SECTIE 4: DE LEVER
De lever bestaat uit het leverparenchym en de stroma.
- Leverparenchym: dit is het functionele compartiment van de lever bestaande uit hepatocyten.
o Bij patiënten met leveraandoeningen is een deel van het leverparenchym beschadigd en
werkt niet meer goed. Leverbeschadiging kan de oorzaak zijn van productie van abnormale
eiwitten, inefficiënte filtering van toxines uit het bloed en andere problemen.
- Stroma: dit is het bindweefsel dat de lever ondersteunt en op die manier een kader creëert voor de
hepatocyten om op te groeien.
Hepatocyt: levercel.
Hepatocyten zijn zeshoeken met een centrale vaatstructuur en daaromheen structuren waar meer buisjes bij
elkaar komen. De hoeken zijn portale velden, de centrale vaatstructuur is de centrale vene. Op de hoeken
liggen drie buisjes: een galbuisje, arterie en vene.
Sinusoïden: de bloedvaten die door de hepatocyten heen lopen.
Sinusoïden in de lever worden hoofdzakelijk bekleed door endotheel en Kupffercellen (→ macrofagen, de
Kupffercellen proberen bacteriën en andere lichaamsvreemde stoffen die het leverweefsel proberen binnen te
dringen, op te nemen en te verteren).
In de centrale venen komen de sinusoïden samen. Het bloed moet vanuit de portale velden (→ hoeken) van de
centrale venen, terug naar de circulatie via de vena cava inferior.
Gal moet een andere route volgen. Galwegen verlopen via kleine vaatjes tussen de hepatocyten in, van binnen
naar buiten. Wordt centraal gevormd.
Een acinus in de lever is een driehokje uit het lobje. De hepatocyt bevat verschillende zones.
- Zone 3 is het meest zuurstofarm. Zuurstofconcentratie neemt toe van zone 3 naar zone 1.
- De aanvoer van galzouten start in zone 3 en de concentratie gal wordt dus steeds groter tot je bij de
galgang komt (richting zone 1). Galconcentratie neemt toe van zone 3 naar zone 1. Gal is toxisch, dus
verstopping van een galbuisje zal daarom eerder in zone 1 effect hebben dan in zone 3.
75
, ➢ Links: zeshoeken. Belangrijk dat je zones kan herkennen van zuurstofarm, naar zuurstofrijk.
➢ De galconcentratie neemt van binnen naar buiten toe.
Apicale membraan: plasmamembraan die in contact staat met het lumen en het bloed. Is heel klein: het deel
waar zouten worden uitgescheiden aan het begin van de galwegen. In onderstaand plaatje te zien in het
midden, heel klein.
Basolaterale membraan: plasmamembraan die in contact staat met andere cellen; onderliggend weefsel (→
baso = aan de basis liggend, basaal; lateraal = aan de buitenkant, zijkant).
Tussen het epitheel liggen macrofagen.
Tight junctions gaan niet om stevigheid, maar maakt het nauwer.
76
De lever bestaat uit het leverparenchym en de stroma.
- Leverparenchym: dit is het functionele compartiment van de lever bestaande uit hepatocyten.
o Bij patiënten met leveraandoeningen is een deel van het leverparenchym beschadigd en
werkt niet meer goed. Leverbeschadiging kan de oorzaak zijn van productie van abnormale
eiwitten, inefficiënte filtering van toxines uit het bloed en andere problemen.
- Stroma: dit is het bindweefsel dat de lever ondersteunt en op die manier een kader creëert voor de
hepatocyten om op te groeien.
Hepatocyt: levercel.
Hepatocyten zijn zeshoeken met een centrale vaatstructuur en daaromheen structuren waar meer buisjes bij
elkaar komen. De hoeken zijn portale velden, de centrale vaatstructuur is de centrale vene. Op de hoeken
liggen drie buisjes: een galbuisje, arterie en vene.
Sinusoïden: de bloedvaten die door de hepatocyten heen lopen.
Sinusoïden in de lever worden hoofdzakelijk bekleed door endotheel en Kupffercellen (→ macrofagen, de
Kupffercellen proberen bacteriën en andere lichaamsvreemde stoffen die het leverweefsel proberen binnen te
dringen, op te nemen en te verteren).
In de centrale venen komen de sinusoïden samen. Het bloed moet vanuit de portale velden (→ hoeken) van de
centrale venen, terug naar de circulatie via de vena cava inferior.
Gal moet een andere route volgen. Galwegen verlopen via kleine vaatjes tussen de hepatocyten in, van binnen
naar buiten. Wordt centraal gevormd.
Een acinus in de lever is een driehokje uit het lobje. De hepatocyt bevat verschillende zones.
- Zone 3 is het meest zuurstofarm. Zuurstofconcentratie neemt toe van zone 3 naar zone 1.
- De aanvoer van galzouten start in zone 3 en de concentratie gal wordt dus steeds groter tot je bij de
galgang komt (richting zone 1). Galconcentratie neemt toe van zone 3 naar zone 1. Gal is toxisch, dus
verstopping van een galbuisje zal daarom eerder in zone 1 effect hebben dan in zone 3.
75
, ➢ Links: zeshoeken. Belangrijk dat je zones kan herkennen van zuurstofarm, naar zuurstofrijk.
➢ De galconcentratie neemt van binnen naar buiten toe.
Apicale membraan: plasmamembraan die in contact staat met het lumen en het bloed. Is heel klein: het deel
waar zouten worden uitgescheiden aan het begin van de galwegen. In onderstaand plaatje te zien in het
midden, heel klein.
Basolaterale membraan: plasmamembraan die in contact staat met andere cellen; onderliggend weefsel (→
baso = aan de basis liggend, basaal; lateraal = aan de buitenkant, zijkant).
Tussen het epitheel liggen macrofagen.
Tight junctions gaan niet om stevigheid, maar maakt het nauwer.
76