geef de formule die in regel (2) moet
staan.
(1) e. Geef de formule die in regel (3) moet
staan.
(2) f. Noteer alle grootheden waarvoor bij de
startwaarden bij (4) nog waarden
moeten worden opgegeven om te
zorgen dat het model kan werken.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
4

Document information

Uploaded on
July 11, 2022
Number of pages
6
Written in
2021/2022
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

$4.24
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
1 year ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
willemijnbeekhuis
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
140
Member since
3 year
Number of followers
71
Documents
51
Last sold
1 day ago

3.9

27 reviews

5
14
4
3
3
7
2
0
1
3

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions