Hoorcollege 5.1 Het zenuwstelsel
Zenuwweefsel
Neuronen = zenuwcellen
Neuroglia = ondersteunende cellen (steunweefsel)
Glia = lijm
Neuron bestaat uit:
Cellichaam
Dendrieten vangen binnenkomende signalen op
Axon geleidt uitgaande signalen naar de synapsknoppen
Synapsknop(pen) hier communiceert een neuron met een andere cel
Membraanpotentiaal
= De elektrische spanning die staat over de membraan van een
cel. De potentiaal ontstaat door verschillende
concentratiegradiënten van positieve en negatieve ionen aan
weerszijden van de membraan: aan de buiten kant meer
positieve ionen en aan de binnenkant meer negatieve ionen.
a) Buiten veel Na+ en Cl-
b) Binnen veel K+ en negatief geleiden eiwitten
c) Rustpotentiaal is -70mV (millivolt)
Actiepotentiaal
= Een zelfstandig gegenereerde golf van elektrische ontlading over de membraan van een
exciteerbare cel, zoals een neuron of een spiercel.
Bij prikkeling
Celmembraan doorlaatbaar voor Na+ ionen
, Na+ influx
Binnenkant cel positief
Depolarisatie
-50mV = drempelwaarde depolarisatie niet te stoppen, tot max 30mV
Verschil -70 en 30 = 100mV = actiepotentiaal
Repolarisatie
= Het terugkeren naar het rustpotentiaal, na doortocht van een impuls doorheen de
celmembraan van een zenuwcel.
Celmembraan ook doorlaatbaar voor K+
K+ efflux
Hyperpolarisatie = Niet alle kaliumkanalen sluiten zich tegelijkertijd
Na/K- pomp = Verhouding ionen weer in evenwicht
Saltoire geleiding
= Isolerende werking waardoor de impuls snel verder ‘springt’
Neuron met myelineschede
Cellen van Schwann
Impuls overdracht:
1. Een actiepotentiaal komt aan
en depolariseert de
synapsknop.
Zenuwweefsel
Neuronen = zenuwcellen
Neuroglia = ondersteunende cellen (steunweefsel)
Glia = lijm
Neuron bestaat uit:
Cellichaam
Dendrieten vangen binnenkomende signalen op
Axon geleidt uitgaande signalen naar de synapsknoppen
Synapsknop(pen) hier communiceert een neuron met een andere cel
Membraanpotentiaal
= De elektrische spanning die staat over de membraan van een
cel. De potentiaal ontstaat door verschillende
concentratiegradiënten van positieve en negatieve ionen aan
weerszijden van de membraan: aan de buiten kant meer
positieve ionen en aan de binnenkant meer negatieve ionen.
a) Buiten veel Na+ en Cl-
b) Binnen veel K+ en negatief geleiden eiwitten
c) Rustpotentiaal is -70mV (millivolt)
Actiepotentiaal
= Een zelfstandig gegenereerde golf van elektrische ontlading over de membraan van een
exciteerbare cel, zoals een neuron of een spiercel.
Bij prikkeling
Celmembraan doorlaatbaar voor Na+ ionen
, Na+ influx
Binnenkant cel positief
Depolarisatie
-50mV = drempelwaarde depolarisatie niet te stoppen, tot max 30mV
Verschil -70 en 30 = 100mV = actiepotentiaal
Repolarisatie
= Het terugkeren naar het rustpotentiaal, na doortocht van een impuls doorheen de
celmembraan van een zenuwcel.
Celmembraan ook doorlaatbaar voor K+
K+ efflux
Hyperpolarisatie = Niet alle kaliumkanalen sluiten zich tegelijkertijd
Na/K- pomp = Verhouding ionen weer in evenwicht
Saltoire geleiding
= Isolerende werking waardoor de impuls snel verder ‘springt’
Neuron met myelineschede
Cellen van Schwann
Impuls overdracht:
1. Een actiepotentiaal komt aan
en depolariseert de
synapsknop.