De graad van het zuur = De pH/de zuurgraad. → Wordt bepaald door middel van een pH-indicator.
(Binas 52A)
Zure oplossing = pH lager dan 7.
Hoe lager de pH, hoe zuurder de oplossing.
Basische oplossing = pH hoger dan 7.
Hoe hoger de pH, hoe basischer de oplossing
Een pH van 7 is neutraal.
Basen zijn nodig om een oplossing minder zuur te maken. → Verhogen de pH.
Zure oplossingen verdunnen met water. → pH meer richting 7.
Basische oplossingen verdunnen met water. → pH meer richting 7.
Zuur staat H+ ionen af. → H+-donor.
Naam Formule
Azijnzuur CH3COOH
Fosforzuur H3PO4
Koolzuur H2CO3
Salpeterzuur HNO3
Waterstofchloride HCl
Zwavelzuur H2SO4
Zoutzuur = Waterstofchloride/HCl
Zure oplossing = Een oplossing die altijd H+ ionen bevat.
Zuurgroep/carboxylgroep = -COOH
Alkaanzuren = Algemene formule = CnH2n+1 COOH
Systematische naam is gebaseerd op de stamnaam van het alkaan met hetzelfde aantal C-atomen.
Stamnaam + -zuur (achtervoegsel)
C-atoom van de carboxylgroep telt ook mee.
Carbonzuren = Zuur met koolstofverbindingen + alkaanzuren.
Base neemt H+ ionen op/ H+ acceptor.
Naam Formule
Ammoniak NH3
Carbonaat CO32-
Hydroxide OH-
Oxide O2-
Waterstofcarbonaat HCO3-
Basische oplossing bevat hydroxide ionen/OH- ionen. → Kan stroom geleiden.
Naam oplossing Notatie
Natronloog Na+ (aq) + OH- (aq)
Ammonia NH3 (aq)
Kalkwater Ca2+ (aq) + 2 OH- (aq)