Categorie les: Lessenreeks les 1
Uitleg oefeningen/activiteiten:
1. Warming-up
De studenten moeten eerst een goede handschoen vinden en een tweetal maken. We
starten met inwerpen. De studenten gaan tegenover elkaar staan op een afstand van
10m. Ze gaan de bovenhandse worp doen tijdens het inwerpen.
2. 3 werpvormen
De studenten maken een tweetal en gaan starten met het bovenhands inwerpen. Ze
starten tegenover elkaar met een afstand van 10 meter. Als de studenten alletwee de bal
gevangen hebben mogen zij een grote stap naar achteren zetten. Ze proberen de afstand
zo groot mogelijk te maken en alletwee de bal te vangen. Vervolgens komen de
studenten weer bij elkaar en gaan zij starten met de volgende worp: Hoge bal.
De bal wordt met een grote boog naar je maatje gegooid. Als je alletwee de bal gevangen
hebt mag je weer een grote stap achteruit zetten.
Als laatste hebben we fielden. De bal wordt over de grond gerold. Je gaat op 1 knie zitten
en maakt een holletje van de handschoen. De andere hand houd je erboven zodat de bal
niet omhoog kan stuiteren. Ook bij deze werpvorm probeer je de afstand weer zo groot
mogelijk te maken.
Als laatste worden de 3 worpen gecombineerd. Je moet dus reageren op welke bal je
maatje gooit.
3. Slaan
Alle studenten maken een tweetal. Ze zorgen ervoor dat ze alletwee een handschoen
hebben, één knuppel en een bal. Ze gaan op een kleine afstand staan van elkaar en
gooien de bal rustig naar hun maatje. Deze probeert de bal geplaatst terug te spelen in de
handschoen. Na 5 keer tippen wordt er gewisseld van rol.
4. Eindspel
We spelen met 4 honken. De studenten worden verdeeld in 2 teams, een slagpartij en
een veldpartij. We spelen totdat iedereen geslagen heeft en daarna gaan we
doorwisselen. Ongeacht de uitjes. Dit spelen we tot het einde van de les!