Legering = Een mengsel van metalen.
Alliage = Een mengsel van metalen.
Metaalbinding ontstaat als de elektronen door hun negatieve lading de positief geladen atoomresten
bij elkaar houden in een metaalrooster.
In een gesmolten legering bewegen de metaalatomen van de verschillende metalen door elkaar. Na
afkoelen zijn deze metaalatomen willekeurig gerangschikt in het metaalrooster.
Roosterfouten verstoren de regelmaat in een metaalrooster. Er ontstaan ook roosterfouten als de
atomen van het toegevoegde metaal kleiner zijn.
Door de aanwezigheid van vrije elektronen kan een metaal stroom geleiden. → Geleidbaarheid.
De elektrische geleidbaarheid van legering is meestal wat kleiner dan die van zuivere metalen.
Bros = Breekt gemakkelijk.
Bij vervormen schuiven de lagen metaalatomen langs elkaar.
Een hard metaal zal nauwelijks vervormen.
Corrosie = Een reactie van een metaal met zuurstof in aanwezigheid van water.
Chroom en nikkel hebben een ondoordringbare ‘beschermende’ laag tegen corrosie.
Corrosie is de aantasting van een metaal door de inwerking van stoffen.
Door de reactie met zuurstof ontstaat er een laagje metaaloxide op zink, aluminium en tin.
Het oxidelaagje is ondoordringbaar voor zuurstof en water. → Beschermend laagje tegen corrosie.
Roesten = Een reactie van ijzer met zuurstof en water.
Onedele metalen reageren niet met water, maar wel met een verdund zuur.
Sommige onedele metalen reageren wel met water.
Edele metalen worden niet door water en zuurstof aangetast. Ze vertonen geen corrosie maar
behouden hun glans.
Halfreactie = Het opnemen of afstaan van elektronen wordt weergegeven in een halfreactie.
Reductor = Het deeltje dat bij een reactie elektronen afstaat.
Oxidator = Het deeltje dat bij een reactie elektronen opneemt.
Redoxreactie = Een reactie waarbij elektronen worden overgedragen van de reductor naar de
oxidator.
* Reductor Fe → Fe2+ + 2 e-
Oxidator Cu2+ + 2 e- → Cu
Reactie Fe + Cu2+ + Fe2+ + Cu
De sterkste oxidator is Fluor, F2 (g).
Deze staat linksboven in de tabel.
De sterkste reductor staat rechts onderaan in de tabel.
Je mag een halfreactie alleen gebruiken als alle deeltjes die nodig zijn voor de halfreactie in het
reactiemengsel aanwezig zijn.
Een redoxreactie vindt alleen plaats als de halfreactie van de oxidator boven de halfreactie van de
reductor staat.