RISICOMANAGEMENT
GENERAL INTRODUCTION TO SAFETY ENGINEERING
1. INTRODUCTION
1.1. WHAT IS ENGINEERING ABOUT?
- Iets maken van kwaliteit voor om geld te verdienen. Mits een veilige werkomgeving.
- Iets maken van kwaliteit (= veiligheid en kwaliteit over de tijd)
1.2. ENGINEERING ETHICS
- Veiligheid & ethiek ontmoeten elkaar (vb Ford Pinto)
- Too many hands
1.3. WHAT CAN SOCIETY EXPECT?
- Nul risico bestaat niet → We moeten er naar streven.
1.4. SAFETY ENGINEERING
- Def: werknemers met dezelfde integriteit het bedrijf ’s morgens laten binnen komen en ’s avonds laten
buiten gaan zonder verlies van lichamelijke & psychische integriteit!
- DEF: Studie van de oorzaak & preventie van doden en gewonden door ongevallen
- SAFETY ENGINEER: Persoon getraind in preventie van ongevallen, specifiek in industriële situaties.
2. DEFINITIONS AND BASIC CONCEPTS
2.1. SAFETY
- Personen, eigen installatie en milieu
→ Mens staat voorop → Een dodelijk slachtoffer wordt nooit aanvaard!
- NASA: grondleggers van veiligheid na WO II: hun indeling: mens/milieu/equipment
- Niet met opzet! AARD van de veiligheid
2.2. PROCESS SAFETY
- Mix van engineering (ontwerp) & management skills (dagelijkse werking) in de preventie van explosies, branden,
toxische lekken samen met chemische en petroleumproducten.
→ We willen dat de producten i/d installatie blijven & er niet uitkomen als we dat niet willen (=
procesveiligheidsincident!)
- PROCESINDUSTRIE: chemische, farmaceutische, staal, voedselindustrie
➔ Daar vindt een chemische reactie of faseovergang plaats.
2.3. OCCUPATIONAL HEALTH AND SAFETY
- Arbeidsveiligheid
,2.4. SECURITY
- DEF: Bewust aan iemand/ iets/ organisatie/ maatschappij schade toebrengen
- Deelaspecten:
* Gebouwen: draad rond bedrijf
* Datasecurity: uw eigen procesgegevens/ ideeën
* Cybersecurity: online
* Insider threat: Altijd personen die je vertrouwd, je geeft ze toegang, ze hebben kennis & hebben
intentie om te schaden
2.5. SAFETY VERSUS SECURITY
Veiligheid is niet met opzet <-> security is met opzet schade toebrengen
LEVELS
- Level 0: kan niet op afstand gemanipuleerd worden
- Level 1 & 2: Procescontrole: klep of sensor: kan wel van op afstand gemanipuleerd worden
- Level 3: controlenetwerk
- Level 4: datacenter/ server = IT systeem
2.6. CYBERSECURITY
Je geraakt in de procescontrole van een firma
2.7. HARZARD CHARACTERISTICS
stabiel/ onstabiel; vermijdbaar/ onvermijdbaar, oud/ nieuw
2.8. HAZARD
- Een intrinsieke eigenschap van iets
- Alles wat schade kan berokkenen
2.9. RISK
- De kans dat iemand schade lijdt door een gevaar + de indicatie hoe erg de schade kan zijn.
- Een mistig concept
- De kans, waarschijnlijkheid, mogelijkheid van verlies, dood of ‘injury’
- De onzekerheid over negatieve gevolgen
Renn 1992: problems of risk:
1) Insurance – statistic/ verzekeringsinslag over risico
2) Toxicologische insteek v/h risico + gevolgen voor de mens & omgeving bij een risico
3) Economisch risico: economische kijk op risico’s niet alleen veiligheid (vb gasprijs te hoog→ installaties
liggen stil)
4) Psychologische kijk: perceptie & aanvaarding van risico’s: kijk op risico’s: 100% subjectief:
maatschappelijk zeer belangrijk!
,2.10. THE EMISSION ASPECTS: EMMISIONS OF MATTER
2.11. HAZARD IDENTIFICATION
2.12. RISK <-> HAZARD
DE 2 GOED UITEEN HOUDEN OP HET EXAMEN: GEVAAR & RISICO
Vb GEVAAR: Leeuw in een kooi <-> RISICO: Hek laten open staan
Intrinsieke eigenschap Je moet een scenario bedenken; risico heeft een kan/gevolg been
gevaar: asbest → risico: kanker Je geeft een gevolg aan je gevaar (kans/gevolg)
Gevaaridentificatie:
- Voor elke analyse is de gevaarsidentificatie de belangrijkste!
