Overzicht Eiwitten en Enzymen
Vesicle cycle
Synapsin: Een eiwit dat de blaasjes vasthoudt in de reservepool door ze te kruislinken. Dit
wordt tijdens de mobilisatie gefosforyleerd door CaMKII
SNARE: Eiwitten die erg belangrijk zijn voor de “priming” van synaptische blaasjes. De
eiwitten voren een macromoleculair complex dat 2 membranen kruist, waardoor het blaasje
erg dicht bij het plasmamembraan gebracht wordt, waarna de fusie start.
● Synaptobrevin: Een SNARE eiwit dat zich in het membraan van synaptische
blaasjes bevindt
● Syntaxin: Een SNARE eiwit die zich in het plasmamembraan bevindt
● SNAP-25: Een SNARE eiwit die de samenkomst van het SNARE complex reguleert
Synaptotagmin: Een eiwit dat in het membraan van de synaptische blaasjes te vinden is en
verantwoordelijk is voor de Ca2+ regulatie van neurotransmitter afgifte.
Clathrin: Een belangrijk eiwit voor de endocytose van synaptische blaasjes. Het heeft een
unieke structuur: triskelion. Het heeft 3 “benen” die samen komen als een soort kooi om het
blaasjes membraan.
Dynamin: Een eiwit dat een ringachtige spoel om de lipide steel maakt. Deze spoel zorgt
ervoor dat het blaasje uiteindelijk van het membraan af gaat en een compleet blaasje vormt.
Actine: Een cytoskelet eiwit dat nodig is voor de transport van de net gevormde blaasjes.
Hsc70 + auxilin: Eiwitten die het clathrin jasje van het pas gevormde blaasje afhalen
Synaptojanin: Een eiwit dat belangrijk is voor het uitkleden van het blaasje
Neurotransmitter metabolisme
Acetylcholine
, Choline acetyltransferase (ChAT): Het enzym dat de productie van acetylcholine uit
acetyl-CoA en choline katalyseert
Vesicular ACh transporter (VAChT): De transporter die acetylcholine in de vesiculaire
blaasjes laadt
Acetylcholinesterase (AChE): het enzym dat acetylcholine in de synaptische spleet
afbreekt tot acetaat en choline
Choline co-transporter (ChT): De transporter die choline uit de synaptische spleet
opneemt in de presynaptische terminal
Glutamaat
System A transporter 2 (SAT2): De transporter die glutamine opneemt in de
presynaptische terminal
Glutaminase: Het enzym dat glutamine omzet in glutamaat
Vesicular glutamate transporter (VGLUT): De transporter die glutamaat in de vesiculaire
blaasjes laadt
Excitatory amino acid transporter (EAAT): De transporter die glutamaat uit de
synaptische spleet gliacellen in transporteert
Glutamine synthetase: Het enzym dat glutamaat omzet in glutamine
System N transporter (SN1): De transporter waarmee glutamine de gliacel verlaat
GABA
Glutamic acid (glutamate) decarboxylase (GAD): Het enzym dat glutamaat omzet tot
GABA
Vesicular inhibitory amino acid transporter (VIAAT): De transporter die GABA/glycine in
de vesiculaire blaasjes laadt
GABA co-transporter (GAT): De Na+-afhankelijke transporter die GABA vanuit de
synaptische spleet de gliacellen in laadt
GABA transaminase + semialdehyde dehydrogenase: De enzymen die GABA afbreken
Vesicle cycle
Synapsin: Een eiwit dat de blaasjes vasthoudt in de reservepool door ze te kruislinken. Dit
wordt tijdens de mobilisatie gefosforyleerd door CaMKII
SNARE: Eiwitten die erg belangrijk zijn voor de “priming” van synaptische blaasjes. De
eiwitten voren een macromoleculair complex dat 2 membranen kruist, waardoor het blaasje
erg dicht bij het plasmamembraan gebracht wordt, waarna de fusie start.
● Synaptobrevin: Een SNARE eiwit dat zich in het membraan van synaptische
blaasjes bevindt
● Syntaxin: Een SNARE eiwit die zich in het plasmamembraan bevindt
● SNAP-25: Een SNARE eiwit die de samenkomst van het SNARE complex reguleert
Synaptotagmin: Een eiwit dat in het membraan van de synaptische blaasjes te vinden is en
verantwoordelijk is voor de Ca2+ regulatie van neurotransmitter afgifte.
Clathrin: Een belangrijk eiwit voor de endocytose van synaptische blaasjes. Het heeft een
unieke structuur: triskelion. Het heeft 3 “benen” die samen komen als een soort kooi om het
blaasjes membraan.
Dynamin: Een eiwit dat een ringachtige spoel om de lipide steel maakt. Deze spoel zorgt
ervoor dat het blaasje uiteindelijk van het membraan af gaat en een compleet blaasje vormt.
Actine: Een cytoskelet eiwit dat nodig is voor de transport van de net gevormde blaasjes.
Hsc70 + auxilin: Eiwitten die het clathrin jasje van het pas gevormde blaasje afhalen
Synaptojanin: Een eiwit dat belangrijk is voor het uitkleden van het blaasje
Neurotransmitter metabolisme
Acetylcholine
, Choline acetyltransferase (ChAT): Het enzym dat de productie van acetylcholine uit
acetyl-CoA en choline katalyseert
Vesicular ACh transporter (VAChT): De transporter die acetylcholine in de vesiculaire
blaasjes laadt
Acetylcholinesterase (AChE): het enzym dat acetylcholine in de synaptische spleet
afbreekt tot acetaat en choline
Choline co-transporter (ChT): De transporter die choline uit de synaptische spleet
opneemt in de presynaptische terminal
Glutamaat
System A transporter 2 (SAT2): De transporter die glutamine opneemt in de
presynaptische terminal
Glutaminase: Het enzym dat glutamine omzet in glutamaat
Vesicular glutamate transporter (VGLUT): De transporter die glutamaat in de vesiculaire
blaasjes laadt
Excitatory amino acid transporter (EAAT): De transporter die glutamaat uit de
synaptische spleet gliacellen in transporteert
Glutamine synthetase: Het enzym dat glutamaat omzet in glutamine
System N transporter (SN1): De transporter waarmee glutamine de gliacel verlaat
GABA
Glutamic acid (glutamate) decarboxylase (GAD): Het enzym dat glutamaat omzet tot
GABA
Vesicular inhibitory amino acid transporter (VIAAT): De transporter die GABA/glycine in
de vesiculaire blaasjes laadt
GABA co-transporter (GAT): De Na+-afhankelijke transporter die GABA vanuit de
synaptische spleet de gliacellen in laadt
GABA transaminase + semialdehyde dehydrogenase: De enzymen die GABA afbreken