- Probeer geen enkel gevaar te missen vooraleer je de risicoanalyse wil maken
- Maak de G.A. zo complet mogelijk
- EERST de G.A: per gevaar:
* Scenario’s ontwikkelen
* Dan waarschijnlijkheid in kaart brengen
* Daarna gevolgen
Risico: Er moet een kans & gevolg zijn
- Mistig concept
- De eenheden kunnen verschillen
- Geen exacte wetenschap
- Een inschatting die je gaat maken
- RODE DRAAD: van gevaar (= exact) naar risico (=subjectiviteit importeren) → Kans/ gevolg/ subjectiviteit
2.13. THE NATURE OF RISK
- Hoe mensen naar een risico kijken = psychologische insteek
- We zijn vrijwillig meer bereid tot het nemen van risico’s dan onvrijwillig. Vb: roken, thuis geen stelling
gebruiken en op het werk wel…
- Je bent bereid meer risico’s te nemen als je direct voordeel ervaart!
, 2.14. THE MOST COMMON DEFINITION OF RISK
Proske: 2 componenten:
1) onbepaaldheid: wordt uitgebreid
2) Schade achteraf
→ Kennis is belangrijke factor om risico’s in te schatten
Risico: kans & gevolg (2 factoren)
NU: onzekerheid & schade achteraf
- vb: je hebt geen data
→ onzekerheid om de kans te bepalen
→ De onbepaaldheid zorgt voor een rem op het nadenken naar nieuwe technologieën
Vroeger en nu
Vb: asbest: je kent de gevaren dus kun je de risico’s beter inschatten
Drones/ 5G: Nu: Je hebt geen data, we kennen de risico’s nog niet
2.15. TYPES OF INDETERMINATION
- Non-specification
- Uncentainty
- Dissonance
- Confusion
→ Als we het fenomeen niet kennen of begrijpen (onbepaaldheid = been 1) kunnen we het risico moeilijk inschatten/
bepalen
2.16. DAMAGE
De gevolgen van een risico zijn vrij tastbaar (Been 2: gevolg)
vb: Aantal doden, etc; …
CONCLUSIE: Risico blijft een onduidelijk concept, moeilijk in te schatten.
2.17. DISASTER UN
SCHALEN: Calibratie van risicobeoordelingen
BODILY INJURIES FINANCIAL LOSES
ENVIRENMENTAL DAMAGE PROPERTY DAMAGE
SOCIAL DAMAGE
GENERAL INTRODUCTION TO SAFETY ENGINEERING
1. INTRODUCTION
1.1. WHAT IS ENGINEERING ABOUT?
- Iets maken van kwaliteit voor om geld te verdienen. Mits een veilige werkomgeving.
- Iets maken van kwaliteit (= veiligheid en kwaliteit over de tijd)
1.2. ENGINEERING ETHICS
- Veiligheid & ethiek ontmoeten elkaar (vb Ford Pinto)
- Too many hands
1.3. WHAT CAN SOCIETY EXPECT?
- Nul risico bestaat niet → We moeten er naar streven.
1.4. SAFETY ENGINEERING
- Def: werknemers met dezelfde integriteit het bedrijf ’s morgens laten binnen komen en ’s avonds laten
buiten gaan zonder verlies van lichamelijke & psychische integriteit!
- DEF: Studie van de oorzaak & preventie van doden en gewonden door ongevallen
- SAFETY ENGINEER: Persoon getraind in preventie van ongevallen, specifiek in industriële situaties.
2. DEFINITIONS AND BASIC CONCEPTS
2.1. SAFETY
- Personen, eigen installatie en milieu
→ Mens staat voorop → Een dodelijk slachtoffer wordt nooit aanvaard!
- NASA: grondleggers van veiligheid na WO II: hun indeling: mens/milieu/equipment
- Niet met opzet! AARD van de veiligheid
2.2. PROCESS SAFETY
- Mix van engineering (ontwerp) & management skills (dagelijkse werking) in de preventie van explosies, branden,
toxische lekken samen met chemische en petroleumproducten.
→ We willen dat de producten i/d installatie blijven & er niet uitkomen als we dat niet willen (=
procesveiligheidsincident!)
- PROCESINDUSTRIE: chemische, farmaceutische, staal, voedselindustrie
➔ Daar vindt een chemische reactie of faseovergang plaats.
2.3. OCCUPATIONAL HEALTH AND SAFETY
- Arbeidsveiligheid
,2.4. SECURITY
- DEF: Bewust aan iemand/ iets/ organisatie/ maatschappij schade toebrengen
- Deelaspecten:
* Gebouwen: draad rond bedrijf
* Datasecurity: uw eigen procesgegevens/ ideeën
* Cybersecurity: online
* Insider threat: Altijd personen die je vertrouwd, je geeft ze toegang, ze hebben kennis & hebben
intentie om te schaden
2.5. SAFETY VERSUS SECURITY
Veiligheid is niet met opzet <-> security is met opzet schade toebrengen
LEVELS
- Level 0: kan niet op afstand gemanipuleerd worden
- Level 1 & 2: Procescontrole: klep of sensor: kan wel van op afstand gemanipuleerd worden
- Level 3: controlenetwerk
- Level 4: datacenter/ server = IT systeem
2.6. CYBERSECURITY
Je geraakt in de procescontrole van een firma
2.7. HARZARD CHARACTERISTICS
stabiel/ onstabiel; vermijdbaar/ onvermijdbaar, oud/ nieuw
2.8. HAZARD
- Een intrinsieke eigenschap van iets
- Alles wat schade kan berokkenen
2.9. RISK
- De kans dat iemand schade lijdt door een gevaar + de indicatie hoe erg de schade kan zijn.
- Een mistig concept
- De kans, waarschijnlijkheid, mogelijkheid van verlies, dood of ‘injury’
- De onzekerheid over negatieve gevolgen
Renn 1992: problems of risk:
1) Insurance – statistic/ verzekeringsinslag over risico
2) Toxicologische insteek v/h risico + gevolgen voor de mens & omgeving bij een risico
3) Economisch risico: economische kijk op risico’s niet alleen veiligheid (vb gasprijs te hoog→ installaties
liggen stil)
4) Psychologische kijk: perceptie & aanvaarding van risico’s: kijk op risico’s: 100% subjectief:
maatschappelijk zeer belangrijk!
,2.10. THE EMISSION ASPECTS: EMMISIONS OF MATTER
2.11. HAZARD IDENTIFICATION
2.12. RISK <-> HAZARD
DE 2 GOED UITEEN HOUDEN OP HET EXAMEN: GEVAAR & RISICO
Vb GEVAAR: Leeuw in een kooi <-> RISICO: Hek laten open staan
Intrinsieke eigenschap Je moet een scenario bedenken; risico heeft een kan/gevolg been
gevaar: asbest → risico: kanker Je geeft een gevolg aan je gevaar (kans/gevolg)
Gevaaridentificatie:
- Voor elke analyse is de gevaarsidentificatie de belangrijkste!
- Probeer geen enkel gevaar te missen vooraleer je de risicoanalyse wil maken
- Maak de G.A. zo complet mogelijk
- EERST de G.A: per gevaar:
* Scenario’s ontwikkelen
* Dan waarschijnlijkheid in kaart brengen
* Daarna gevolgen
Risico: Er moet een kans & gevolg zijn
- Mistig concept
- De eenheden kunnen verschillen
- Geen exacte wetenschap
- Een inschatting die je gaat maken
- RODE DRAAD: van gevaar (= exact) naar risico (=subjectiviteit importeren) → Kans/ gevolg/ subjectiviteit
2.13. THE NATURE OF RISK
- Hoe mensen naar een risico kijken = psychologische insteek
- We zijn vrijwillig meer bereid tot het nemen van risico’s dan onvrijwillig. Vb: roken, thuis geen stelling
gebruiken en op het werk wel…
- Je bent bereid meer risico’s te nemen als je direct voordeel ervaart!
, 2.14. THE MOST COMMON DEFINITION OF RISK
Proske: 2 componenten:
1) onbepaaldheid: wordt uitgebreid
2) Schade achteraf
→ Kennis is belangrijke factor om risico’s in te schatten
Risico: kans & gevolg (2 factoren)
NU: onzekerheid & schade achteraf
- vb: je hebt geen data
→ onzekerheid om de kans te bepalen
→ De onbepaaldheid zorgt voor een rem op het nadenken naar nieuwe technologieën
Vroeger en nu
Vb: asbest: je kent de gevaren dus kun je de risico’s beter inschatten
Drones/ 5G: Nu: Je hebt geen data, we kennen de risico’s nog niet
2.15. TYPES OF INDETERMINATION
- Non-specification
- Uncentainty
- Dissonance
- Confusion
→ Als we het fenomeen niet kennen of begrijpen (onbepaaldheid = been 1) kunnen we het risico moeilijk inschatten/
bepalen
2.16. DAMAGE
De gevolgen van een risico zijn vrij tastbaar (Been 2: gevolg)
vb: Aantal doden, etc; …
CONCLUSIE: Risico blijft een onduidelijk concept, moeilijk in te schatten.
2.17. DISASTER UN
SCHALEN: Calibratie van risicobeoordelingen
BODILY INJURIES FINANCIAL LOSES
ENVIRENMENTAL DAMAGE PROPERTY DAMAGE
SOCIAL DAMAGE